Foto Arenda Oomen

De grenzen van het verandervermogen bij ambtenaren zijn in zicht. Zo luidt een van de constateringen in het rapport ‘Staat van de Ambtelijke Dienst 2015’, dat half december vorig jaar onder leiding van Jaap Uijlenbroek verscheen. “Op een gegeven moment moet je je afvragen hoe lang je polsstok is.”

Behalve dat hij directeur-generaal Rijksvastgoedbedrijf is, bekleedt Jaap Uijlenbroek sinds september 2014 de Albeda Leerstoel van het CAOP. Voor een dag per week is hij hoogleraar Arbeidsverhoudingen Publieke Sector aan de juridische faculteit van de Universiteit Leiden. “Ontzettend leuk. Het houdt mijn horizon breed. Als hoogleraar ben ik meer inhoudelijk bezig en zit ik in een wat kritischer omgeving. Dat levert andere perspectieven op. Heel anders dan in de vooral politiek gestuurde omgeving van het ministerie.”

Verandering

Elke twee jaar brengen de bijzonder hoogleraren van het CAOP de ‘Staat van de Ambtelijke Dienst (STAD)’ uit. Daarin beschrijven wetenschappers en beleidsmakers door middel van onafhankelijke analyses, opinies en observaties hoe het er in de ambtelijke dienst voorstaat. Uijlenbroek: “Dit is de derde, met als ondertitel ‘De overheid in tijden van verandering’. Daarin laten we zien welke veranderingen er gaande zijn en wat die betekenen voor het vak van ambtenaar.”

De rek eruit

Een van de belangrijkste constateringen: Voor wat betreft het verandervermogen begint de rek eruit te raken. Hoe komt dat? “Gemiddeld zijn ambtenaren iedere twee jaar betrokken bij een reorganisatie. Technologische ontwikkelingen veranderen het werk, de werkomgeving en de ambtenaar. Alles is in beweging, terwijl het werk gewoon doorgaat en inhoudelijk constant verandert. Want ook de maatschappelijke omgeving verandert continue. Alles bij elkaar vraagt dat erg veel. Ambtenaren worden verandermoe. Hoewel dat eigenlijk niet kan. Als je in het bedrijfsleven werkt, zeg je ook niet dat je concurrentiemoe bent.”

Jaap Uijlenbroek
Jaap Uijlenbroek, foto Arenda Oomen

Absorptievermogen

Wat kunnen we daar aan doen? “Op een gegeven moment moet je je afvragen hoe lang je polsstok is. Hoe groot is je absorptievermogen? Misschien moeten we niet bij elk maatschappelijk incident nieuw beleid willen ontwikkelen of het met nieuwe wet- en regelgeving willen bestrijden. Je kunt een incident ook prima als incident afhandelen. Of ervoor kiezen iets eerst goed te onderzoeken, er eens rustig over na te denken. Daar moeten we meer balans in zoeken. Op dit moment hebben we daar te weinig mechanismen voor.”

Minister Blok wil meer mobiliteit

Ambtenaren bij de Rijksoverheid moeten vaker van functie of organisatie wisselen, zo maakte minister Blok eind vorig jaar bekend. Nu gebeurt dat nog te weinig. Dat levert risico’s op voor de tevredenheid van medewerkers over hun baan, de aantrekkelijkheid van de overheid als werkgever en de kwaliteit van de dienstverlening. De minister stelt onder andere voor in het arbeidscontract op te nemen dat medewerkers af en toe van functie veranderen. Mobiliteit moet de norm worden, vindt de minister.

Acceptatie

“Maar je kunt het verandervermogen van ambtenaren ook vergroten”, zegt Uijlenbroek. “Het blijkt dat ambtenaren meer gemotiveerd zijn als veranderingen leiden tot een betere dienstverlening. Als je mensen op een goede manier betrekt, wordt de acceptatie van de veranderingen groter. Er zijn dus kansen om het verandervermogen te ontwikkelen. Waardoor ook de kwaliteit van medewerkers stijgt. Zoals dat ook het geval is bij meer mobiliteit. Dat gebeurt nu te weinig, vindt ook minister Blok. Een goed voorbeeld hoe je mobiliteit kunt vergroten, is het matchingsproces dat op dit moment bij onze reorganisatie gaande is.”

Inzetbaarheid

Kritiek is er in het rapport op de geringe aandacht bij managers voor de duurzame inzetbaarheid van oudere ambtenaren. Dat terwijl iedereen langer door moet werken. Uijlenbroek: “Ook dat heeft invloed op de kwaliteit van de ambtelijke dienst. De instrumenten voor die duurzame inzetbaarheid moeten voor een deel via de cao geregeld worden. Maar managers mogen het ook zelf niet uit de weg gaan. Bijvoorbeeld door medewerkers van functie te laten wisselen of door hun takenpakket aan te passen. Ik snap wel dat het lastig is, maar we moeten daarin toch een stap maken.”