Foto Paul Voorham

Op 15 maart verscheen het rapport 'Maak Verschil' van de Studiegroep Openbaar Bestuur. De voorzitter, SG Richard van Zwol, legt uit waarom het openbaar bestuur anders moet. En hoe. “Als we blijven denken in de termen van de vorige eeuw, pakken we de werkelijkheid niet.”

Het rapport doet tamelijk verstrekkende aanbevelingen. Welk probleem was eigenlijk de aanleiding voor deze studie?

“Twee problemen. Bij het nadenken over openbaar bestuur wordt ten eerste nauwelijks gedacht vanuit de werkelijkheid. Vaak gaat het over institutionele principes en niet over wat er in de werkelijkheid gebeurt en welke behoeften dat oplevert. Waar doen we burgers, bedrijven en het bestuur zelf een plezier mee? Ten tweede is economische groei en voldoende werkgelegenheid in Nederland niet vanzelfsprekend, en de vooruitzichten zijn minder positief dan in het verleden. We weten dat het openbaar bestuur die economische groei kan ondersteunen. Maar hoe moeten we dat bestuur dan inrichten? Kortom, alle aanleiding om te onderzoeken hoe ons openbaar bestuur beter kan.”

Regionale samenwerking is de sleutel om daar iets aan te doen?

“We zeggen twee dingen. Met een beter aanpassingsvermogen en een hogere handelingssnelheid kan het bestuur de economie beter dienen. Daarnaast doet de werkelijkheid zich in Nederland voor op regionaal niveau, zowel voor burgers als bedrijven en bestuurders. Daily urban systems, met een duur woord. Wonen, werken, onderwijs, mobiliteit, ruimtelijke ordening: dat vindt allemaal niet plaats binnen de administratieve grenzen van een gemeente of de historische grenzen van een provincie. Op die regio zouden we onze aandacht dus moeten richten.”

Komt er op deze manier een nieuwe bestuurslaag bij?

“Nee, we willen alleen ruimte scheppen voor die bestuurlijke regionale samenwerking. Wij zeggen: laat daar wat meer differentiatie in toe. Een regio mag daarbij als het ware zijn eigen bestuurlijke jasje kiezen. We willen geen blauwdrukken of one size fits all. En de democratische legitimatie moet blijven verlopen via de gemeenteraden.”

Wordt het openbaar bestuur zo niet ingewikkelder?

“Ons uitgangspunt is een bestuur dat bijdraagt aan economische groei. Dat zal op regionaal niveau moeten gebeuren. Het gaat hier dus niet om de oude discussie over bestuurslagen en eenvormigheid. Het gaat om effectiever bestuur, waarbij gemeenten nauwer gaan samenwerken en provincies een aanvullende rol spelen. Als we blijven denken in termen van de vorige eeuw, pakken we de werkelijkheid niet. In plaats daarvan moeten we niet-hiërarchisch denken, in termen van horizontaal bestuur waarin op gelijkwaardige basis wordt samengewerkt.”

Infographic bij rapport 'Maak Verschil'
Infographic bij rapport 'Maak Verschil'

Heeft iedere regio in Nederland straks zijn eigen economisch profiel, als het aan u ligt?

“Ja. Voor dit rapport hebben we intensief gesproken met die regio’s, met bedrijven, kennisinstellingen, sociale partners en bestuurders. Iedereen zegt dat regionale samenwerking het best functioneert en het meeste energie en groei oplevert wanneer je een inhoudelijk programma als basis hebt. Inhoud staat dus voorop. En ja, dat is een uitnodiging aan alle regio’s in Nederland om een eigen profiel te ontwikkelen.”

Wie bepaalt welk profiel, welke ‘inhoudelijke opgave’ dat wordt?

“Alle partijen samen. Rijk, gemeenten, provincies, waterschappen maar ook kennisinstellingen en bedrijven – zij maken samen een interbestuurlijk kader waarin ze  afspreken hoe ze op die uitnodiging ingaan. Met welk proces en welk tijdpad, het mag niet vrijblijvend zijn. Het primaat ligt bij de gemeenten.”

Worden die regionale partners het wel eens? Dat lukt niet altijd in de lokale politiek…

“Dat zal dan wel blijken. We komen niet met blauwdrukken, het initiatief ligt bij de regio’s zelf. Maar als dat eindigt in vrijblijvendheid of onenigheid, moet je ook met elkaar durven afspreken dat je er op een gegeven moment een klap op geeft. Onwilligheid moet je niet belonen.”

In het rapport gaat het ook over een mogelijk ‘zwaardere rol’ voor een centrumgemeente. Maar inwoners van een ‘randgemeente’ mogen daar niet stemmen…

“Daar zit geen probleem, de democratische legitimatie blijft via de gemeenteraden verlopen. In de best practices zien we verschillende oplossingen voor de positie van de gemeenteraad. In de Drechtsteden bestaat een soort regionale ‘Drechtraad’, in de U-10, waarin Utrecht en de omliggende gemeenten samenwerken, doen ze dat op een netwerkachtige manier. Ook dat is dus geen one size fits all. Maar de gemeenteraden zijn in beide gevallen nauw en vanaf het begin betrokken.”

In het rapport vallen termen als ‘adaptief vermogen’, ‘niet-hiërarchische samenwerking’ en ‘verbindingen leggen’. Dat klinkt wat vaag. Kan daar wel doortastend bestuurd worden?

“Jazeker! Iedereen snapt aanpassingsvermogen, in onze moderne tijd waarin de ontwikkelingen zo snel gaan. Zelfs de toekomst over vijf jaar is lastig te voorspellen. Anderhalf jaar geleden was er nog geen vluchtelingenproblematiek. Maar nu lijkt het of de bankencrisis en de Eurocrisis nooit hebben bestaan. Als kansen zich voordoen, moet je erop inspelen.

Verder ontwikkelt de samenleving zich nu eenmaal in een niet-hiërarchische richting. Mensen zijn beter opgeleid, er is veel meer kennis en toegang tot kennis. De werkvloer is de afgelopen tien, twintig jaar ook veel minder hiërarchisch geworden.

De werkelijkheid waar we ons op richten is boeiender en levert meer resultaat op dan we soms denken. Zo staat het ook in ons voorwoord. Nederland is wereldwijd het 131e land qua oppervlakte, het 67e qua bevolking maar nummer 18 qua economie. We punch above our weight, zoals de Engelsen zeggen. We boksen in een gewichtsklasse die eigenlijk te hoog voor ons is. Dat heeft ook te maken met ons aanpassingsvermogen en onze oriëntatie op die werkelijkheid.”

Wanneer bent u tevreden over de impact van dit rapport?

“Je hoopt natuurlijk nooit dat een rapport dood voor de kast valt. Maar alleen applaus, daar heb je ook niks aan. Als dit stuk wordt gebruikt om discussies te voeren, vind ik dat al belangrijker. En het zou mooi zijn als onze manier van denken terugvinden in verkiezingsprogramma’s en in de nieuwe kabinetsperiode. Ons rapport heet niet voor niets ‘Maak Verschil’…”