Dit artikel hoort bij: Blik op BZK 12

‘Geen oude schoenen weggooien voor we nieuwe hebben’

Tekst Bernadette van der Goes
Foto Jacqueline de Haas en Valerie Kuypers

In onze moderne maatschappij leven mensen steeds meer in gescheiden werelden, zei directeur van het Sociaal en Cultureel Planbureau (SCP), Kim Putters, aan de vooravond van de afgelopen Tweede Kamerverkiezing. Een zorgelijke ontwikkeling die risico’s met zich meebrengt: “Maar we moeten onszelf niet in de put praten.”

Er zijn de afgelopen jaren in Nederland meerdere sociale en culturele scheidslijnen ontstaan die het risico op onderlinge spanningen tussen bevolkingsgroepen vergroten, blijkt uit onderzoek van het SCP. Bijvoorbeeld tussen hoogopgeleiden en laagopgeleiden en tussen de autochtone bevolking en mensen met een niet-westerse achtergrond. Een bovenlaag van zo’n 15% heeft  het goed getroffen. Zij hebben een hoog inkomen, beschikken over netwerken en zijn hoogopgeleid. Daarna komt een grote groep van mensen die zich redelijk redden. Daartoe behoren de jonge kansrijken, mensen met veel perspectief, zoals studenten.  En de werkende middengroep van mensen die veel ballen in de lucht moeten houden, maar ook de comfortabel gepensioneerden, die ondanks een goede financiële positie steeds afhankelijker worden van publieke voorzieningen. Zo’n 30% van de bevolking heeft het zwaar. Dat zijn de achterblijvers die werkloos zijn, weinig inkomen hebben, niet gezond zijn en die gemakkelijk in een sociaal isolement terecht kunnen komen. En zij die onzeker zijn over hun werk, bijvoorbeeld zzp-ers. Deze 30% van de bevolking is pessimistisch over de toekomst en heeft de neiging niet te gaan stemmen.

Boosheid en frustratie

Uit ander onderzoek blijkt dat mensen al sinds de jaren zeventig onverminderd veel vertrouwen hebben in de democratie (zo’n 95%), maar dat het vertrouwen in politici en de politieke partijen vrij laag is. Putters: “Al jaren schommelt dat vertrouwen in de politiek tussen de 35% en 50%. Tegen de verkiezingen neemt het vertrouwen altijd toe. Als er daarna geregeerd gaat worden neemt het weer af. De verwachtingen over wat politici kunnen doen zijn vaak onrealistisch hoog. Het meeste wantrouwen in de politiek bestaat bij de 30% van de bevolking die het lastig heeft: de achterblijvers die zich niet gehoord voelen en de mensen die niet zeker zijn van hun werk. Daar zit boosheid en frustratie achter, maar ook het gevoel niet gezien te worden.”

Niet wegkijken

Hoe zorgwekkend is dat? Putters: “Ik vind het zorgelijk als grote groepen mensen zich geen onderdeel meer voelen van het politieke systeem. Daar moeten we niet van wegkijken, maar het serieus nemen. Aan de andere kant moet je jezelf ook weer niet in de put praten. Het vertrouwen in de democratie is hoog. Als dat vertrouwen enorm zou dalen is er een groot probleem. Of als heel veel mensen uit boosheid en onverschilligheid niet meer gaan stemmen. Zich niets meer van het gezag aantrekken en verder hun eigen zaakjes zelf gaan regelen. Iets van dat verzet tegen de bestaande orde wordt zichtbaar in de discussie over directe democratie, bijvoorbeeld in de vorm van referenda. In de jaren zestig was de directe democratie iets van D66 en linkse studenten. Nu leeft het bij nieuwe politieke partijen als de PVV en 50Plus.”

Tweehonderd jaar oud

Hoogopgeleiden voelen zich meer thuis bij de representatieve democratie en zijn ook vaker voor het lidmaatschap van de Europese Unie dan mensen met een lagere of vakopleiding. Zelf voelt Putters sterk voor een combinatie van directe, participatieve, democratie en representatieve democratie. Hij is niet tegen referenda, maar vindt wel dat daarbij van tevoren duidelijk moet zijn wat er met de uitkomst gebeurt. “De huidige politieke instituties zijn zo’n tweehonderd jaar oud”, benadrukt hij: “Ondertussen zijn we met z’n allen een heel stuk opgeschoven. Onze democratische instituties zullen daar op mee moeten zien te bewegen. In een wereld die zo onzeker is, kan dat ook niet anders. Maar we moeten geen oude schoenen weggooien voordat we nieuwe hebben. In de praktijk zien we dat mensen behoefte hebben aan meer participatie. En dat kan ook. Zeker met de technologie die we tegenwoordig hebben is er veel mogelijk, on- en offline. De toegankelijkheid van informatie is enorm toegenomen.”

Kim Putters bij het Sociaal Cultureel Planbureau

Dingen doordrukken

Keerzijde van een sterke nadruk op de participatieve democratie is dat mensen die zich geroepen voelen zich via procedures zoals inspraak en dialoog te laten horen vaker afkomstig zijn uit de bovenlaag. Putters: “Wiens belang geeft dan de doorslag? Veel mensen vinden het prima dat anderen zich roeren. Maar het mag niet zo zijn dat de hoogopgeleide mensen die vooraan staan dingen doordrukken. Dan groeit de ongelijkheid. We moeten het algemeen belang in het oog houden. En daar hadden we nou net de representatieve democratie voor. De uitdaging is het beste uit die twee werelden te combineren. Bijvoorbeeld door duidelijke spelregels rond referenda. Als iedereen vooral met zichzelf bezig is schieten we er als gehele samenleving niet erg mee op. Er blijft een politieke arena nodig waarin alle belangen tegen elkaar worden afgewogen.”

"Als iedereen vooral met zichzelf bezig is schieten we er als gehele samenleving niet erg mee op."

Land van minderheden

Is het feit dat er bij deze verkiezingen maar liefst 28 politieke partijen meedoen een symptoom van de drang tot participatie? “Nederland heeft altijd al veel politieke partijen gehad. Dat komt doordat we een land van minderheden zijn, in een politiek systeem dat deze minderheden ook faciliteert. Wat dit keer wel anders is: het draait nu inhoudelijk meer om het opkomen voor de eigen groep. Er zijn bijvoorbeeld partijen die zich vooral richten op ouderen, moslims of jongeren. Terwijl we tegelijkertijd weten dat als zij na de verkiezingen willen gaan regeren hun plannen niet allemaal vol zijn te houden. Dat een partij de absolute meerderheid haalt is in ons politieke systeem niet heel realistisch. Niemand zal dus zijn volledige programma kunnen uitvoeren. Voor het zoeken en vinden van het algemeen en gedeelde belang is dat vooral goed.”

Lees meer over de sociale en culturele scheidslijnen in Nederland in het Sociaal en Cultureel Rapport 2014  ‘Verschil in Nederland’ en in de tekst van de Willem Drees-lezing  die Kim Putters in november 2016 uitsprak.