Tekst Robbert jan Gorgels
Foto Rob Acket

In de Regio Zwolle werken twintig gemeenten, met opgeteld 675.000 inwoners  in vier provincies, samen op economisch gebied. Het is ook een van de proeftuinen waarin geëxperimenteerd wordt met de rol van de regio. Dit in het kader van het rapport ‘Maak Verschil – Krachtig inspelen op regionaal-economische opgaven’, van de studiegroep Openbaar Bestuur, dat minister Plasterk in maart naar de Tweede Kamer stuurde. Wethouder René de Heer van de gemeente Zwolle is in ieder geval meer dan enthousiast. “Als we echt grensoverschrijdend kunnen opereren, kunnen we een global player worden.”

Hoe kwam de regionale samenwerking rond Zwolle van de grond?

“Eigenlijk heel spontaan. Zwolle telt meer dan 100.000 inwoners en heeft een sterke centrumfunctie, maar er liggen in de omgeving ook andere flinke gemeenten met 50.000 tot 60.000 inwoners. In 2009 kwamen vijftien burgemeesters uit de regio bij elkaar. Zij waren het met elkaar eens dat er meer uit de onderlinge samenwerking te halen viel. Scherper geformuleerd: dat we elkaar verder konden helpen in plaats van elkaar te blokkeren. Bij dit initiatief voegden zich later nog eens vijf gemeenten. In 2011 kwam er één gezamenlijke sociaal-economische agenda voor de regio, met als thema ‘grenzeloos ondernemen’. De samenwerking was vanaf het begin vrijwillig, maar niet vrijblijvend. Ook niet als het ging om de bekostiging en de besluitvorming. Het bleek een succes. Niet alleen vanwege de samenwerking tussen de overheden, maar juist ook door de betrokkenheid van partners uit onderwijs en bedrijfsleven. De regio scoort de laatste jaren steevast hoog op economische groei en werkgelegenheid. Zwolle staat nu op plaats 4 van de ranglijst economische toplocaties van Elsevier en Bureau Louter. We hebben sterke clusters van bedrijven rond Kunststoffen en Health kunnen bouwen. En ik ben ervan overtuigd dat we dankzij dit economische klimaat bijvoorbeeld het distributiecentrum van Wehkamp.nl - een van de meest geavanceerde ter wereld – voor de regio hebben kunnen behouden.”

Hoe kregen jullie alle neuzen dezelfde kant op?

“Door de opgave voor de overheid, in ons geval een duidelijke economische ambitie, centraal te stellen. Alle gemeenten onderschreven het belang van innovatie en kennis. Maar voor kleinere gemeenten is het moeilijk om daar effectief in te investeren. Gezamenlijk hebben we daarom het kenniscentrum Kennispoort Regio Zwolle opgericht. De financiering is helemaal op vrijwillige basis tot stand gekomen: elke gemeente betaalt één euro per inwoner. De vraag is wel hoe dat verder moet. De Regio Zwolle ontwikkelt zich snel tot een centrum dat net zo booming is als Eindhoven of de Randstad, ook als je kijkt naar onze  bijdrage aan het bruto nationaal product. Hoe ga je dan om met verschillende snelheden binnen die regio? Hoe zorg je dat de juiste besluiten over infrastructuur genomen worden, die de meest dynamische centra als eerste ontsluiten?”

Het pand van Wehkamp

Werden jullie gesteund door andere overheidslagen?

“Met de provincies en met BZK zijn er altijd goede contacten geweest. De vier provincies van onze regio hebben ook altijd geloofd in de ‘grensontkennende’ samenwerking. BZK heeft ons goed gesteund door ons niets in de weg te leggen. We kregen alle vrijheid, en onze  vrijblijvende structuur houdt nu al vijf jaar stand. Dat we nu als proeftuin fungeren voor BZK, VNG en IPO valt mooi samen met onze doorontwikkeling. We komen uit de crisis, bedrijven nemen weer mensen aan. We moeten een nieuwe generatie opleiden, zij zullen werk gaan doen wat we ons nu nog niet kunnen voorstellen. Wist je al dat er momenteel verzekeringsmaatschappijen zijn die gamers inhuren? We willen die boot niet missen, dus stoppen we veel energie in de driehoek onderwijs, arbeidsmarkt en bedrijfsleven. Zo hebben we een Techniekpact en zetten we in op expertisecentra voor logistiek en e-commerce. We willen mensen afleveren waar bedrijven om zitten te springen.”

