Bestuurderssessies

Dit artikel hoort bij: Stad & Regio 1

Bestuurders in gesprek

Tekst Pieter Verbeek

Op de Dag van de Stad vinden zeven bestuurderssessies plaats. Gesprekken tussen vertegenwoordigers van overheden, bedrijfsleven, werkgeversorganisaties en belangenorganisaties. Wat staat daar zoal op de agenda en waarom is dat belangrijk?

We spraken met drie bestuurders die zo'n sessie leiden: de wethouders Robert van Asten en Victor Everhardt uit respectievelijk Den Haag en Utrecht en Jop Fackeldey, gedeputeerde in de provincie Flevoland

Werken aan een duurzame mobiele stad

Op de Dag van de Stad is wethouder Robert van Asten gastheer van een lunchsessie voor bestuurders over duurzame mobiliteit. Hij zal het gesprek leiden tussen vertegenwoordigers van overheden, bedrijfsleven, werkgeversorganisaties en belangenorganisaties als de ANWB. ‘Alleen als overheid ga je de slag niet winnen.

Wat zijn de uitdagingen die spelen in de stad op het gebied van mobiliteit?

“Overal in het land blijven steden groeien. Mensen blijven namelijk naar de stad trekken. Mijn eigen stad Den Haag groeit bijvoorbeeld de komende jaren van 520.000 inwoners naar ruim 600.000 inwoners. Het wordt dus op datzelfde stukje grond steeds drukker, zeker als iedereen ook nog een auto meebrengt. Wil je dat? Zo nee, hoe richt je dat anders in? En ben je nu al blij met de balans die er is qua mobiliteit? Steden lopen tegen dit soort vraagstukken aan.”

Wat kunnen ze doen aan meer duurzame mobiliteit?

“Er is al zoveel meer mogelijk. Denk aan Mobility-as-a-Service, deelauto’s, elektrisch rijden, zelfsturende auto’s. Wat betekent dat voor het straatbeeld? En hoever mag en wil je gaan als overheid. Voor veel mensen geldt autobezit als vrijheid die kan worden afgepakt. Hoe krijg je meer mensen mee?”

Gaan jullie dat tijdens de lunchsessie bespreken?

“Ja. Hoe kunnen we ervoor zorgen dat we mensen verleiden om te kiezen voor andere manieren van mobiliteit? Daar ligt niet alleen een grote rol voor de overheid maar ook voor werkgevers. Gemeenten moeten ervoor zorgen dat mensen ergens goed kunnen aankomen. Door goede fietspaden aan te leggen. Werkgevers moeten ze stimuleren. Hoe faciliteer je je personeel? Hoe stimuleer je ze tot meer duurzame mobiliteit. Denk aan een fietsenplan of reiskostenregeling. Maar ook door ervoor te zorgen dat er kledingruimtes en douches aanwezig om mensen te laten opfrissen als ze met de fiets naar werk komen. Niemand wil stinkend in zijn pak op kantoor rondlopen.”

Wat betekent het thema van de Dag van de Stad ‘De stad in balans’ voor mobiliteit?

“De balans qua mobiliteit zit ‘m in de verhouding ruimte die wordt ingenomen door geparkeerde en rijdende auto’s en de vrije ruimte die voor een betere leefbaarheid zorgen. Bereikbaarheid is ongelooflijk belangrijk in een stad. Hoe kan je je verplaatsen? Hoe kan je goed bij je werk komen? Als er niet genoeg vervoersmogelijkheden zijn, en je niet op tijd op je werk kunt komen, belemmert dat uiteindelijk weer de economie. Daarnaast moet de leefomgeving veilig zijn. Hoeveel verkeer is er in de stad, hoe hard rijden ze, hoeveel auto’s mogen er worden geparkeerd in de straten? De vooroorlogse stadswijken puilen uit met geparkeerde auto’s, die zijn zeker niet ontworpen als parkeerterrein. Je kunt er ook voor kiezen om het anders in te richten, ook voor meer groen bijvoorbeeld. Dit zijn wel keuzen die je samen met bewoners maakt.”

Waar kijk je naar uit op de Dag van de Stad?

“Ik was er vorig jaar als raadslid en heb me toen ontzettend laten inspireren over onderwerpen als wonen, energiegebruik en smart cities. Juist op één dag kun je zoveel winkeltjes over stadsontwikkeling bezoeken. Er zijn interessante gesprekken voor iedereen die bezig is met het belang van de stad. Mijn doel in de lunchsessie is om ervoor te zorgen dat er echt met iedereen wordt samengewerkt. Alleen als overheid ga je de slag niet winnen voor een duurzamere mobiele stad. Ik hoop dat we de gedeelde belangen weten te vinden en daarop de samenwerking aan gaan.”

