Foto Arnoud van der Steen, gemeente Apeldoorn

Hoe heeft Apeldoorn de decentralisaties tot nu toe ervaren? Gert-Jan Buitendijk gaat aan de hand van drie vragen in gesprek met gemeentesecretaris Ina Sjerps en directeur Sociaal Theo Berben van de gemeente Apeldoorn.

In het effect hoe BZK-beleid in de praktijk uitpakt. Dit keer: decentralisaties in Apeldoorn.

Ruim één jaar na dato – hoe is wat Apeldoorn betreft de invoering van de decentralisaties verlopen?

Sjerps: “Nuchter positief, zo sta ik erin. De afgelopen jaren heb ik me gestoord aan al die belangenbehartigers, patiëntenverenigingen en mensen van grote zorginstellingen die hard riepen dat de gemeenten er wel een potje van zouden maken. Dat is niet gebeurd. Continuering van zorg was het afgelopen jaar de voornaamste opdracht. Apeldoorn heeft daar ruimschoots aan voldaan en daar ben ik heel trots op.”

Berben: “Ik deel dat gevoel. De voorwaarden waren toen we begonnen op zijn zachtst gezegd niet gunstig. De wetgeving werd pas laat in 2014 definitief, we wisten bij de aanvang niet precies wie onze klanten waren en daarnaast was er grote onduidelijkheid over het budget. We moesten, kortom, zorg inkopen zonder dat we wisten voor wie en hoe veel geld we hadden.”

Buitendijk: “Heel veel gemeenten hebben een geweldige prestatie geleverd. Ik erken dat er veel onduidelijkheid is geweest en vooral budgetten zijn natuurlijk heel belangrijk voor de gemeentebegroting. Misschien zou je een volgende keer iets langer de tijd nemen voor zo’n grote overgang. Toch ben ik nu blij dat we hebben doorgezet. Ik haal na dit eerste jaar opgelucht adem, maar we zijn nog maar net begonnen. De rol van de raadsleden is bijvoorbeeld nog niet uitgekristalliseerd en we weten nog helemaal niet hoe de samenwerkingsverbanden in de regio zullen standhouden.”

Sjerps: “Uiteindelijk gaan we toe naar een heel ander type zorg, veel meer in en om het huis. Grote landelijke instellingen gaan verdwijnen. Ik vind dat goed: te veel vastgoed en bureaucratie – dat is in mijn ogen niet meer gerechtvaardigd. Zorg is straks niet meer landelijk, maar regionaal georganiseerd.”

Berben: “In 2014 ervoer ik een grote afstand tussen het departement en de regio’s. Ik denk dat departementen in eerste instantie niet goed wisten waar ze gemeenten mee opzadelden. Gaandeweg is er over en weer meer begrip gekomen, maar dit blijft een aandachtspunt.”

Buitendijk: “Eens, vanaf 2014 zijn we samen met de VNG de informatie bij gemeenten op gaan halen, dat heeft heel goed gewerkt. Deze structuur willen we na de reorganisatie ook vasthouden. Want als dit werkt voor de decentralisaties, dan werkt het ook op andere terreinen. Bijvoorbeeld het vluchtelingendossier.”

Sjerps: “Ik heb afgelopen jaren mensen uitgenodigd om hier stage te komen lopen. Ze liepen allemaal rond met ogen op schoteltjes. Dat kan niet als je één overheid moet zijn. Burgers zien niet precies wat waar vandaan komt, voor hen zijn we allemaal hetzelfde. Daar moeten we dus ook naar handelen. Dan moet je elkaar kunnen vertrouwen en dat kan alleen als je elkaar kent.”

Buitendijk: “Ook daar ben ik het mee eens, maar de moeilijkheid is wel dat er 393 gemeenten zijn. Het is onmogelijk om met iedereen contact te houden. We kunnen nog wel beter bekijken hoe we de uitwisseling het best kunnen organiseren, het gaat er uiteindelijk om dat iedereen elkaar weet te vinden.”

Ina Sjerps en Theo Berben in gesprek met Gert-Jan Buitendijk
Ina Sjerps en Theo Berben in gesprek met Gert-Jan Buitendijk, foto: Arnoud van der Steen, gemeente Apeldoorn

Als je kijkt vanuit het perspectief van de burger: lukt het Apeldoorn om alle kwetsbare groepen op een goede manier te helpen?

