Tekst Robbert-Jan Gorgels
Foto Kick Smeets

De Eindhovense wethouder Wilbert Seuren is lid van de bestuurlijke stuurgroep  van de proeftuin Stedelijk Gebied Eindhoven. Zijn ambitie: de positie van de Brainport behouden en uitbouwen. “We doen mee aan de internationale war for talent. Dat kan alleen met een regio die kwaliteit biedt.”

In de regio Eindhoven telde ik drie vormen van regionale samenwerking: de Brainport, de Metropoolregio Eindhoven en het Stedelijk Gebied Eindhoven. Hoe verhouden die zich tot elkaar?

“Het zijn er nog wel meer. Maar kort gezegd richt de Brainport – waarin bedrijven, kennisinstellingen en gemeenten uit onze regio samenwerken - zich vooral op de economische ontwikkeling. De Metropoolregio Eindhoven is een bestuurlijk samenwerkingsverband van 21 gemeenten. Het bestrijkt een wat groter gebied, het grootste deel van oostelijk Noord-Brabant. Het Stedelijk Gebied Eindhoven, opgericht in 2013, vormt eigenlijk het hart van deze regio. Het gaat om de gemeente Eindhoven en acht aangrenzende gemeenten. Dit is het feitelijke daily urban system rond Eindhoven en de Brainport.”

Waarom is samenwerking in de regio zo belangrijk?

“De hele regio profiteert van de Brainport. Sterker nog, het is een landelijk en zelfs een Europees fenomeen. Voor de gemeenten neemt die veel grensoverschrijdende thema’s met zich mee. Hoe gaan we om met bedrijventerreinen, met wonen, met detailhandel en met culturele en sportieve voorzieningen? Die horen allemaal bij het aantrekkelijke vestigingsklimaat waar de hoogwaardige werkgelegenheid van de Brainport om vraagt. Je wil niet te veel voorzieningen, maar ook niet te weinig. Dus is het slim om het met elkaar te regelen. Dit is zowel urgent als ingewikkeld. Want die gemeenten zijn op zichzelf autonoom. Dus we moeten in goede regionale samenwerking zorgen voor de faciliteiten waarmee de Brainport zich verder kan ontwikkelen. Neem onze buurgemeente Veldhoven. Daar is ASML gevestigd, een wereldwijd toonaangevend bedrijf met 15.000 medewerkers, waarvan zo’n 8.000 in Veldhoven. Die medewerkers willen prettig wonen, werken, recreëren. Je hebt goed vervoer en goede voorzieningen nodig, op het gebied van sport, groen en cultuur. Dat kan geen enkele gemeente in zijn eentje realiseren. Je hebt een gezamenlijke agenda en een gezamenlijke uitvoering nodig. Als dat goed gaat, merk je er eigenlijk niets van. Is dat niet goed geregeld, dan merk je dat wel. Denk aan het vertrek van grote delen van de productie en het hoofdkantoor van Philips uit Eindhoven. Je móet elkaar vinden, dat is een succesfactor. Daarom vinden we het ook interessant om als proeftuin te fungeren.”

Welke instrumenten heeft de regio daarvoor nodig?

“Ten eerste meer zeggenschap. Onze regio is niet alleen de thuisbasis van ASML, maar ook van andere grote ondernemingen als NXP, VDL en Philips Healthcare en andere innovatieve, toonaangevende bedrijven op de High Tech Campus. Om dit soort bedrijven te behouden hebben we – nogmaals - een concurrerend vestigingsklimaat nodig. Een klimaat waarin internationaal toptalent zich prettig voelt. Een waarschuwing is hier wel op zijn plaats: dat gaat niet goed. We hebben meer geld nodig, meer ruimte om zelf keuzes te maken in de ‘triple helix’ van overheid, bedrijfsleven en onderwijs. We moeten meer zelf kunnen beslissen in plaats van afhankelijk te zijn van het landelijke circuit.”

'We doen hier mee aan de internationale war for talent'

Wethouder te Eindhoven Wilbert Seuren van oa Ruimtelijke Ordening

Den Haag is ver weg?