‘Gezamenlijk de balans in binnensteden terugbrengen’

Nederland staat voor een enorme opgave met de verstedelijking. Met name in de steden groeit de vraag naar woningen. Op de Dag van de Stad gaat Jop Fackeldey, gedeputeerde Provincie Flevoland en voorzitter Programma Stedelijke Transformatie in gesprek met medebestuurders van zowel overheden als marktpartijen in een lunchsessie. ‘Het is zo belangrijk dat we met elkaar kennis en kunde uitwisselen.’

Waar hebben we het nu precies over als we het over binnenstedelijk bouwen en transformatie hebben?

“Nederland groeit met ruim 1 miljoen huishoudens in de komende decennia. De vraag naar woningen zal daarmee alleen maar verder stijgen. Dit zorgt met name in steden voor grote uitdagingen, omdat daar een belangrijk deel van de woningen zal komen. Dit vraagt om een enorme transformatie van bestaande stedelijke gebieden. En daar gaat binnenstedelijk bouwen vooral over. Vanuit het programma Stedelijke Transformatie werken we met een mix aan partners, overheden zoals BZK, G40, IPO en VNG, en marktpartijen en kennisinstellingen aan deze transformatie. Met zijn allen hebben we geconstateerd dat er belemmeringen zijn die projecten in de binnensteden vertragen, terwijl de behoefte zo groot is aan woningen dat al die projectlocaties hard nodig zijn.”

Kunt u een voorbeeld daarvan geven?

“We hebben het over oude bedrijventerreinen maar ook over braakliggende plekken in de stad. Voor het programma hebben gemeenten maar ook marktpartijen zich gemeld met projecten die niet van de grond komen. Gezamenlijk gaan we op zoek naar de redenen waarom ze niet werken. Dan loop je tegen allerlei thema’s aan, van parkeren, realisatie van sloop tot investeringen. We willen daarom onze gezamenlijke kennis en kunde inzetten om te kijken wat we eraan kunnen doen. Als we de krachten bundelen kunnen we de problemen doorgronden en oplossen en delen.”

Wat wilt u op de Dag van de Stad meegeven in uw gesprek met de medebestuurders?

“Eigenlijk dat het van belang is dat we vooral kennis en ervaring met elkaar uitwisselen. Dat is zo cruciaal bij de aanpak van de projecten die niet lopen. We kijken samen met naar die projecten en naar verschillende kanten ervan, van parkeren, kantoorhuisvesting tot wet- en regelgeving. Hoe kunnen we dat allemaal versnellen? 26 gemeenten doen al mee. Ik zal voorbeelden geven om te vertellen wat er allemaal al gebeurt. Het moet vooral een heel praktisch verhaal worden. Want geen enkel project is hetzelfde. Je hebt aan de ene kant gebieden waar de druk op de binnenstedelijke woningmarkt enorm is, maar ook gebieden waar die niet van de grond komt.”

Kunt u een paar voorbeelden geven van stedelijke transformatie?

“Natuurlijk is De Binckhorst in Den Haag een van de meest bekende voorbeelden. Maar ook het Lelycenter in Lelystad laat heel goed zien hoe verschillende partijen samen een plan hebben gemaakt om van kantoren woningen te maken, in een kwalitatieve, groene omgeving. En de stad Groningen kampt met een ingewikkelde woningopgave en kijkt hoe ze deze vooruitbrengt door bijvoorbeeld financiering van sociale woningbouw. Er is een grote verscheidenheid aan projecten. Waar de verschillende betrokken  partijen vroeger vooral vanuit het eigenbelang keken naar een opgave, doen we dat nu samen vanuit die opgave centraal. Zo kunnen we veel beter die complexe projecten ontrafelen: door uitwisseling van elkaars kennis en kunde.”

Het thema van de Dag van de Stad is ‘stad in balans’. Hoe past het thema bij binnenstedelijk bouwen?

