Tekst Harriot Voncken
Foto Kick Smeets

Zeeland is een bijzondere regio: hij valt precies samen met de provinciegrenzen. Daarbinnen bevinden zich dertien gemeenten, één waterschap en de provincie. Sinds 2016 is Zeeland een van de zes proeftuinen binnen ‘Maak verschil’ van BZK, VNG en IPO. Harry van der Maas is gedeputeerde in de provincie en voorzitter van de stuurgroep van de Zeeuwse proeftuin.

Waarom is de samenwerking in deze regio zo belangrijk?

“We kunnen individueel niet voldoende kracht opbrengen om alle kansen te verzilveren. Of om alle problemen het hoofd te bieden. De delta Zeeland heeft een goede economische positie tussen de Randstad en vitale steden als Brussel, Gent en Antwerpen. Dat biedt bijvoorbeeld kansen op het gebied van energie. Zeeland is een locatie waar duurzame bronnen als water en wind samenkomen. Maar ook waterkwaliteit, veiligheid en de dreiging van zeespiegelstijging zijn belangrijke thema’s. Kijk maar naar de Deltawerken. Op deze thema’s is er veel meer samenwerking mogelijk. Het houdt niet op bij gemeentegrenzen, daar begint het pas.”  

Samenwerking heeft in Zeeland geen lange traditie. Waarmee zijn jullie begonnen?

“De intensieve samenwerking in onze Tafel van 15 begon zo’n drie jaar geleden. De Tafel bestaat uit vertegenwoordigers van alle Zeeuwse overheden. Burgemeesters, afgevaardigden van het waterschap, wethouders, gedeputeerden en de commissaris van de Koning. Hun taak is informeren en agenderen. Ze brengen elkaar op de hoogte, delen kennis over onderwerpen, problemen en kansen. Op basis daarvan stellen we bijvoorbeeld werkgroepen in. Het is een groeimodel. Hiervoor hadden we ook al korte lijnen in de provincie. We weten elkaar - overheden, bedrijven en maatschappelijke instellingen - al goed te vinden. Als het gevoel van urgentie er is, zijn we samen tot heel veel in staat. We hebben al flinke stappen gezet met het toerisme, de visserijsector en het University College – een zelfstandige dependance van de Universiteit Utrecht met 600 studenten. Nu willen we die krachtenbundeling inbedden in de dagelijkse praktijk. Wij zijn gestart met economie, een ‘veilig’ thema. Want als het in de ene gemeente regent, druppelt het in een andere. En omgekeerd. Hoe zorgen we ervoor dat de zon schijnt in de hele provincie?”

'Hoe zorgen we dat de zon schijnt in de hele provincie?'

Harry van der Maas (SGP), gedeputeerde te Vlissingen provincie Zeeland

Wat is de gedeelde visie voor de regio en doelstellingen voor de toekomst?

“In 2016 bracht een commissie onder leiding van Jan-Peter Balkenende het rapport Zeeland in Stroomversnelling uit, een onafhankelijk advies voor de Zeeuwse economie. Onze slagvaardigheid kreeg daarin een onvoldoende. De aanbeveling: de regio moet haar economische structuur versterken. De commissie droeg daarvoor zes thema’s aan, zoals  energietransitie, hoger onderwijs en leefbaarheid. Die inhoud is de komende jaren voor ons bepalend.”

Voelt u zich gesteund door ‘Maak verschil’? Of was het eerder een bevestiging van wat er al gaande is?

“Het eerste punt uit het rapport was ‘begin vanuit de inhoud’. Die hebben we, vanuit het Balkenende-rapport. Maar hoe organiseer je dat vervolgens? Daar biedt ‘Maak verschil’  ons werkvormen en manieren voor. De proeftuin kwam voor ons precies op het juiste moment. ‘Maak verschil’ biedt concrete instrumenten om die werkvormen te intensiveren. Nog een voordeel: er zijn zes proeftuinen, dus we kunnen ook leren van anderen.”

Welke instrumenten gebruiken jullie nu al?

“Het is nog zoeken, provincie en gemeenten hebben natuurlijk elk een eigen verantwoordelijkheid. Maar juist door onderwerpen samen op te pakken kun je elkaar aanvullen en bestuurskracht organiseren. Dat kan op verschillende manieren. De stuurgroep ‘Maak verschil’ in Zeeland bestaat naast mij uit twee burgemeesters. We hebben een werkagenda opgesteld die we aan de Tafel van 15 voorstellen. Als vijftien partijen tot een besluit moeten komen, werkt dat in de praktijk niet gemakkelijk. Daarom is het soms nodig om zaken los te laten. Niet iedereen kan overal aan het roer staan. Tegelijkertijd willen we vanuit de overheden wel voeling houden met de uitvoering van de actielijnen uit het rapport Balkenende. Om die reden is per actielijn één bestuurder of een duo van bestuurders aangewezen als aanspreekpunt. Die gaan vervolgens met de inhoud aan de slag. Wij begeleiden het proces en bieden comfort, zij zoeken de goede ingrediënten. Het draait om het kiezen van de juiste rol bij het thema.”