“Het gaat om de potentie van de regio. Naast Amsterdam en Den Haag/Rotterdam krijgt nu ook de regio Eindhoven erkenning als economisch kerngebied voor ons land. Overigens moet je die gebieden ook in verband met elkaar zien. Want ten opzichte van echte wereldspelers is onze omvang natuurlijk beperkt. De grote steden in de Randstad weten de weg in Den Haag traditioneel goed te vinden. Onze positie als economisch kerngebied moet gepaard gaan met meer financiële ondersteuning. Dan kunnen we internationaal nog sterker meetellen, dan komt er een multiplier-effect. De instrumenten die we nodig hebben zijn vooral financieel. Erkenning binnen het gemeentefonds voor de belangrijke rol van sterke, kansrijk stedelijke regio’s. Een mogelijkheid om zelf belastingen te heffen. Prikkels om het instellen van een regionaal fonds door de deelnemende gemeenten gemakkelijker te maken. We realiseren ons natuurlijk dat je er met die instrumenten alleen nog niet bent. We moeten het vervolgens ook zelf waarmaken. We kunnen samen met bedrijven investeringen doen, het experiment aangaan. Op het gebied van ruimtelijke ordening zouden we ook meer eigen bevoegdheden kunnen gebruiken. Denk aan ambities op het gebied van stedelijke ontwikkeling, groen, infrastructuur, onderwijs. Op basis van een gezamenlijke omgevingsvisie.”

De regio Eindhoven wordt omschreven als economische wereldspeler en de tweede economie van het land. Wat is de ambitie voor de toekomst?

“We willen die positie behouden en uitbouwen, met oog voor de quality of life voor alle inwoners van onze regio. Wij streven niet naar economie voor de economie, maar om de samenleving vooruit te helpen. We gaan als regio ver op kop als het gaat om het aantal patentaanvragen in Nederland, dat zegt wel iets over onze economische potentie. We doen mee aan de internationale war for talent. Er komen veel expats naar de regio, die wil je behouden. Dat kan alleen met een stad en een omgeving die kwaliteit bieden.”

'Extra investeringen brengen meer geld in het laatje van de BV Nederland'

Welke concrete plannen wilt u in dat kader uitvoeren?

“Het centrum van Eindhoven moet bereikbaarder en aantrekkelijker worden. We missen nog de allure van Rotterdam of Amsterdam. We willen betere verbindingen met Duitsland, met name met Düsseldorf. Een treinstation bij het vliegveld. Groen, het idee van de garden city. We hebben hier prachtige parken, deels nog eigendom van Philips. Het is belangrijk om die te behouden. Financieel is dit lastig. Zo’n regionaal fonds kan helpen om het partnerschap met het Rijk en de provincie verder vorm te geven. Deze investeringen zullen zichzelf terugverdienen. We brengen daarmee meer geld in het laatje van de BV Nederland. Daardoor wordt de koek groter en kunnen ook andere regio’s ervan profiteren.”

Voelt u zich gesteund door ‘Maak verschil’ en de initiatieven van het ministerie van BZK, het IPO en de VNG?

“Het is goed dat de proeftuinen er zijn en in de aandacht staan, maar daarmee zijn we er nog niet. Samenwerking in de regio is nog ingewikkeld door de traditionele indeling in gemeente, provincie en Rijk. Denk aan de democratische legitimatie, die bij de gemeenteraden ligt. Verder merken we dat men landelijk grip wil houden op de ontwikkelingen. Dat maakt het er niet eenvoudiger op.”

Heeft het Stedelijk Gebied Eindhoven baat bij de status als proeftuin?