“Balans is misschien wel de belangrijkste reden waarom we deze projecten aanpakken. Dat komt op meerdere niveaus terug. Je hebt braakliggende en onherbergzame plekken in de stad zorgen voor onbalans in de nabije omgeving. Als je ze aanpakt breng je het hele gebied in balans. Ook is er balans nodig tussen sociale woningbouw en de vrije markt. We moeten er met elkaar voor zorgen dat iedereen een plek in onze steden kan hebben om te wonen. En we moeten zorgen dat wat we nu met elkaar bouwen in onze steden ook de tand des tijds kan weerstaan, dus ook over 20 jaar, als de bevolkingssamenstelling heel anders zal zijn, nog bruikbaar is. Met het programma Stedelijke transformatie zoeken we dus de plekken van onbalans op. Daarvoor is er ook weer balans nodig tussen de partijen. Als die niet goed samenwerken krijg je de opgave niet opgelost.”

Kijkt u uit naar de Dag van de Stad?

“Jazeker. Ik kijk uit naar de vele voorbeelden en gesprekken die je op zo’n dag altijd hoort. Er is straks heel veel deskundigheid onder een dak. Ik ga ongetwijfeld weer nieuwe dingen leren uit al die gesprekken met professionals.”

Ik wil dat iedere Utrechter de keuze heeft om gezond en duurzaam voedsel te eten

‘Steden spelen belangrijke rol in nationale voedselagenda’

In de City Deal Voedsel werken drie ministeries, twaalf gemeenten en één provincie aan een gezonder, duurzamer en robuuster voedselsysteem in Nederland. Het is een van de City Deals die op de Dag van de Stad aanwezig zijn. Wethouder Victor Everhardt van Utrecht leidt op de Dag van de Stad een bestuurderssessie over voedel. Hij vertelt meer over het belang van de voedselagenda en de City Deal. ‘Ik wil dat iedere Utrechter de keuze heeft om gezond en duurzaam voedsel te eten.’

Waarom is het belangrijk voor Utrecht om deel te nemen aan deze City Deal?

“Utrecht doet mee, omdat er in onze stad en regio groeiende aandacht is voor gezond voedsel met een kleinere milieu voetafdruk met een duidelijke herkomst. We zien veel initiatieven ontstaan zoals het circulaire restaurant The Green House. In de economie en in de wetenschap is de sector food, health en life sciences booming. Kortom, er is een voedingsbodem voor vernieuwing. Stedelijke gemeenten, waar onder Utrecht, spelen een belangrijke rol in de nationale voedselagenda vanwege praktische uitvoering op lokaal niveau door overheid, maatschappelijke organisaties, ondernemers, kennisorganisaties en burgers samen.

De kracht van stedelijke regio’s is dat er grote groepen consumenten wonen die een toenemende behoefte hebben aan gezonder en duurzamer voedsel waarvan zij weer weten waar het vandaan komt. Steden zijn levende proeftuinen met experimenten en ontwikkelingen, bijvoorbeeld met vernieuwende horeca- en cateringconcepten. Steden zijn belangrijke motoren voor vernieuwing. Deze leerervaringen zijn weer ‘voer’ voor de nationale voedselagenda.”

De kracht van stedelijke regio’s is dat er grote groepen consumenten wonen die een toenemende behoefte hebben aan gezonder en duurzamer voedsel waarvan zij weer weten waar het vandaan komt

Wat levert het op?

“Kennis en ervaring delen is vermenigvuldigen. Ik vind het belangrijk om met de betrokken 12 steden, ministeries en provincie in de City Deal te leren van elkaar en te zoeken naar oplossingsrichtingen voor complexe voedselvraagstukken op stedelijk, regionaal en landelijk niveau. Zo hebben we recent ervaringen uitgewisseld over hoe we in het aanbestedingsproces de catering in de eigen organisaties gezonder en duurzamer kunnen maken. Deze uitwisseling doen we samen met bijvoorbeeld de Universiteit Utrecht en het Voedingscentrum die hier ook stappen in willen zetten.

Zo zoeken we ook samenwerking op hoe we gezonde en duurzame voedselondernemers kunnen helpen met nieuwe business modellen. Ik wil onderzoeken welke mogelijkheden de omgevingswet biedt om het aanbod van gezonde en duurzame producten in de publieke ruimte te vergroten. En ik wil graag ruimte om te experimenteren met een scherper vestigingsbeleid voor horeca of detailhandel, bijvoorbeeld rondom scholen. Dit hebben we vanuit de City Deal gezamenlijk bepleit bij de voedselvisie en het Preventie Akkoord.”

Hoe is voedsel gelinkt aan een stad?

