Tekst Bernadette van der Goes
Foto Lee Kuan Yew School of Public Policy, External Affairs

Deze maand is het 25 jaar geleden dat minister Ien Dales op het VNG-congres haar beroemde speech uitsprak over integriteit. Wat is sindsdien op het gebied van de ambtelijke integriteit veranderd? Hoogleraar Zeger van der Wal: “Integriteit is onderdeel van het politieke spel geworden.”

Zeger van der Wal, bijzonder hoogleraar Bestuurskunde op de Ien Dales Leerstoel

Naast zijn baan als hoofddocent aan de National University of Singapore is Zeger van der Wal sinds 1 mei 2016 bijzonder hoogleraar Bestuurskunde op de Ien Dales Leerstoel van de Universiteit Leiden en het Centrum voor Arbeidsverhoudingen Overheidspersoneel (CAOP). Hij houdt zich vooral bezig met de overheidsmanager en de overheidsorganisatie van de toekomst, en met het belang van kernwaarden en integriteit. Maar eerst terug naar het verleden.

Niet van nature

In juni 1992 wees toenmalig minister Ien Dales van Binnenlandse Zaken tijdens het VNG-congres voor het eerst op het belang van bestuurlijke en ambtelijke integriteit. Omdat die niet van nature is gegeven en op verschillende manieren onder druk kan komen te staan, zo betoogde zij. Maar hoe groot de verleiding ook mag zijn, van politici, bestuurders en ambtenaren moet worden geëist dat zij integer zijn. Het vraagt bij de politieke en ambtelijke top om permanente waakzaamheid en binnen overheidsorganisaties om kwaliteitszorg op alle niveaus. Want een overheid kan niet rechtsstaat zijn en tegelijkertijd niet integer. Waarop Dales haar toespraak afsloot met de historische woorden: ‘De overheid is óf wel óf niet integer. Een beetje integer kan niet.’

‘Integriteit hoort in je haarvaten te zitten.’

Over de schreef

Van der Wal: “Die toespraak maakte destijds grote indruk en was van enorme betekenis. Dales kreeg op het congres een staande ovatie. Bestuurders die erbij waren hebben het er nog steeds over. Integriteit was toen helemaal geen prominent item. Er was op beleidsgebied eigenlijk niets. Daarna is dat beleid er gekomen, met name voor ambtenaren en later ook voor politici en bestuurders. Dat bestond vooral uit gedragscodes, screeningen en vertrouwenspersonen. Ook kwamen door publieke meningsvorming nieuwe normen en grenzen tot stand. Wie over de schreef ging werd disciplinair of publicitair gestraft. Politici stapten op, ook al werden ze later vrijgesproken, zoals bijvoorbeeld in het geval van minister Peper en zijn bonnetjesaffaire. Soms werden gevangenisstraffen uitgesproken, zoals bij de bouwfraude.”

Vloek of zegen

De regels en kaders die toen gesteld werden noemt Van der Wal de hardware: “Integriteitsbeleid 1.0. Daarna kwam de software, dat wil zeggen trainingen en discussies over de waardendilemma’s waar we ons toe moesten gaan verhouden. We noemen dat Integriteitsbeleid 2.0. Na een betrekkelijke radiostilte, waarin we druk waren met de financiële crisis, bezuinigingen, Europa en Griekenland,  is de aandacht voor integriteit weer toegenomen. Terug van weggeweest. Je kunt je afvragen of die toegenomen aandacht een vloek of zegen is. Bestuurders liggen nu wel erg onder een vergrootglas. Lokale politieke partijen letten heel goed op. Integriteit is onderdeel van het politieke spel geworden. Hoe gaan we daarmee om? Iedereen die in het openbaar bestuur werkt moet zich daarvan bewust zijn. En zijn gezonde verstand gebruiken.”

'Jonge ambtenaren moeten zich realiseren dat ze op een bijzonder speelveld werken. Ze zitten in een glazen huis.'

Ambtelijk vakmanschap

Jonge ambtenaren moeten zich realiseren dat ze op een bijzonder speelveld werken. Ze zitten in een glazen huis. Voor de ambtenaar van de 21ste eeuw zal integriteit steeds meer een professionele verantwoordelijkheid worden. Van der Wal: “Integriteit hoort in je haarvaten te zitten. Het is een onlosmakelijk deel van ambtelijk vakmanschap. Integriteit 3.0 noemt mijn collega Edgar Karssing van Nyenrode dat. Mensen in de publieke sector werken in een omgeving die steeds complexer wordt. Het vraagt andere kennis en vaardigheden. Vakmanschap die per definitie toekomstgericht is. Dat moeten we duidelijk maken. Ambtelijke trots hoort daar ook bij. Ambtenaar zijn is een mooi vak.”

Digi-alfabetisering

Hij onderscheidt verschillende trends die invloed hebben op hoe in de toekomst met integriteit zal moeten worden omgegaan. “Door digitalisering vervagen de grenzen tussen werktijd en privétijd. Jonge ambtenaren zijn heel vaardig met social media. Maar het is niet de bedoeling dat zij in hun vrije tijd op Twitter anders communiceren over het beleid dat ze van 9 tot 5 moeten uitvoeren. Wees je daarvan bewust door er als management aandacht voor te hebben.” Digi-alfabetisering, noemt hij dat. Nog een dilemma: Overheidsorganisaties leggen enorme databestanden aan, wat het risico van datalekken met zich meebrengt. Terwijl de hoeveelheid vast personeel afneemt en er steeds meer zzp’ers en flexwerkers komen.”

Kansen benutten

Een andere factor is de toenemende diversiteit in het personeelsbestand en de samenleving: “De ontwikkelingen gaan zo snel dat het beleid achterloopt. Verschillen tussen generaties, religies, gender en geaardheid kunnen spanningen met zich meebrengen. Hoe gaan leidinggevenden daarmee om? Discriminatie, pesten en seksuele intimidatie komen voor. Zorg dat managers daar een goed gesprek over voeren. En de enorme kansen benutten die diversiteit ook biedt.”

Netwerksamenleving

En dan is er de manier waarop beleid en de uitvoering daarvan tot stand komen. In onze netwerksamenleving gebeurt dat steeds meer in coproducties, waarbij overheid, maatschappelijke organisaties en bedrijfsleven samenwerken. Van der Wal: “Betekent dat ook dat gemeenten medeverantwoordelijk zijn voor het al dan niet integer handelen van een van de partners? Wat moet je daarvoor regelen en hoe leg je het uit aan burgers als het misgaat?  Ook daar ga ik me met mijn onderzoek en onderwijs vanuit de Ien Dales leerstoel, samen met collega’s en partners bij het CAOP en BZK, verder op richten.”   

Meer informatie