Tekst Robbert-Jan Gorgels
Foto John van Helvert

Burgemeester Marga Waanders van het Friese Dongeradeel, waar onder meer Dokkum onder valt, heeft al zes jaar ervaring met regionale samenwerking in Noordoost Fryslân. Het is de tweede proeftuin binnen het Programma Proeftuinen ‘Maak verschil’ die we in Blik op BZK belichten. Het feit dat het hier om een krimpregio gaat, geeft deze proeftuin een bijzonder karakter. “Je moet weten waar je naartoe wil. Alles begint met een gedragen profiel.”

Burgemeester Marga Waanders

In 2010 richtten zes gemeenten in Noordoost Friesland samen met de provincie en het waterschap het Samenwerkingsverband Netwerk Noordoost Fryslân op. Al snel sloten andere partijen zich aan: woningbouwverenigingen, onderwijsinstellingen, zorgverleners, natuurorganisaties en ondernemersvereniging ONOF. Waanders: “We wilden zelf het initiatief nemen als het gaat om de toekomst van onze regio. Noordoost Fryslân heeft veel sterke kanten. We hebben een grote gemeenschapszin, een sterk midden- en kleinbedrijf en ook toeristische potentie, met onze prachtige natuur, watersportmogelijkheden en de nabijheid van de Waddenzee. Maar we zijn van oudsher ook een kwetsbare regio, met een opleidings- en gezondheidsniveau dat onder het landelijk gemiddelde ligt en een werkgelegenheid die vooral van kleine bedrijven afhankelijk is. Bovendien daalt de bevolking, we zijn een krimpregio We realiseerden ons dat we alleen gezamenlijk een antwoord op onze opgaven konden formuleren.”

Noordoost Fryslân is een van de zes proeftuinen ‘Maak verschil’

Deze proeftuin probeert een toekomstbestendige en vitaal, regionaal- economische structuur van Noordoost Fryslân te realiseren. Dit gebeurt in de vorm van een programma van openbaar bestuur, bedrijfsleven en onderwijs. In dit proces wil men meer duidelijkheid krijgen over de mogelijke kansen en knelpunten die samenhangen met het in de praktijk brengen van de aanbevelingen van ‘Maak verschil’, bijvoorbeeld op het terrein van deregulering, herziening van de financiële verhoudingen en het aandacht geven aan mensen in het openbaar bestuur, zoals gemeenteraadsleden in de regio.

Programma Proeftuinen ‘Maak verschil’

In het rapport ‘Maak verschil’, van de Studiegroep Openbaar Bestuur is onderzocht welke kansen er liggen voor verdere economische ontwikkeling door de inrichting en werkwijze van het openbaar bestuur beter te organiseren. Om meer inzicht te verkrijgen in wat werkt en niet werkt bij regionaal economische samenwerking, en daaraan gerelateerde thema’s zoals wetgeving en financiën, toetsen de zes geselecteerde proeftuinregio’s de aanbevelingen van de Studiegroep Openbaar Bestuur in hun samenwerkingspraktijk. De ervaringen in de proeftuinen leiden tot een advies in het voorjaar van 2017 over de inrichting en werkwijze van het openbaar bestuur voor het volgende kabinet. De proeftuinen ‘Maak verschil’ zijn een gezamenlijk initiatief van Rijk, VNG en IPO.

Op donderdag 8 december 2016  is de werkconferentie PROEF VERSCHIL. Kijk hier voor meer informatie: http://proeftuinenmaakverschil.nl

Dorpskernen

Na een analyse van de sterke en zwakke kanten van de regio stelde het samenwerkingsverband een sociaal-economisch masterplan en een investeringsagenda, genaamd ANNO, op. Met 40 miljoen euro vanuit de gemeenten, de provincie en het Waddenfonds werden en worden projecten voor de hele regio gerealiseerd. Met de komst van De Centrale As, een noord-zuidverbinding waar al twintig jaar over gesteggeld werd, ontstaan nieuwe kansen voor de dorpen langs de oude verbinding. Dankzij het project Kansen in Kernen worden dorpskernen heringericht. Er werd geïnvesteerd in watersportvoorzieningen en toeristische infrastructuur in plaatsen als Dokkum en Kollum. Zelfs het aantal vissoorten richting het Lauwersmeer werd uitgebreid. Stationslocaties worden opgeknapt en vanuit de ondernemers kwam er een gemeenschappelijke visie op de detailhandel in stad en dorpen. Starters en exporteurs werden ondersteund. Een campagne voor regiomarketing leverde mooie resultaten op.

Vuist maken

Waanders is tevreden over wat er bereikt is: “Het doel dat ons voor ogen staat is een vitale regio, waar mensen kunnen wonen en werken en een goede opleiding kunnen volgen. We merkten dat de samenwerking aansloeg. Het voorgezet onderwijs stak de koppen bij elkaar, gemeenten werden het sneller eens over de locatie en financiering van regionale voorzieningen als een bibliotheek en over de aanstaande mobiliteitscentrale. De Atlas, een project dat BZK heeft ondersteund, helpt ons bij de zoektocht naar een toekomstbestendige voorzieningenstructuur. We realiseerden ons gewoon dat alleen samenwerking de regio vitaal kan houden.”