Sjerps: “De hele discussie over zorg gaat eigenlijk over huishoudelijke hulp en PGB’s. Dat is het meest zichtbaar. Maar uiteindelijk is de zorg rondom kinderen en mensen die zwaardere vormen van hulp nodig hebben, minstens zo belangrijk. De huishoudelijke hulp hebben wij redelijk goed georganiseerd, zij het dat meerdere zorgaanbieders in zwaar weer zitten. Ze verwijten de gemeenten dat we te weinig betalen, maar veelal hebben ze zelf overgekwalificeerd personeel in dienst. Daar zou BZK voor ons een steun kunnen zijn. Er mag wel wat meer tegenspraak komen op dit soort uitingen.”

Berben: “Toch zie ik ook vooral bij jeugd al wel de vruchten van de transformatie. Het Centrum voor Jeugd en Gezin (CJG) draait goed. Dat levert goede hulp en probeert de bureaucratie voor te zijn. Ook in de pleegzorg zetten we nu stappen. Spannend vind ik de samenwerking met de huisartsen. Daar investeren we veel in – ze moeten het CJG leren kennen en er vertrouwen in krijgen. Dan gaan ze er ook naar doorverwijzen, in plaats van direct naar dure zorg.”

Buitendijk: “In feite hoor ik jullie zeggen dat je met een warm hart, maar met een koele kop steeds moet blijven analyseren wat er gebeurt. Jullie zien kansen, maar tegelijkertijd komen er ook steeds weer nieuwe vraagstukken bij.”

Sjerps: “Ja, kijk bijvoorbeeld naar wonen. Als je veel mensen met een beperking in één wijk zet, wat gebeurt er dan?”

Buitendijk: “Ik begeef me misschien op glad ijs, maar wonen vind ik ook bij het sociaal domein horen.”

Sjerps: “Precies, en dan met name de spanningen in de wijk: hoeveel mensen ‘met een vlekje’ kan een wijk hebben? Dat moeten we lokaal met elkaar gaan managen.”

Dienstverlening in het stadhuis van Apeldoorn
Dienstverlening in het stadhuis van Apeldoorn, foto: Rob Voss

Wat zouden volgens Apeldoorn voor BZK de prioriteiten voor 2016 moeten zijn?

Berben: “Harmonisatie van de administratie, bijvoorbeeld eenheid in de wijze van facturering. Gemeenten moeten samen in staat zijn om het zorgaanbieders makkelijker te maken. Eenheid in de facturen en in de verantwoording.”

Buitendijk: “Absoluut mee eens, point taken. Maar tegelijkertijd zullen we de eerste jaarrekeningen nodig hebben om het probleem goed onder ogen te zien. Contracten tussen gemeenten en zorgaanbieders vallen hier ook onder. De harmonisatie moet een samenspel zijn tussen gemeenten en Rijksoverheid.”

Sjerps: “Maar met behoud van autonomie. We willen onze eigen keuzes blijven maken.”

Berben: “Een ander belangrijk punt is de regelgeving. Professionals zoeken de grenzen op, laten soms de regels wat los. Maar bijvoorbeeld SZW timmert veel dicht, kijk maar naar de bijstandswet. De wetgeving wordt soms te rigide. Het zou mooi zijn als BZK, als niet-vakdepartement, daar een rol in kan pakken. Wil je echt transformeren, dan moet er voor professionals ruimte zijn om te kunnen spelen met de regels.”

Buitendijk: “BZK zou dus meer tegenwicht moeten bieden, en met gemeenten moeten meedenken in gesprekken met departementen die hier anders inzitten.”

Berben: “Ja, en het derde punt is het toezicht op het democratisch proces, en dan met name de rol van gemeenteraden. Waar pakken zij hun rol, hoe nemen ze beslissingen? Dit tegen de achtergrond van de groeiende en noodzakelijke regionale samenwerking in het sociale domein.”

Buitendijk: “Ook hier blijkt weer: dit is een proces van jaren. Maar ik zie al een verschuiving. Jullie lopen tegen nieuwe grenzen aan en vragen onze hulp. Maar een tweede belangrijke boodschap is dat jullie eigen beleidskeuzes willen blijven maken. Ik neig ernaar om ook hier meer ruimte te geven aan bestuurders. Niet alles dichttimmeren in de wet, maar ruimte laten voor eigen keuzes. Mooi om te zien hoe dit steeds een nieuwe fase ingaat. Ik heb er vertrouwen in dat we er in de samenwerking altijd weer met elkaar uitkomen.”