Tekst Bernadette van der Goes
Foto Paul Voorham, Kick Smeets

Nicolaas Beets is een tevreden man. Als speciaal gezant Europese Agenda Stad was hij vorig jaar de aanjager van de totstandkoming van het Pact van Amsterdam. De vaart zit erin, zo blijkt een jaar later.

Op 30 mei 2016 namen de EU-ministers voor stedelijke ontwikkeling de Europese Agenda Stad (URBAN Agenda) aan, die werd vastgelegd in het Pact van Amsterdam. In het verdrag spraken de 28 lidstaten af samen met de Europese Commissie, het Europees Parlement, het comité van permanente vertegenwoordigers (COREPER) en de Europese stedenkoepels te gaan werken aan een gemeenschappelijke stedelijke agenda. Inmiddels zijn rond twaalf stedelijke thema’s partnerschappen gestart, bijvoorbeeld over migranten en vluchtelingen, luchtkwaliteit, armoede, werkgelegenheid en huisvesting. In de partnerschappen werken 86 verschillende Europese steden, ministeries, EU-instellingen en stakeholders aan de thema’s, met als doel een effectiever en efficiënter EU-beleid voor steden. Wat zij willen bereiken door betere EU-regelgeving, betere toegang tot EU-fondsen en betere kennisdeling. Op 4 juli 2017 werden tijdens de bijeenkomst ‘Eén jaar Pact van Amsterdam’ de eerste resultaten gepresenteerd, maar werd vooral ook vooruit gekeken naar de positie van Europese steden.

Echt doen

“Een olievlek”, zo omschrijft Nicolaas Beets wat er het afgelopen jaar is gebeurd. “Nederland was de eerste helft van 2016 voorzitter van de Europese Raad van de EU. Het onderwerp leefde ruim voor die tijd ook, al in 1997 is er over gesproken dat het goed zou zijn wanneer er iets dergelijks als een URBAN Agenda zou komen. Daarna bleef het een tijd onder de radar. Het voorzitterschap hebben we aangegrepen om het echt te gaan doen. Ruim vóór die tijd bleek dat zowel de Europese Commissie, het Europees Parlement, het Comité van de Regio’s als de Europese stedenkoepels sterk vóór waren. Veel partijen waren enthousiast, mensen zeiden: Nederland doe het nu.”

‘Nederland is het oliemannetje met een lange geschiedenis binnen de EU’

Omarmd

Scepsis was er ook. En weerstand. “Verdacht veel mensen wensten mij in die tijd veel succes, met zo’n blik van: wat een lastige klus. De URBAN Agenda mag namelijk geen extra geld kosten en er mogen geen nieuwe instituties komen. Meedoen is informeel en vrijwillig, het Pact heeft geen rechtskracht. Maar het Pact is omarmd door de Raad van Algemene Zaken en meegenomen in de raadsconclusies van het voorzitterschap.”
Zeker in het begin van de onderhandelingen bestond er onduidelijkheid, vertelt Beets. “Sommige lidstaten dachten dat het de bedoeling was dat de EU zich meer met de steden ging bemoeien, hoewel dat volgens de huidige regels helemaal niet kan. Het werkt juist andersom, namelijk dat steden door middel van de URBAN Agenda meer in de EU te zeggen krijgen. Maar de tijd was er duidelijk rijp voor. Uiteindelijk is het gelukt dat alle 28 lidstaten het over het Pact eens werden.”

Oliemannetje

Eerder was Nederland in Europa al succesvol bij de totstandkoming van het Verdrag van Maastricht in 1992 en het Verdrag van Amsterdam in 1997. Hoe komt het toch dat wij daar zo goed in zijn? Beets: “Eigenlijk een vraag die je ook aan anderen moet stellen. Nederland heeft de reputatie dit te kunnen.  Bovendien behoren we tot de zes ‘founding fathers’ van de EU. Wij zijn groot genoeg om het tot stand te brengen en niet te groot om bedreigend voor andere lidstaten te zijn. We zijn met Europa vertrouwd en stellen de Europese doelen voorop. Nederland is het oliemannetje met een lange geschiedenis binnen de EU.”

Nicolaas Beets bij het Scheepvaartmuseum, decor van het Europees voorzitterschap, met op de achtergrond het VOC-schip de 'Amsterdam' (mei 2016)

Elkaar nodig

Maar Nicolaas Beets zou geen diplomaat zijn als hij niet vrijwel meteen de rol zou benadrukken die de andere partners bij de totstandkoming van het Pact van Amsterdam speelden en nu ook bij de uitvoering daarvan: “Toen ik ambassadeur was vertegenwoordigde ik de belangen van Nederland, nu doe ik dat voor de Europese steden. Door meerwaarde tussen de partners te creëren. We hebben het Pact opgebouwd samen met alle partijen. De twaalf stedelijke thema’s blijven nog decennialang bij ons. En we hebben elkaar meer nodig dan ooit. Steden zullen in de EU alleen maar belangrijker worden. Zo’n 72 procent van de Europese bevolking leeft in een stedelijke omgeving. Als het daar goed gaat dan geldt dat ook voor de rest. Je kunt geen hek om de steden plaatsen. Er is altijd interactie. Inmiddels blijkt ook internationaal belangstelling voor onze aanpak. We hebben de partnerschappen en in Nederland de City Deals, we hebben een actieplan voor de steden en een nieuwe bestuurlijke manier bedacht om ermee om te gaan. Als in 2020 de resultaten van de partnerschappen bekend zijn is er grote kans op een vervolg.”

Dichter bij burgers

En in een tijd waarin veel Europeanen zich niet bijzonder tot de EU voelen aangetrokken is er nog een ander voordeel. Beets: “Doordat veel belangrijke ontwikkelingen zich in steden afspelen biedt de  URBAN Agenda de EU de mogelijkheid om zo dicht mogelijk bij zijn burgers te komen. Want als je de stad dichter bij de EU brengt dan is de EU ook dichter bij ons. Andersom kunnen burgers via de steden meer invloed op de EU krijgen.”
Europese steden gaan volgens hem een mooie toekomst tegemoet: “Veertig jaar geleden gold stedelijke groei nog als bedreiging, nu wordt het als kans gezien. Daar liggen immers de mogelijkheden als het gaat om werkgelegenheid en innovatie, en om te komen tot oplossingen voor migratie, milieu, klimaat en duurzaamheid.”