Tekst Robbert-Jan Gorgels
Foto Kick Smeets

De Haarlemse wethouder Cora-Yfke Sikkema en burgemeester Theo Weterings van Haarlemmermeer zijn nauw betrokken bij de Metropoolregio Amsterdam (MRA). Hoe verloopt de samenwerking in deze grote proeftuin met 33 gemeenten, twee provincies en 2,5 miljoen inwoners?

Waarom is de MRA belangrijk?

Weterings: “De MRA beslaat het woon-, werk- en leefgebied tussen IJmuiden en Lelystad en tussen Purmerend en het zuiden van Haarlemmermeer. Het is een van de vijf krachtigste economische regio’s van Europa. Dit gebied willen we ook bestuurlijk een herkenbaar gezicht geven. Met al die overheden, inwoners en het bedrijfsleven willen we onze gezamenlijke verantwoordelijkheid voor dit gebied laten zien.”

Sikkema: “Dat is ook noodzakelijk. Inwoners en bedrijfsleven trekken zich steeds minder van traditionele grenzen aan. Mensen wonen in Haarlem, werken op Schiphol of bij Tata Steel, gaan boodschappen doen in Amsterdam en hun kinderen zitten op school in Heemstede. Daar moet je bestuurlijk rekening mee houden.”

Welk probleem los je op met die intensieve samenwerking?

Sikkema: “Er komen grote opgaven op de gemeenten in de MRA af. De energietransitie is een typisch voorbeeld van iets wat niet elke gemeente voor zichzelf moet gaan oplossen. Haarlemmermeer loopt voorop als het gaat om circulaire economie, Haarlem op het punt van het verduurzamen van de bebouwde omgeving. Zaanstad is bezig met het smart grid, de provincie Noord-Holland met het warmtenet. Zo bundelen we onze krachten. En dan moeten er binnen de MRA tot 2040 ook nog eens 240.000 woningen bijkomen. Hoe gaan we dat als regio stroomlijnen?”

Weterings: “Die samenwerking is inderdaad niet zozeer een oplossing maar een noodzaak. De economische kracht van de MRA maakt het tot een kwestie van nationaal belang dat deze regio ook in de toekomst floreert. Dus moeten we rekening houden met toekomstige arbeidskrachten die zich hier willen vestigen. Daarom hebben we een versnelling in de woningbouw nodig. Het is al lang niet meer van deze tijd om dat als gemeente alleen te doen. Woningzoekenden wegen het aanbod in de hele regio, ze kijken niet alleen naar Haarlem of Amsterdam of Almere. Daarbij willen we graag dat mensen zo veel mogelijk gebruik maken van het openbaar vervoer, ook dat moet je samen zien in te passen.”

wethouder Cora-Yfke Sikkema en burgemeester Theo Weterings
De Haarlemse wethouder Cora-Yfke Sikkema en burgemeester Theo Weterings van Haarlemmermeer voor het gemeentehuis

Wat gaat goed en wat zou beter kunnen?

Weterings: “Wat goed gaat is dat we de discussie begonnen zijn vanuit de inhoud en niet vanuit de structuur. Het gaat niet om het overdragen van bevoegdheden, de gemeenteraden van de betrokken gebieden blijven gewoon bevoegd. Maar ons vertrekpunt was: wat willen we gezamenlijk gaan doen? Daar zijn we in februari 2016 mee begonnen, met het vaststellen van de MRA-agenda. Het is een heel uitvoerig pakket geworden en alle gemeenteraden en provinciale staten hebben daar ja tegen gezegd. Daarna zijn we pas nagegaan wat daarvoor een passende bestuurlijke structuur is. Dat is volgens mij de juiste volgorde, inhoud voorop en daarna pas structuur. Sinds 1 januari bestaat die MRA dan ook formeel, met een heel klein bureautje en vooral de taak om te zorgen dat raden en staten goed aangehaakt blijven. Met al die discussies over structuur zijn we al sinds het eind van de Tweede Wereldoorlog bezig. Daar schiet de samenleving niets mee op.”

Sikkema: “Precies, als het maar geregeld wordt. Het is een dijk van een inhoudelijke MRA-agenda geworden. Wat nog een zoektocht is, is de inzet van mensen, het bundelen van krachten op die thema’s. Het gevaar van ‘eigen gemeente eerst’ ligt toch op de loer. Daarnaast zijn de grotere gemeenten al verder met duurzaamheid, het is belangrijk dat zij de kleinere gemeenten helpen met de hoe-vraag.”

Wat is de ambitie van de MRA voor de toekomst?

Sikkema: “We willen een goede balans handhaven. Al die nieuwe woningen, inwoners, werkgelegenheid en infrastructuur, hoe ga je dat combineren met de groene buffer en de energietransitie?”

Weterings: “Precies, het gaat om een balans tussen de lusten en de lasten. We hebben onze positie mede te danken aan onze infrastructuur, met bijvoorbeeld Schiphol zo dicht bij het stedelijk gebied. Het is echt een kracht als je aan buitenlandse investeerders kunt uitleggen dat ze vanaf Schiphol in twintig minuten in hartje Amsterdam zijn, op de Zuidas of bij het Bioscience Park in Leiden. Tegelijkertijd is ons vestigingsklimaat aantrekkelijk omdat we ook veel groen en natuur hebben. Daar moeten we in blijven investeren. In de Haarlemmermeer hebben we bijvoorbeeld de keuze gemaakt om tussen Hoofddorp en Nieuw-Vennep geen verstedelijking toe te laten, maar te werken aan het park van de 21e eeuw, duizend hectare groen! Verder zit Schiphol aan de grenzen van zijn groei, Lelystad zal voor opvang moeten zorgen. Dat betekent dat de as tussen Schiphol en Lelystad steeds belangrijker wordt. Dus moeten we investeren in wegen, maar zeker ook in openbaar vervoer. Want Almere-Amsterdam Zuid-Schiphol is nu al een van de dikste forenzenstromen.”

