Tekst Pieter Verbeek
Foto Mediatheek RO

Hoe kunnen we ervoor zorgen dat onze steeds drukkere steden veilig blijven? Er ligt een duidelijke rol voor burgers en buitengewone opsporingsambtenaren (BOA’s), bepleit voormalig minister Pieter Winsemius en voorzitter van het BOA Platform. Op de Dag van de Stad vertelt hij daar meer over in het deelcongres De Veilige Stad.

Verander het systeem

De grootste uitdaging volgens Pieter Winsemius is dat we het huidige systeem moeten veranderen. “We werken nu heel sterk vanuit verticaal gestuurde politieHet uitgangspunt is robuuste basisteams,  die 80 procent van het werk zelf kunnen afhandelen. Voor de rest krijgen ze steun van anderen, zoals recherche. In de praktijk halen we die 80 procent echter niet.”

Andere partijen zouden dat kunnen aanvullen, stelt Winsemius. Zoals de wijkbewoners zelf. “We maken te weinig gebruik van de kennis van burgers. Die moeten we meer serieus nemen. We moeten dus toe naar een nieuw systeem waarin we meer gebruik maken van burgernetwerken. Met name in achterstandswijken waar veelzijdige problematiek is, is ook de intensieve samenwerking met andere frontlijnorganisaties – scholen, wooncorporaties, maatschappelijk werk, etc. – een noodzaak.”

Pieter Winsemius

Frontlinie

Maar hoe kan je dit systeem nu van onderop opbouwen? Door niet alleen gebruik te maken van bewoners, maar ook door het planmatig sterkmaken van ‘hun’ frontlijnwerkers: Op papier is de sterkmaakformule hiervoor simpel, stelt Winsemius. “Het begint met het in kaart brengen van de eigen kracht van burgers en hun netwerken: wat kunnen ze zelf aan en sluit dat aan bij hun behoeften?

Daarna moeten zo nodig de gaten in het arsenaal van de burgers worden gevuld door de inzet van frontlijnwerkers. Die frontlijnwerkers moeten ook functioneren als verbinders met andere frontlijnorganisaties  en tevens met de tweede en derde lijn van meer gespecialiseerde dienstverleners. Bovendien dienen beleidsmakers top down in te grijpen indien de burgernetwerken en/of de frontlijnwerkers overvraagd zijn of sprake is van een maatschappelijke misstand.”

Veiligheid is voor alle steden in ons land een speerpunt. Welke rol spelen preventie en repressie daarin, en hoe vinden we tussen beiden een goede balans?

Duizend ogen

Zo kom je aan het veiligheidsdogma van de duizend ogen. “Als duizend ogen meekijken is het voor een boef heel ingewikkeld om boef te zijn”, aldus de voormalig minister. “Indien in een bepaalde omgeving duizend ogen waken, wordt die omgeving bijna per definitie veiliger. Juist als hun signalen worden opgepikt door professionals aan de frontlijn zoals wijkagenten, maar zeker ook BOA’s. Aspirerende criminelen zullen hun kansberekening maken en bij een te grote pakkans met bijbehorende strafmaat andere bezigheden prefereren.”

Winsemius noemt het dan ook een ‘gemiste kans’ dat het woord burger geen enkele keer voorkomt in de tekst van de reactie van minister Grapperhaus (JenV) op het rapport van de Commissie Evaluatie Politiewet 2012, de zogenoemde Commissie Kuijken. “Ook de wijkagent komt nauwelijks aan de orde, om over BOA’s en particuliere beveiligers niet te spreken.”

Buitengewone opsporingsambtenaren

In de nieuwe opzet van het stedelijke veiligheidssysteem is er volgens Winsemius een grote rol weggelegd voor de BOA’s. Zij ondersteunen (groepen) burgers die zich inzetten bij het verbeteren van de leefbaarheid en veiligheid, de fysieke en sociale infrastructuur, de zorg en het onderwijs in hun eigen omgeving. “Het blijft echter versnipperd beleid, sterk wisselend per gemeente qua inzet en kwaliteit. Te veel vragen zijn ook onbeantwoord. Wat is idealiter de relatie van BOA’s met de reguliere politie? Welke vorm van hiërarchie is nodig in geval van crisis en hoe wordt die bestuurlijk vormgegeven?”

Deze vragen komen volgens Winsemius niet of slechts in zeer beperkte mate aan de orde in de overheidsreactie op het rapport van de Commissie Kuijken. “Dat is meer dan spijtig. De gaande wildgroei op veiligheidsgebied vraagt op korte termijn om concrete beleidslijnen.”

Als wordt gekozen voor de inzet van BOA’s als professionele sterkmakers, dan dienen zij bijvoorbeeld te voldoen aan hogere minimumvereisten, zoals betere training voor verdachtenverhoor en het opstellen van een procesverbaal. Maar ook moeten ze dan als volwaardige professional gebruik kunnen maken van een landelijke uniformering met betrekking tot portoverkeer, het gebruik van C2000 en de werking van meldkamers. “Zo’n omslag brengt onvermijdelijk hogere kosten met zich mee voor hun werkgevers en ook dat moet ‘geregeld’ worden.”

Dit artikel verscheen eerder op de website van de VNG