Foto Hans Roggen

‘Deze chaos is over twee weken klaar voor oplevering’

Tientallen leegstaande gebouwen heeft het Rijksvastgoedbedrijf beoordeeld op geschiktheid voor de opvang van vluchtelingen. Op dit moment zijn daarvan twee in gebruik: het voormalige Openbaar Ministerie in Lelystad en het gewezen belastingkantoor in Gorinchem. In dit laatste gebouw verzorgt projectmanager Thijs Paardekooper begin januari een rondeiding.

Een gewone woonwijk, centraal in Gorinchem. Ruim opgezet, met lage flats, scholen, wat kantoren en een medisch centrum. Hier, aan de Vroedschapstraat, staat het voormalige belastingkantoor. Een robuust pand, met een bakstenen deel uit 1976 en een stalen aanbouw uit 1992. Het gebouw is nog te koop, meldt de website van het Rijksvastgoedbedrijf. Liefst 8000 vierkante meter vloeroppervlak, een vraagprijs wordt niet vermeld.

Gas geven

Maar sinds december 2015 is er een huurder: het Centraal Orgaan opvang asielzoekers (COA). En nieuwe bewoners: zo’n honderd asielzoekers, vooral gezinnen met kinderen. Naar verluidt komen de meesten uit Syrië. Het gaat om noodopvang, het is nog onduidelijk of ze in Nederland mogen blijven. In de loop van januari komen er nog zo’n tweehonderd asielzoekers bij. Het Rijksvastgoedbedrijf (RVB) zet alles op alles om ook dit pand tijdig – dat betekent in recordtijd - klaar te hebben.

Paardekooper: ‘We hebben sinds eind november heel intensief gewerkt. Alleen maar gas geven, van zeven tot zeven, soms met wel 120 bouwvakkers en 40 verhuizers tegelijk. Ook in de weekenden en de kerstvakantie, al deden we op zondag zo min mogelijk.’

Thijs Paardekooper
Thijs Paardekooper, foto: Hans Roggen

Tikkertje

De oudbouw is al klaar en bewoond. Bij de entree, met slechts een enkele beveiliger achter de balie, hangt een grote vlag. ‘Hello, welcome to the Netherlands’ staat er in kleurrijke letters, tussen de verfafdrukken van kinderhandjes. Van binnen lijkt het een beetje op een ziekenhuis: niet gezellig, wel keurig. Oranjerood marmoleum op de vloer, lichte wanden, systeemplafonds. Maar de grote doucheruimtes en de kamers vol wasmachines maken duidelijk dat hier mensen wonen. De trappenhuizen en vides zijn voor de veiligheid voorzien van afrasteringen. In een magnetron op de gang warmt een bewoner een grote stapel tosti’s op. Een ander hangt in een stoel, verdiept in zijn telefoon. Verder is het vrij stil. Veel bewoners, die eerder verbleven in de noodopvang in Alblasserdam en Veere, blijven op hun kamer of maken een ommetje.

Een verdieping hoger komen we veel kinderen tegen. Van kleintjes die luidruchtig tikkertje doen in de gangen tot pubers die een potje tafeltennissen of –voetballen in de recreatieruimte. Een leegstaande kamer die we mogen bekijken meet vijf bij zes, met een stapelbed, vier gewone bedden en wat eenvoudige stoelen, tafeltjes en een koelkast. Hier komt elk moment een gezin van vijf personen wonen - per persoon rekent het COA vijf vierkante meter. Op hun bed liggen alvast tasjes met toilet- en schoonmaakspullen, ze worden geacht zelf hun kamers schoon te houden. Koken op de eigen kamer kan niet, de maaltijden worden momenteel warm aangeleverd.

Privacy

Maar in de stalen nieuwbouw - nu nog een koude, lawaaierige chaos van bouwmaterialen, kruiwagens, stof en bezige bouwvakkers - komt op termijn een aantal keukens. Bewoners kunnen dan samen hun maaltijden bereiden. De leidingen voor gas en water steken al uit de betonnen vloer. ‘Over twee weken moet deze chaos klaar zijn voor oplevering’, zegt Paardekooper, die links en rechts handen schudt, vragen stelt en goedkeurend knikt. Behalve als hij een grote wasbak ziet die aan één kant loshangt.

Werk in uitvoering
Werk in uitvoering, foto: Hans Roggen

‘Voor ons, maar ook voor de aannemers zijn dit bijzondere projecten. Er moet veel gebeuren in weinig tijd.’ Er kwamen kantoortjes voor de mensen van het COA, van Vluchtelingenwerk en voor het gezondheidscentrum. Voor de bewoners moest er vooral meer sanitair komen. Veiligheid en hygiëne staan voorop, daarom is alle oude vloerbedekking verwijderd en vervangen door marmoleum. Verder zijn de grote ruimten ‘verkamerd’. Er is oog voor detail: in de hoger gelegen kamers kunnen de ramen nog maar een klein stukje open, zodat kinderen niet op een onbewaakt moment naar buiten kunnen klimmen. Op die ramen is ook folie aangebracht, ‘voor een beetje privacy’. En de brandveiligheid is een belangrijk punt. Het pand is nu in compartimenten opgedeeld, er zijn branddeuren geplaatst. De brandweer liet zich niet haasten. Toen de eerste bus met asielzoekers in december eerder dan afgesproken arriveerde, was het pand nog niet officieel brandveilig verklaard. Dat gebeurde later die middag pas. Paardekooper: ‘Zo strak en precies is onze planning.’

Improviseren

‘Dit is mooi werk, iedereen realiseert zich dat we met iets bijzonders bezig zijn. Ook in technisch opzicht. Toen het COA na de eerste schouw dit gebouw als geschikt beoordeelde, moest er binnen een halve week een kostenraming van de hoofdaannemer liggen. Er is geen technisch bestek, zoals normaal, alleen een globaal vlekkenplan en een werkomschrijving. Dus we improviseren, dat maakt het leuk. De tijdsdruk is ongekend. Sommige bouwmaterialen zijn gewoon op, we merken dat er vanuit Duitsland ook veel vraag naar is. Tegenwoordig vraag ik leveranciers niet meer wanneer ze product X kunnen leveren, maar wàt ze morgen kunnen leveren. Zelfs de gemeente zat ons achter de broek. Ze besloten in oktober dat ze de noodopvang wilden, half november belden ze ons al op om te vragen waar de bewoners bleven.’

Van onvrede in de buurt is niets te merken. De gemeente heeft de omwonenden goed bij de opvang betrokken, klachten zijn er nauwelijks. Die gaan alleen over de felle verlichting in de woonkamers en het harde gepraat van de beveiligers die ’s avonds nog een rondje om het pand lopen. ‘Als dat de klachten zijn…’ zegt Paardekooper, ‘…dan valt het mee. Ik hoor dat de aanwezigheid van kinderen goed is voor de sfeer. Iedereen snapt dat het ’s avond rustig moet zijn, want dan liggen de kinderen in bed.’