Hoe zien die verschillende rollen er dan uit?

“Denk aan een economisch thema als de havensamenwerking tussen Vlissingen, Terneuzen en Gent. Daar hoeft de overheid geen prominente rol in te spelen, dat is aan de bedrijven. Hier is de trekker dus een aanspreekpunt. Een ander voorbeeld is het Bèta College Zeeland, een techniekopleiding die we aan de regio willen binden. Dat onderwijs en onderzoek past bij de thema’s energie, water en ‘biobased’. Hierin heeft de trekker geen luisterende rol, daar moet je initiatief voor nemen. We hebben nu twee bestuurders  gevraagd een voorstel te schrijven. Zij werken daarin samen met Zeeuwse kennisinstituten en spreken bijvoorbeeld met ministeries. Een ander onderwerp waarop we zo’n initiërende rol nemen, is gezond toerisme.”

Wat heeft de regio daarvoor nodig van het Rijk, VNG en IPO?

“Als er belemmeringen zijn in wet- of regelgeving kunnen we dat doorgeven aan de ministeries. Dat was het uitgangspunt bij de proeftuinen. De ervaring leert dat je voor economische structuurversterking verder moet kijken dan de eigen sector. Dat is belangrijk om een vitale regio te worden of te blijven. Mijn dringend verzoek aan de ministeries: blijf het regio-denken faciliteren en stap uit de verkokering van het dagelijkse werk. Want de regio’s, in hun diversiteit, vormen samen Nederland. Landelijk worden ze soms beschouwd als eenheidsworst. Terwijl een grote, dunbevolkte gemeente als Zeeland andere dingen nodig heeft dan – ik zeg maar wat – een Metropoolregio Amsterdam. Bijvoorbeeld in financieringsvormen. Hoe die verschillen er concreet uit moeten zien voor Zeeland, dat vind ik nog lastig omschrijven. Dat willen we in deze proeftuin ontdekken.”

Is er door de status als proeftuin meer geëxperimenteerd, gedurfd, samengewerkt?

“Dit was het duwtje dat we nodig hadden. Het heeft onze samenwerking in een stroomversnelling gebracht. Een voorbeeld: onze BZK-begeleiders van ‘Maak verschil’ hebben met alle gemeentebesturen gesproken: hoe gaat het, wat is er nodig, welke kansen kun je zelf oppakken, waar heb je anderen bij nodig? Dat geeft een goed beeld van hoe alle gemeenten de samenwerking voor zich zien. Overschat de status van de proeftuin niet, maar onderschat hem ook niet! Het heeft absoluut meer draagvlak gegeven aan de Tafel van 15. Er is veel enthousiasme om te vernieuwen en veranderen. Sommigen hebben aarzelingen. Anderen twijfelen juist of het allemaal wel snel genoeg gaat. Daarmee is elke volgende stap weer spannend. De steun van BZK en de status van proeftuin geven ook bij het zetten van die vervolgstappen steeds de noodzakelijke extra stimulans.”

'Zo gaan we van kennis naar kunde naar kassa'

Wat heeft de proeftuin al opgeleverd voor de inwoners?

“Zeeuwen moeten hier goed kunnen blijven leven, wonen en werken. Onze inwoners, daar doen we het voor. Ons speerpunt is daarom om een kennisregio te worden, want innovatiekracht is nodig voor nieuwe banen. Zijn we economisch vitaal, dan is de leefbaarheid goed. Zo gaan we van kennis naar kunde naar kassa. Om het concreet te maken: we proberen ons ‘rondom’ de ondernemers op te stellen. Zodat zij niet zes, zeven tafels langs hoeven maar één aanspreekpunt hebben voor een regio-breed thema. Dat is de eerdergenoemde trekker. Iemand die meedoet als trekker, moet ook leveren. Daarmee bedoel ik dat diegene actief met vragen aan de slag gaat, zelf antwoorden biedt, ze uitbesteedt of mensen bij elkaar brengt om er samen aan te werken. Aan de andere kant is het voor Zeeland wel lastig dat de actielijnen van Balkenende nog te weinig weerklank krijgen in Den Haag. Het Ministerie van BZK faciliteert wel de proeftuin, maar de support van het Rijk op de inhoud van de agenda is ons eerlijk gezegd niet meegevallen.”

Welke les uit de proeftuin Zeeland willen jullie aan andere regio's meegeven?

Een belangrijke les uit de Zeeuwse proeftuin is: durf los te laten. Als je het eens bent over de inhoud, moet je ook accepteren dat niet alles binnen de grenzen van één gemeente kan blijven. Je kunt niet met zijn allen aan het stuur zitten. Daarom zetten we trekkers in op een aantal thema’s, maar dat werkt alleen als je hen loslaat.”