Op de krimp die de regio boven het hoofd hangt, wordt geanticipeerd. Waanders: “Met de corporaties en onderzoekers maken we nu bijvoorbeeld een diepgaande analyse. Waar zit de mismatch tussen vraag en aanbod op de woningmarkt? Welke kwaliteit en welke kwantiteit hebben we nodig voor een bevolking die daalt en veroudert? Zo kunnen we leegstand, zoals in Oost-Groningen waar simpelweg onvoldoende starters zijn, voorkomen. Ook voor vrijkomende maatschappelijk vastgoed is herbestemming niet altijd een optie. Uiteindelijk zal er ook bij ons in de regio gesloopt moeten worden. De vraag is nog wie de financiële gevolgen daarvan voor zijn rekening gaat nemen. Daarover zijn we in gesprek met minister Blok. We hebben hier een prachtig gebied, we moeten tegen elke prijs voorkomen dat het afglijdt en verpaupert. Die lobby voeren we als regio samen richting het Rijk en de Tweede Kamer. En overigens ook samen met de vier andere provincies met krimpregio’s. Alleen samen kunnen we die vuist maken.”

Overleg met burgemeester Waanders

Bestuurlijke drukte

De samenwerking ging niet steeds vanzelf. Waanders: “Kiezen voor vrijwillige samenwerking betekent ook dat je te maken krijgt met bestuurlijke drukte en cultuurverschillen. De ene gemeente is de andere niet en bij een provincie werkt het wéér anders. Natuurlijk ontstaat er wel eens irritatie. En dan bestaat er ook nog een zekere spanning tussen de regionale samenwerking en de lokale democratie. Maar de opgaven voor de regio dwingen ons tot focus en samenwerking. Het is heel belangrijk om de achterbannen goed aangehaakt te houden, daar maken we ook veel werk van.”

Trots is de burgemeester op de DOM’s, de Dorps Ontwikkelingsmaatschappijen. Bewoners en gemeenten werken daarin samen om de historische kwaliteit van de dorpen te behouden. De DOM’s besluiten gezamenlijk waar een opknapbeurt nodig is. Er is volop ruimte voor particulier initiatief en er is ook een financiële regeling, met zowel subsidies als leningen. Het leidt volgens Waanders tot prachtige resultaten in de dorpen, maar ook tot een gevoel van trots, gemeenschapszin en gastheerschap.

Goed onderbouwd profiel

“Wat we hier in Noordoost Fryslân van de rijksoverheid nodig hebben? Met de andere krimpregio’s willen we de balans tussen groei- en krimpgebieden in ons land weer herstellen. We kunnen grote stukken van ons land toch niet aan hun lot overlaten? Niet dat we zielig zijn hoor. Het is hier prachtig wonen en prima recreëren. Maar we zijn inderdaad op zoek naar financiële steun, want de middelen van gemeenten en de provincie zijn niet toereikend. Maar alles begint bij de regio zelf. En dan vooral met een gedragen en goed onderbouwd economisch profiel voor die regio. Daaraan werken we nu in de proeftuin, samen met ondernemers en ondersteund door drie ministeries en de wetenschap. Begin volgend jaar leveren we dat profiel en de marsroute voor de komende jaren op. Als we weten waar we naartoe willen, is de rest een kwestie van de juiste stappen zetten.”

‘Mooie prestaties, maar de visie staat nog in de kinderschoenen’

Marijn Molema

Marijn Molema is als researcher verbonden aan de Fryske Akademy. Hij doet al tien jaar onderzoek naar regionale economische ontwikkeling in ons land.

“De regionale samenwerking in Noordoost Fryslân is inderdaad sinds 2002 goed op gang gekomen. Zeker op het gebied van infrastructuur zijn er ook aansprekende resultaten geboekt. Dat zijn mooie prestaties, want van oudsher zijn de culturele verschillen tussen ‘de klei’ in het noorden en ‘het zand’ in het zuiden groot. Een bestuurlijke samenhang en een gezamenlijke agenda vormen is dus gelukt. Stap twee is nu een gezamenlijke visie vormen. Een beleidsvisie, gericht op innovatie en de kenniseconomie. Die ambitie is er wel, maar de visie zelf staat nog in de kinderschoenen. Grootse groeiscenario’s zijn voor deze regio misschien niet realistisch, daarvoor is het bedrijfsleven te ijl, te dungezaaid. Maar de bestaande werkgelegenheid en bedrijvigheid behouden is al een mooi doel op zichzelf.

De goede samenwerking tussen Rijk, provincie en gemeenten was in het naoorlogse industriebeleid een belangrijke succesfactor. Sinds de jaren tachtig heeft de overheid minder aandacht voor economisch kwetsbare gebieden. Ik merk nu al dat de landelijke aandacht hier veel energie oplevert. De samenwerking maakt de regio ook wendbaarder. Naast landbouw en toerisme zit er wel degelijk een rode draad in de activiteiten in Noordoost Fryslân. Bouwnijverheid, metaalnijverheid en de levensmiddelenindustrie zijn van oudsher sterk. Het is een doenersregio, een beetje het Rotterdam van het noorden. Van daaruit zouden we naar dat ‘gedragen profiel’, waar burgemeester Waanders het over heeft, kunnen toewerken. Met aandacht voor innovatie, human capital, een gezamenlijke export- of acquisitiestrategie.

Het zou mooi zijn als ook de bedrijven en inwoners daar direct iets van gaan merken. In de vorm van projecten, banen, innovatie. Daar is het nu nog te vroeg voor, merkten wij in onze interviews met de regionale ondernemers.”