Sikkema: “Maar ook de westflank mag meer in beeld: Haarlem, IJmuiden. Daarnaast zou ik graag zien dat duurzaamheid het uitgangspunt wordt, in plaats van nevengeschikt, op het gebied van wonen. Ook dat is een bron van economische kracht voor de toekomst. De hele energietransitie gaat enorm veel werkgelegenheid scheppen, in uitvoering èn ontwikkeling.”

‘We willen voor 2050 van het aardgas af. Dat betekent 35.000 woningen per jaar’

Welke concrete plannen moeten er gerealiseerd worden?

Sikkema: “Los van de nieuwe woningen moeten ook de bestaande 1,2 miljoen woningen verduurzaamd worden. Wij willen ver voor 2050 van het aardgas af. Dat betekent 35.000 woningen per jaar! Op het gebied van circulaire economie brengen we de verschillende afvalstromen in kaart. Hoe kunnen we daar business cases van maken? Bijvoorbeeld op het gebied van textiel. Zaanstad heeft al een bedrijf, Almere wil het ook. Als de MRA zorgt voor voldoende input naar die twee bedrijven, wordt het succesvol. Daarnaast werken we aan warmtenet, waar moeten de leidingen in onze metropool komen? Welke bedrijven kunnen we daarop aansluiten? Bundel de krachten als het gaat om geothermieboringen. Ook richting Rijk, voor de financiering.”

Weterings: “Laten we daarnaast eens denken aan het transformeren van kantoren naar woningen. Daar liggen vaak al goede infrastructuurverbindingen. De twee thema’s die we in de proeftuin verder willen brengen, wonen en energietransitie, hebben alles met elkaar te maken.”

Sikkema: “Zoiets als warmtenet komt van bovenaf, maar er zijn ook initiatieven van onderop. Neem de wijk Ramplaankwartier in Haarlem, een soort dorpje binnen de stad. Die wijk is al actief met collectieve acties rond zonnepanelen op het dak. Zij hebben bij ons aangeklopt met de boodschap ‘wij willen van het aardgas af’. De wijk heeft hierover ook al overleg gehad met de TU Delft. Een mooi voorbeeld in het klein van de verbinding met kennisinstituten… Daarvoor moet er in overleg met het Rijk wel iets veranderen aan de regelgeving. Denk aan het inrichten van regelvrije zones, zodat je met pilots kunt starten.”

Van welke regels heb je last bij zo’n project?

Sikkema: “Er hoeft maar één bewoner in zo’n wijk te zijn die wél nog steeds aardgas wil, dan gaat het al niet door.”

Weterings: “We hebben inderdaad nog steeds een wettelijke verplichting om aardgas te leveren! Terwijl we al akkoorden tekenen om wijken zonder aardgas te ontwikkelen. Je loopt tegen regels aan waarvan je denkt ’dat gaat niet samen’. Ik hoop dat dat een vervolg van de proeftuinen kan zijn, dat we met de Rijksoverheid dat soort hinderlijke of zelfs tegenwerkende regelgeving kunnen aanpakken.”

Sikkema: “De pioniers uit het Ramplaankwartier moesten 30.000 euro extra betalen voor de aansluiting van hun zonnepanelen op het elektriciteitsnet. Dat doorkruiste natuurlijk hun hele businessplan. Dat hebben we met gemeente en Rijk gelukkig goed kunnen oplossen. Je wil dit soort initiatieven van onderop natuurlijk niet laten mislukken.”

Weterings: “Bij een zonnepark dat wij in Haarlemmermeer willen ontwikkelen, bleek dat voor een optimaal rendement de panelen in een bepaalde hoek geplaatst moeten worden. Maar zo zouden we de maximale hoogte vanuit provinciale regels overschrijden. Het kan toch niet zo zijn dat je met minder rendement genoegen moet nemen vanwege zo’n regel? Het ging geloof ik over 30 centimeter.”

‘Natuurlijk is er ook een financiële component. Voor niks gaat de zon op.’

Dus regelgeving is jullie voornaamste hindernis?

Sikkema: “Als gemeente heb je met de energietransitie een behoorlijke klus die ook veel geld kost. In de kabinetsformatie zouden bindende afspraken gemaakt moeten worden over de financiering daarvan. Kabinet, kom met die stip op de horizon, wàt gaan we doen? En laat het aan de regio’s en de grote gemeenten over hóe we dat doen.”

Weterings: “Natuurlijk is er ook een financiële component. Als de regering de doelen voor Nederland gerealiseerd wil zien, zal ze daar flexibel in moeten zijn. Of dat nu gaat via het gemeentefonds of via een groter lokaal belastinggebied in combinatie met minder Rijksbelastingen. Voor niks gaat de zon op.”

Wat valt er te leren uit de MRA?

Sikkema: “Met een heel lichte structuur kun je prima samenwerken, als je maar commitment en vertrouwen in elkaar hebt.”

Weterings: “Dat vind ik ook het belangrijkste. Ga gezamenlijk de problemen aanpakken en geef gemeentebestuurders de mogelijkheden daarvoor. Burgers zijn uitgekeken op een log overheidsapparaat dat alleen maar aangeeft wat er allemaal moet. Ze willen een partner die meedenkt en meewerkt aan het oplossen van problemen. Dat zal ook bijdragen aan de kracht van de lokale democratie. Als het bestuur dingen voor elkaar krijgt, lift het vertrouwen in de democratie daarop mee.”