Waarom is de regio daarbij zo belangrijk?

“We formuleren ten eerste een gezamenlijk regionaal belang en profiel. Hoe wil je gezien worden? Met welke thema’s ga je aan de slag? Zo voorkom je dat elke gemeente zijn eigen koers vaart. Ten tweede vormen we een duidelijk aanspreekpunt voor provincie, rijk en Brussel. Ten derde werken we mét elkaar voor elkaar. Ik zeg altijd ‘Alleen ga je sneller, samen kom je verder’.”

'BZK heeft ons gesteund door ons niets in de weg te leggen.'

Maatschappelijke opgaven worden complexer, raken meer met elkaar verweven en spelen in toenemende mate op het regionale niveau. Van het openbaar bestuur wordt verwacht om snel en adequaat hierop in te kunnen spelen. In het rapport ‘Maak verschil’ doet de Studiegroep Openbaar Bestuur aanbevelingen om de wendbaarheid van het openbaar bestuur te vergroten om daarmee een bijdrage te leveren aan economische groei.

Naar aanleiding van ‘Maak verschil’ zijn BZK, de Vereniging van Nederlandse Gemeenten en het Interprovinciaal Overleg gestart met zes proeftuinregio’s om de aanbevelingen van de studiegroep in de praktijk te toetsen en uit te werken. De proeftuinen bieden de mogelijkheid om kansen en knelpunten te duiden en deze, in de vorm van een uitvoeringsagenda, mee te geven bij de komende kabinetsformatie.

Lees meer over de Studiegroep Openbaar Bestuur.

Wat heeft de regio nodig om zich verder te ontwikkelen?

“Het is niet altijd koek en ei. Sommige projecten komen niet van de grond. Gemeenten hebben veel op hun bordje. Maar het helpt enorm als je focus hebt en speerpunten kiest, in plaats van alles een beetje te doen. Daarom is deelname aan de proeftuin ook belangrijk. Het zou mooi zijn als we wat flexibeler met de financiën mogen omgaan. En inzetten op een regionale beleidsagenda kan ook geen kwaad. Bovendien kent het Rijk nog veel gescheiden geldstromen. Dat is niet bevorderlijk voor een integraal arbeidsmarkt- en innovatiebeleid. Het zou mooi zijn als de proeftuin leidt tot een meer integrale blik vanuit Den Haag. We hebben wel degelijk te maken met beperkingen die we voor onze ondernemers liever niet zouden willen. Zoals de kapper die geen wijntje mag inschenken voor zijn clientèle.”

Ondervind je als regio ook weerstand?

“Jazeker. Het is altijd lastig om te beslissen of je geld rechtstreeks in een lokaal doel investeert of in iets algemeens dat niet direct te herleiden is naar een concreet project. Gemeenten moeten afwegingen maken met schaarse middelen. De legitimatie van beslissingen is soms kwetsbaar.”

Wat is uw droomscenario voor de regio?

“Dat we vanuit onze energie en economische kracht een vliegwiel blijven voor de regio. Dat we niet stilstaan maar op zoek gaan naar de volgende stap om het succes vast te houden. Mijn lonkend perspectief is een regio waarin burgers en ondernemers zich gemakkelijk kunnen bewegen, waarin overheden welzijn en welvaart voorop stellen. Niet op basis van administratieve grenzen of deelbelangen, maar met elkaar. Met oog voor wat nabij is. We hoeven geen eigen universiteit, want er staan goede universiteiten in Twente en Groningen. Daarvoor is goede infrastructuur natuurlijk wel belangrijk. Maar dan kun je ook echt grensoverschrijdend zijn. Stel je voor dat we onze kennis van kunststoffen kunnen verbeteren, samen met de Universiteit Twente en hun internationale wetenschappelijke netwerk. Dan kunnen we een ‘global’ speler worden. Dankzij de urbanisatie komt het zwaartepunt meer en meer bij steden te liggen. Dáár moeten we de welvaart creëren. Dat betekent ook dat we elkaar moeten steunen. Onlangs kwam een groot bedrijf bij verschillende gemeenten hier in de omgeving shoppen voor de laagst mogelijke grondprijs. Toen heb ik gezegd: ‘Het spijt me, maar je hebt al een aanbod uit de regio gehad’ We staan voor elkaar.”

Infographicg Openbaar Bestuur 'Maak verschil'