“Utrecht wil een stad zijn die de maatschappij van de toekomst nu ontwikkelt. We werken aan de gezondheid van mensen, een gezonde leefomgeving en duurzame economie. Voedsel is gelinkt aan alle drie. Voedsel maakt het verschil in diverse beleidsagenda’s. Van gebiedsontwikkeling en gezondheid tot economie en innovatie. Een mooi voorbeeld is de eetbare woonwijk Rijnvliet, waar we zoeken naar mogelijkheden, samen met de toekomstige bewoners, om het openbaar groen te realiseren volgens de principes van een voedselbos, en waar de nieuwe bewoners in een omgeving komen te wonen waar gezond en duurzaam voedsel vanzelfsprekend is. Andere voorbeelden zijn hoe we water drinken in wijken toegankelijk hebben gemaakt met watertaps, de vestiging van circulair restaurant The Green House, en gezonde sportkantines.

Hoe wordt in Utrecht concreet aan voedsel gewerkt?

“We hebben verschillende rollen in de voedselopgave. Als lokale overheid zijn we één van de partners in het voedselsysteem, naast ondernemers, opleidingsinstituten, maatschappelijke organisaties en burgers. Wij benadrukken het belang van de omgeving in het keuzegedrag van mensen voor gezond en duurzaam voedsel. In Utrecht gaat veel aandacht naar gezond verstedelijken vanwege de groeiopgave. Zo onderzoeken we hoe de voedselomgeving een handreiking kan bieden om gebiedsontwikkelingen invulling te geven.

We werken aan het vormgeven van de voedselomgeving in omgevingsvisies, we onderzoeken mogelijkheden om de voedselomgeving te beïnvloeden in andere instrumenten zoals vestigingsbeleid voor de horeca, en we geven ruimte aan innovaties die bijdragen aan een gezonde en duurzame voedselomgeving in de stad, bijvoorbeeld in sportkantines. Parallel hieraan zoeken we de samenwerking met partijen op, bijvoorbeeld met horeca en sportverenigingen, om verandering van binnenuit te stimuleren. Dit doen we in een op te stellen gezondheidspact.”

Wat is je rol als wethouder? Welke ambities heb je?

“Ik wil dat iedere Utrechter de keuze heeft om gezond en duurzaam voedsel te eten.

In het Utrechtse Coalitieakkoord ‘Ruimte voor iedereen’ staan verschillende ambities die hieraan bijdragen, zoals het stimuleren van lokale inkoop en circulaire economie. Het huidige voedselsysteem kent een breed scala aan problemen: van gezondheidsproblemen en milieubelasting tot robuuste business modellen, ‘eerlijke’ handel en minder verspilling. Deze problemen kunnen enkel in samenhang worden opgelost. Dit vraagt om betrokkenheid van alle partijen in het voedselsysteem, om gezamenlijk op zoek te gaan naar keten brede en sector- overschrijdende oplossingen. Ik zie een rol voor mijzelf als bestuurder in het bij elkaar brengen van partijen, in het goede gesprek met elkaar voeren, in experimenteren opzetten en leren met elkaar, en in gezamenlijk stappen zetten. Ik roep alle partijen op om mee te doen en samen aan de slag te gaan!”

Wat is de toegevoegde waarde van Dag van de Stad en de bestuurlijke uitwisseling hierbij?

“De Dag van de Stad biedt de mogelijkheid om met elkaar de dialoog te voeren over toekomstbestendige steden en regio’s. Over hoe steden eruit zien in 2050 en hoe we daar komen. Utrecht groeit bijvoorbeeld in twee decennia van 350.000 naar 430.000 inwoners, een groei van 20 procent. Deze groei realiseren we binnenstedelijk. Dit betekent dat de fysieke en sociale omgeving enorm gaat veranderen. Utrecht in 2050 heeft, als het aan mij ligt, een voedselomgeving van goede kwaliteit die bijdraagt aan biodiversiteit, gezondheid, klimaat, dierenwelzijn en duurzame economie.

Om daar te komen staan we voor diverse opgaves die met elkaar samenhangen. Opgaves die vragen om transities in systemen als onze energievoorziening, de voedselvoorziening, de economie en in hoe we ons aanpassen aan een veranderend klimaat. Deze transities hangen samen en ze kunnen elkaar versterken. Dit vraagt om een integrale aanpak en intensieve samenwerking tussen álle overheden en samen met inwoners, ondernemers en kennisinstellingen. Ik vind het belangrijk om naast de maatschappelijke dialoog op het voedselvraagstuk ook als bestuurders met elkaar hierover het gesprek te voeren. Ik vind het belangrijk dat we hier met elkaar stappen in zetten, op inhoud en aanpak en daarom wil ik mij als ambassadeur hieraan verbinden.”