Tekst Harriot Voncken
Foto Kick Smeets

De Drechtsteden kennen een lange traditie van samenwerking in de Drechtraad. Een uniek orgaan in bestuurlijk Nederland, met raadsleden uit de gemeenten Alblasserdam, Dordrecht, Hendrik-Ido-Ambacht, Papendrecht, Sliedrecht en Zwijndrecht. Hoe kan de samenwerking nòg beter? Dat onderzoeken zij als proeftuin in het programma ‘Maak verschil’.

In de Drechtsteden spreken ondernemers en overheid elkaar regelmatig, om gedeelde visies en plannen op te stellen. Dat vertellen Peter Verheij, wethouder in Alblasserdam (SGP) en lid van het Drechtstedenbestuur, en ondernemer Jacob Klink. Klink is eigenaar van het bedrijf Reehorst Dordrecht en tevens bestuurslid en aankomend voorzitter van de regionale ondernemersvereniging Werkgevers Drechtsteden.

Peter Verheij: “De afgelopen tien jaar is de samenwerking in de Drechtsteden alleen maar intensiever geworden. Eerst wilden de gemeenten er vooral hun eigen belang mee dienen in de raad. Nu zetten raadsleden en bestuurders steeds vaker een regionale bril op en zeggen ze: ‘wat goed is voor de regio, is goed voor ons’. Tien jaar geleden durfden we dat niet zo openlijk uit te spreken.”

Waar komt dat besef van nut en noodzaak van de regio vandaan?

Klink: “Simpel gesteld: je kunt het individueel doen als ondernemersvereniging of gemeente. Maar dankzij de samenwerking kun je zeggen: al het georganiseerd ondernemerschap in de Drechtsteden staat achter me. Dan ben je een gelijkwaardige gesprekspartner voor bijvoorbeeld het Havenbedrijf Rotterdam of de grote steden in de Randstad.”

Verheij: “Wij staan stil bij wat nu de urgente problemen zijn en hoe we die opgelost krijgen. Er moet echt wat gebeuren om de bereikbaarheid en de woning- en arbeidsmarkt te verbeteren. Dat krijg je als bestuurder van een gemeente met 20.000 inwoners niet gebolwerkt. Maar wél als we het hebben over 260.000 of 300.000 duizend inwoners. Dan word je ook gezien in de Haagse netwerken. De regioschaal doet er steeds meer toe: bij de provincie, in Den Haag én Europa. We willen burgers blijven bedienen op de lokale schaal maar bundelen daarnaast de regionale kracht die nodig is om vooruit te gaan.”

Wethouder te Alblasserdam Peter Verheij (met stropdas)  en Jacob Klink namens de werkgevers Drechtsteden
Peter Verheij en Jacob Klink

Hoe ziet jullie samenwerking er concreet uit?

Verheij: “Onze bestuurlijke structuur in de regio is al goed georganiseerd. De Drechtraad is maximaal democratisch gelegitimeerd: hij bestaat uit raadsleden uit elke gemeente. Hun ‘stemgewicht’ is gebaseerd op het aantal stemmen dat hun partij kreeg tijdens de gemeenteraadsverkiezingen. Zo representeren Dordtse raadsleden in de Drechtraad in totaal 478 stemmen, en de raadsleden uit Alblasserdam 89. Onderling is een regioprogramma afgesproken. Met werkgevers spreken we bijvoorbeeld van tevoren over het meerjarenprogramma.”

Klink: “De ondernemersvereniging heeft nu ook een samenwerkingsverband getekend met lokale verenigingen. Zodat wij samen met lokale belangenbehartigers, overheden en andere stakeholders naar Den Haag of provincie op kunnen treden.”

Verheij: “Zo maak je met elkaar een vuist en vertel je een kloppend verhaal. Dat is veel sterker dan wanneer een overheid of ondernemersvereniging hetzelfde verhaal los van elkaar vertelt.”

Wat zijn de problemen waar jullie op regionale schaal aan werken?

Klink: “De bereikbaarheid van de A15 bijvoorbeeld. Als je een stukje van de A15 aanpakt, verschuift het probleem naar de A16. Dan schiet je dus in je eigen voet. Dit vraagstuk moeten we regionaal oppakken. Samen met de provincie Noord-Brabant, Rotterdam en Gorinchem kun je een langdurige oplossing veel beter gestalte geven.”

