Tekst Bernadette van der Goes
Foto Arenda Oomen

“Ik ben niet iemand om stil in een hoekje te gaan zitten”, zegt Chris Kuijpers. “Er moet beweging zijn.”  Sinds 1 augustus is hij directeur-generaal Bestuur en Wonen.

Eerder werkte Kuijpers, van huis uit planoloog, als onderzoeker en in de advieswereld. Rond de eeuwwisseling maakte hij de overstap naar de rijksoverheid. Voordat hij bij BZK kwam was hij directeur-generaal Milieu en Internationaal bij het voormalige ministerie van IenM. In die functie was hij onder andere betrokken bij de totstandkoming van het akkoord van Parijs uit 2015, waar mondiaal afspraken werden gemaakt over het beperken van de CO2 uitstoot.

Keiharde voorwaarde

Kuijpers: “Bij IenM was ik veel in het buitenland, hier is dat minder. Ik heb toen gemerkt dat iedereen in Europa met dezelfde thema’s bezig is. Binnen verschillende randvoorwaarden, instituties en wetgeving, maar overal wordt hard gewerkt aan dezelfde opgaven.”
Goed binnenlands bestuur is een keiharde voorwaarde voor economische en sociale ontwikkeling, zegt hij een paar maal tijdens het interview. “Het is essentieel voor het goed functioneren van een land.”

Ongelijksoortige onderwerpen

De afgelopen maanden heeft hij uitgebreid kennis gemaakt met zijn directoraat-generaal: “Leuke en gemotiveerde mensen.” En daarbuiten: “Inmiddels heb ik veel externe partijen gesproken, heb me breed georiënteerd. Ik vind het belangrijk te weten hoe tegen BZK wordt aangekeken. We hebben een breed werkterrein met een groot aantal ongelijksoortige onderwerpen. Variërend van paspoorten tot hypotheekrenteaftrek, van woningbouw tot democratie, en van bestuurlijke samenwerking tot aardgasvrije wijken. In ‘Maak verschil’ experimenteren we met regionaal-economische samenwerking. Bij Agenda Stad maken we afspraken met andere overheden als waren we één overheid. Sinds de start van het nieuwe kabinet zijn daar nog de onderwerpen ruimtelijke ontwikkeling, ruimtelijke ordening, de Omgevingswet, de Crisis- en Herstelwet en het kadaster bij gekomen.”

Flink investeren

Er zijn ook zorgen: “Veel maatschappelijke vraagstukken moeten mede met andere overheden worden opgelost. De kwaliteit van het openbaar bestuur moet daarom goed zijn. Dat betekent onder andere flink investeren in het lokale bestuur. De positie van gemeenten versterken en ervoor zorgen dat het lidmaatschap van de gemeenteraad aantrekkelijker wordt. Het is tegenwoordig lastig om de juiste mensen geïnteresseerd te krijgen zich verkiesbaar te stellen voor een raadszetel. Die afnemende belangstelling kan leiden tot ondermijning van het lokale bestuur. En de afstand tussen bestuur en burgers vergroten. Veel gemeenten zijn daarom op zoek naar mensen die oprecht een bijdrage willen leveren aan hun directe omgeving.”

Problemen ingewikkelder

Ook van bestuurders wordt tegenwoordig veel verwacht. Rijk en burgers hebben er belang bij dat het bij de medeoverheden goed loopt. “Door de decentralisaties hebben gemeenten niet alleen meer taken gekregen, de problemen zijn ingewikkelder geworden. Dat vraagt om goede bestuurders: Mensen die hoog zijn opgeleid en wat te vertellen hebben. We vinden het heel gewoon dat we investeren in wegen, de bouwsector en energietransitie, maar investeren in bestuur en democratie ligt voor veel mensen minder voor de hand. Terwijl het een noodzakelijke voorwaarde is voor al het andere.”

Prioriteiten

Kuijpers is blij met het regeerakkoord van Rutte III: “Ik vind het belangrijk dat er niet als eerste wordt bezuinigd op de rijksoverheid. En de samenwerking met andere overheden krijgt veel aandacht. BZK heeft daarbij een belangrijke rol. Voor DGBW zijn er in het regeerakkoord vier belangrijke prioriteiten: In het vervolg van ‘Maak verschil’ gaan we verder met de regionale samenwerking tussen Rijk en medeoverheden. Verder de verduurzaming van de woningvoorraad, het vernieuwen van de woningmarkt, en we blijven investeren in openbaar bestuur en democratie. Ik lever daar graag een positieve bijdrage aan.”

Chris Kuijpers
“We vinden het gewoon om te investeren in wegen, de bouwsector en energietransitie, maar investeren in bestuur en democratie ligt voor veel mensen minder voor de hand. Terwijl het een noodzakelijke voorwaarde is voor al het andere.”

Overtuigingskracht en lef

Binnen het DG gaat hij de samenwerking tussen woningbouw, ruimtelijke ontwikkeling en bestuurlijke samenwerking versterken. “Het is nu niet één plus één is drie. We kunnen de verbanden die er zijn beter benutten. Goed bestuur en wonen zijn primaire levensbehoeften. We mogen dat best beter beseffen. Meer overtuigingskracht en lef tonen. DGBW moet het van de inhoud hebben en van het leggen van verbindingen. Wij maken iets in het belang van anderen: bestuurders, bedrijven, corporaties. Die er vervolgens iets mee doen. Ik vind dat we meer kunnen uitstralen dat we echt ergens over gaan, waar we voor staan. En resultaatgericht werken, samen met andere departementen en de buitenwereld. Als we dat doen gaat de rest vanzelf.”