Foto Jonas Roosens

‘Als we nu niet investeren, verliezen we de slag’

Susanne Caarls is coördinerend beleidsmedewerker voor de Europese Agenda Stad, de prioriteit van BZK tijdens het Nederlandse EU-voorzitterschap. Waarom is dat thema zo belangrijk? En wat gaat het concreet opleveren?

Twaalf thema’s

EU-voorzitter Nederland en de Europese commissie hebben een enquête gehouden onder lidstaten, steden, NGO’s en experts met de vraag wat de prioriteiten voor de Europese Agenda Stad moeten zijn. Dat heeft de volgende lijst opgeleverd:

  1. Banen en vaardigheden in lokale economie

  2. Stedelijke armoede 

  3. Huisvesting

  4. Inclusie van migranten en vluchtelingen

  5. Duurzaam gebruik van land en “nature based” oplossingen

  6. Circulaire economie

  7. Klimaatadaptatie

  8. Energietransitie

  9. Stedelijke mobiliteit

  10. Luchtkwaliteit

  11. Digitale transitie

  12. Innovatieve en verantwoordelijke publieke aanbestedingen

Wat is voor jou de kern van het concept ‘Europese Agenda Stad’?

“Zeventig procent van de wet- en regelgeving uit Brussel wordt door steden geïmplementeerd. Maar die steden zitten niet aan tafel bij het opstellen van die regels. De Europese Agenda Stad wil dus urban proof beleid opleveren. Bijvoorbeeld via partnerships tussen lidstaten, steden en de Europese Commissie. Die overheden praten dan voor het eerst rechtstreeks met elkaar. Samen gaan zij na waar het fout gaat met beleid. Dit noemen we een ‘multi level samenwerking’. Ze richten zich op regelgeving, maar ook op financiering en kennis rond de belangrijkste thema’s voor steden, zoals economie, huisvesting en luchtkwaliteit.”

Waarom zo veel nadruk op die stedelijke regio’s?

“Steden zijn de toekomst. Daar komt alles bij elkaar. Positieve zaken als economische ontwikkeling en innovatie, maar ook armoede, integratiekwesties en criminaliteit. Door problemen en oplossingen binnen de stad gelijktijdig aandacht te geven, kunnen we  stappen vooruit zetten.”

De Europese Agenda Stad moet ‘belemmeringen’ wegnemen. Welke belemmeringen bijvoorbeeld?

“De gemeente Utrecht doet mee aan de pilot van het partnership rond het thema ‘luchtkwaliteit’. Iemand van de gemeente gaf aan dat het gaat om de lucht in zíjn stad. Maar de gemeente bepaalt maar 20 procent van de regelgeving. Nog eens 20 procent bepalen we nationaal, en de overige 60 procent is Europees of internationaal. Effectieve oplossingen vragen dus om samenwerking met de EU.”

Het gaat ook om toegang tot Europese fondsen. Moet de EU meer in steden investeren?

“Nee. Het gaat niet om extra geld, we willen alleen beter gebruik maken van de bestaande fondsen. En daarbij willen we bureaucratisch gedoe voorkomen. Als een stad onderzoek wil doen naar een bepaald onderwerp en vervolgens een pilot in gang wil zetten, moeten ze twee keer een tijdrovende, ingewikkelde subsidieaanvraag doen. Als we die aanvragen stroomlijnen en bundelen, is dat winst voor iedereen.”

Justus-Lipsius-gebouw, zetel van de Raad van de Europese Unie, foto: Jonas Roosens

Is er veel belangstelling voor dit concept in Europa?

“Absoluut. Alle lidstaten, de Europese Commissie en het Europees Parlement steunen dit initiatief. We werken nu aan het Pact van Amsterdam, een verklaring die naar verwachting op 30 mei onderschreven wordt door de Europese ministers voor stedelijke ontwikkeling. In dit pact, dan nog informeel, leggen we de spelregels vast. We streven ernaar om het in juni te laten formaliseren door middel van raadsconclusies in de Raad van Algemene Zaken. Op dit moment onderhandelen we over de tekst van het pact. Die onderhandelingen gaan goed, we ervaren brede steun.”

Komt er met zo’n partnership geen bestuurslaag bij, levert dat geen ‘bestuurlijke drukte’ op?

“Nee, er komt geen extra laag. We willen juist problemen oplossen. De partnerships  worden voor twee tot drie jaar opgericht. Het worden nadrukkelijk geen praatclubs die zichzelf in stand houden. In de eerste zes tot negen maanden gaan ze inventariseren. Welke kansen liggen er op een bepaald gebied, welke bottlenecks? Vervolgens gaan we de actiefase in, ervaring opdoen met het beleid, bijvoorbeeld met een pilot. Na die twee tot drie jaar moet er dan een advies liggen dat in de praktijk is getest. Dit brengen we dan onder meer in bij het REFIT-programma, de herziening van bestaande EU-regelgeving onder leiding van Eurocommissaris Frans Timmermans.”

Critici vinden al dat de EU zich met te veel onderwerpen bemoeit…

“We willen met de Europese Agenda Stad geen nieuw beleid creëren. Neem het voorbeeld van huisvesting: dat is geen competentie van de Europese Commissie. Maar EU-regelgeving, bijvoorbeeld op het gebied van financiering en milieu, heeft wel invloed op de sociale woningbouw. Via de Europese Agenda Stad kunnen steden elkaar helpen om slimme oplossingen te ontwikkelen.”

Suzanne Caarls
Suzanne Caarls in Europese wijk van Brussel, foto: Jonas Roosens

Er is een Europees huisvestingspartnership in de maak. Wat houdt dat in?

“Dit partnership wordt gecoördineerd door Slowakije en richt zich onder meer op energie-efficiënt bouwen. Pilots op dat gebied kosten veel geld. Als we samenwerken, kunnen de kosten van duurzaam bouwen naar beneden. Daar kan ook het Europees Fonds voor Strategische Investeringen (EFSI), het zogenoemde Junckerfonds, een bijdrage aan leveren. Er zit 300 miljard in de pot, daarmee wil de Europese Commissie  economische groei in Europa stimuleren. Een van de hoofdthema’s is duurzaamheid, daar kunnen we met dit partnership mooi bij aansluiten.

Bijzonder aan zo’n partnership is dat zowel lidstaten (zoals Slowakije en Luxemburg), steden (Wenen en Riga) en de Europese Commissie daar deel van uitmaken, maar ook een woningbouwkoepel als Aedes. Zo brengen we meer diversiteit en meer kennis in. Er ontstaat een nieuw spel tussen steden, lidstaten en de Europese Commissie.”

Wat zijn je verwachtingen voor de toekomst van de Europese Agenda Stad?

“Ik denk dat het een hoge vlucht zal nemen. Nederland is nu voorzitter van de EU, Frans Timmermans werkt aan betere regelgeving en we hebben hard gelobbyd voor de Europese Agenda Stad. Nu moet het gebeuren. Met het Pact van Amsterdam zetten we het echt op de kaart. Iedereen moet eraan wennen, maar dit kan echt het verschil maken. Steden sterker maken, daar kan heel Europa van profiteren. Vergis je niet: in de rest van de wereld groeien steden aanzienlijk harder dan in Europa. Als we nu niet investeren, verliezen we de slag mondiaal, ook in economisch opzicht.”