Verheij: “Daarnaast zijn er nog twee belangrijke thema’s. Onze woningmarkt heeft een te gemiddelde kwaliteit. En er is een gat tussen onze arbeidsmarkt en het opleidingsniveau van onze inwoners. Er wonen van oudsher veel laaggeschoolden, maar de bedrijven vragen meer om hooggeschoolden. Hoe overbruggen we die kloof?”

'Al dat afstemmen tussen partijen hindert de effectiviteit'

Waar denkt u aan?

Verheij: “We willen meer technisch onderwijs naar ons toetrekken. Stel, het Stedelijk Transport College of de universiteit van Delft, Tilburg, Gent of Antwerpen wil hier een opleiding organiseren. Dan moeten we regelgeving die dat belemmert aan de kant kunnen schuiven. Ook financieel zie je dat het onderwijs soms gestimuleerd wordt ‘verkeerde’ dingen te doen. Zoals opleidingen aanbieden die wel leerlingen trekken, maar de regio economisch niet verder kunnen helpen. Binnenkort gaat de Economic Board Drechtsteden van start. Met vertegenwoordigers van het bedrijfsleven, onderwijs, de overheid en dwarsdenkers. Hun taak is agenderen, initiëren en dóen. Ze hebben budget gekregen om de samenwerking tussen onderwijs, overheid en ondernemers op te pakken in concrete projecten. De board is afzonderlijk opgezet van de proeftuin, maar sluit er naadloos op aan.”

Welke voordelen heeft de status van Proeftuin de Drechtsteden opgeleverd?

Verheij: “Het gaf ons een makkelijke verbinding met andere proeftuinregio’s, zoals Zwolle en Zeeland. Zwolle heeft een sterke Economic Board en goede link met de ondernemerswereld. Daar leren wij van. Zeeland draagt samen met ons de gedachte van een Regiofonds uit. Een ander mooi resultaat: de provincie Zuid-Holland heeft met de Drechtsteden een bestuursakkoord gesloten en gezamenlijke agenda opgesteld. Ook zijn er heel concrete afspraken gemaakt over een ‘eigen’ Regiofonds. We investeren met provincie en Drechtsteden in één fonds om integrale vraagstukken op te lossen. Er moet nog besluitvorming over plaatsvinden, maar het voorstel ligt er. Dankzij ‘Maak verschil’.”

Jullie noemen in de rapportage voor ‘Maak verschil’ structuur, regelgeving en financiën als uitdaging voor de toekomst…

Verheij: “Elk thema, vraagstuk en ministerie hanteert zijn eigen gebiedsindeling. In de proeftuin hebben we een interactieve kaart gemaakt van deze mozaïek, dwars door het gebied. Die willen we gaan opruimen. Al dat schakelen en afstemmen tussen partijen hindert de effectiviteit. Daarnaast bestaat ‘de regio’ niet in financiële verhoudingen. Ook al zijn we een juridische entiteit, geborgd in de wet. We kunnen als regio geen subsidies aanvragen uit het Gemeentefonds, dat moet een van deelnemende gemeenten doen. Zet de regio als financieel relevante factor neer! Door een Regiofonds te maken naast het Gemeentefonds. Die gedachte vindt nu weerklank: de Raad voor financiële verhoudingen heeft nu voor het eerst in de toekomstverkenning de regio erkend.”

'Integraal werken is moeilijk voor de regio, maar nog veel moeilijker voor Den Haag'

Wat zijn lessen uit jullie proeftuin voor de rest van Nederland? Wat hebben jullie daarvoor nodig vanuit Rijk, VNG en IPO?

Verheij: “Doorbreek de verkokering. Integraal werken is moeilijk voor de regio, maar nog veel moeilijker voor Den Haag. Elke directeur-generaal wordt voor zijn eigen toko gezet en strijdt daarvoor. Er zijn nog flink wat meters te maken op inhoud als de ministeries mee willen doen. Ook in praktisch opzicht. Het zou ons enorm helpen als er een ‘DG regio’ komt. Een accountmanager voor regio’s, die alles regelt onder de motorkap. Net als wij voor ondernemers doen. Een tweede les is dat de regio financieel op de kaart moet komen. Wij brengen onze geldstromen bij elkaar, nu jullie. Dat is onze uitdaging aan het Rijk. Ons kun je gemakkelijk geld toevertrouwen, we zijn morgen niet verdwenen.”

Klink: “Dit is een regio waar innoverend wordt gedacht en bestuurd. De oproep aan de andere organen is dan ook: denk niet in bestaande structuren, maar zorg dat je je op die innovaties inricht. Daar zijn ondernemers en inwoners bij gebaat.”