“De samenwerking in onze regio bestond natuurlijk al. Ik denk eerlijk gezegd dat we in Eindhoven verder zijn dan in de rest van Nederland. Als het gaat om bedrijventerreinen maken wij regionale afspraken en kijken we verder dan ons eigen gemeentelijk belang. Voor zover ik weet vind je dat elders in Nederland niet op deze schaal. Daar zijn we trots op, maar onze ambitie ligt hoger. Met de juiste instrumenten kunnen we die hier samen met het bedrijfsleven en het onderwijs ook waarmaken. Een gevoel van urgentie vanuit het Rijk is belangrijk en nodig, maar laat ons zelf de besluiten nemen. Anders gaat dat ten koste van onze wendbaarheid en besluitvaardigheid.”

Jack Mikkers
Jack Mikkers: ‘Een goede cricketinfrastructuur is een pull factor’

Jack Mikkers, burgemeester van Veldhoven, bestuurslid Brainport en voormalig voorzitter Stedelijk Gebied Eindhoven:

“Als publiek dienaar ben je er problemen van burgers en bedrijven op te lossen. Soms moet dat gebeuren op een andere schaal dan in de traditionele indeling van Rijk-provincie-gemeenten. Als het gaat om de economische strategie of de arbeidsmarkt in onze regio is het niet zo zinvol om daar vanuit Veldhoven alleen aan te werken. Daarom is grenzeloos denken ons motto. Neem het aanbod van bedrijventerreinen. De kracht van de regio, het economische ecosysteem rond Eindhoven, moet daarvoor bepalend zijn. Als elke gemeente voor zijn eigen belang gaat, concurreer je elkaar weg. Gespecialiseerde campussen hier in de regio, bijvoorbeeld rond Health, High Tech, IT en Automotive hebben de laatste jaren voor dynamiek en succes gezorgd. We brengen samen initiatieven bij elkaar, onder de paraplu van de Brainport. Zo voorkomen we versplintering, ten faveure van de burger. Door samenwerking wordt de taart groter. De Brainport is vooral agendasettend en stelt vragen, de overheden geven antwoord binnen hun mogelijkheden.

Dat is allemaal niet vanzelf gegaan. We hebben elkaars taal moeten leren spreken en oog moeten krijgen voor elkaars belangen. Bestaande beelden zijn aangepast. De overheid is niet alleen een remmende factor, bedrijven zijn niet puur uit op winst. Er is een zekere loyaliteit naar het totaal ontstaan, in plaats van naar het deelbelang.

Een probleem is dat verschillen tussen regio’s in de huidige systematiek, ook financieel, niet worden erkend. De Betuwe is een heel ander gebied dan de regio Eindhoven, met heel andere financieringsvraagstukken. Maar vanuit het bestuurlijke systeem zijn alle gemeenten één pot nat. Een hockeycoach vertrouwde mij ooit zijn visie op Nederland toe. Nederlanders vinden dat goede aanvallers ook moeten kunnen verdedigen. Maar volgens mij moet je van goede aanvallers nòg betere aanvallers maken. Zo moet je ook een economisch dynamische regio juist verder brengen in die kracht. Daar profiteert de BV Nederland van. Een voorbeeld. ASML heeft in 2017 zo’n 1200 vacatures voor schaars talent. Deze mensen komen uit de hele wereld, met eigen vragen en behoefte. Neem de mensen uit India. Als we hen een goede cricketinfrastructuur kunnen bieden, is dat een pull factor en een stay factor. Hetzelfde geldt voor Engelstalig onderwijs.

Het Gemeentefonds werkt soms belemmerend. Het aantal woningen telt bijvoorbeeld aanzienlijk zwaarder dan natuurontwikkeling als het gaat om het geld dat naar gemeenten gaat. Maar we hebben beide nodig voor ons vestigingsklimaat. Kortom: we moeten problemen oplossen op het juiste schaalniveau en met de juiste partners.

Het rapport ‘Maak verschil’ vond ik inspirerend. Het bevestigt onze gedachten en daagt uit, een prima rol voor het Rijk. Meer instrumenten in je regionale gereedschapskist geeft ook meer verantwoordelijkheid. We moeten niet alleen klagen over wat het Rijk doet en niet doet, we moeten zelf met een visie komen en nadenken over onze bijdrage aan Nederland als geheel!”