Tekst Pieter Verbeek
Foto Utrecht Sustainability Institute

Hoe kunnen we toe met minder fossiele brandstoffen en hoe kunnen we materialen nog beter hergebruiken? Op het deelcongres De Duurzame Stad op de Dag van de Stad heeft voorzitter Carolien van Hemel, directeur van het Utrecht Sustainability Institute, als doel dat alle aanwezigen drie inzichten en acties mee naar huis nemen na afloop. ‘De Duurzame Stad vraag om heel veel veranderingen, veel meer dan wat er nu allemaal gebeurt.’

Wat houdt dat precies in, De Duurzame Stad?

Van Hemel: “Een duurzame stad is een stad in balans, een stad die slim met zijn strategische voorraden omgaat, of het nu om materialen, water of warmte gaat.”

En daar gaat het gelijknamige deelcongres dus over?

“Ja, waarbij wij hebben ervoor hebben gekozen om dit jaar  twee thema’s uit te diepen. Ten eerste: hoe zorg je ervoor dat steden zo min mogelijk materialen inzetten, en weinig afval produceren. Ten tweede: hoe kunnen steden borgen dat de materialen die de stad gebruikt werkelijk duurzaam zijn. , Die thema’s werken we uit met workshops door pioniers op dit vlak, waarbij we vooral in gesprek willen gaan met het publiek dat ook een schat aan ervaring meebrengt. Het zal gaan over de circulaire stad, energie, vergroening en klimaatadaptatie. De Duurzame Stad is een stad in balans. We willen toe naar dat evenwicht.”

Dat klinkt mooi, maar is zo’n stad wel mogelijk?

“Het vraagt om heel veel veranderingen, veel meer dan wat er nu allemaal gebeurt. Kijk bijvoorbeeld naar de stad Utrecht. Die is vooruitstrevend bezig. Toch kan ook daar in de renovatie- en nieuwbouwprogramma’s nog veel meer worden gedaan aan duurzame energie, en verstandiger worden omgegaan met afvalstromen. De gemeenten willen wel, daarom is het mooi dat ze op de Dag van de Stad kennis en ervaringen kunnen uitwisselen. In ons paviljoen laten we dan ook ook partijen aan het woord die het al doen, die laten zien dat het ook echt kan. Pioniers die uit citrusafval stoffen extraheren om parfum mee te maken bijvoorbeeld. Dit is een mooi voorbeeld hoe je een laagwaardige stroom hoogwaardig kunt inzetten. Hoe gaat het met hun samenwerking met overheden? Waar lopen ze tegenaan? Hoe zorgden ze ervoor dat het van de grond is gekomen? En hoe kun je groter opschalen? Samenwerking en uitwisseling is erg belangrijk, en dat staat centraal op de Dag van de Stad.”

Wat is er nog meer te beleven op het deelcongres?

“We hebben een flink aantal sprekers op dit thema. Ten eerste zal Carolien Gehrels van Arcadis in de ochtend de Sustainable Cities Index 2018 bekendmaken. Ze komt dus een stuk nieuwe informatie neerleggen, en gaat in op ervaringen van wereldsteden bij duurzame, stedelijke ontwikkeling. In de middag gaat Marjan Minnesma van Urgenda in op steden die in haar visie de koplopers zijn in duurzaam materiaalgebruik en in hoogwaardig hergebruik. Hoe is de interactie met de gemeente? Zowel in de ochtend als de middag kun je verscheidene workshops volgen.”

Hoe past het thema Stad in Balans bij de Duurzame Stad?

“Dat thema staat bijna synoniem voor de Duurzame Stad. De stad is een metabolisme waar allerlei stromen inkomen, worden beheerd en uitgaan. Dat metabolisme moet in balans zijn zodat het ook op de lange termijn houdbaar is. Kun je oplossingen voorstellen die hieraan bijdragen? Voor alle steden geldt dat er oplossingen zijn, van jarenlang bewezen tot hoog innovatief, die helpen dit metabolisme in balans te brengen en houden. Denk aan het lokaal opwekken en gebruiken van duurzame energie, aan elektrische deelauto’s die rijden op zonne-energie en tegelijk het stroomnet ontlasten, aan het gezamenlijk inkopen en hoogwaardig hergebruiken van materialen.  Nederland blinkt uit in unieke pilots op dit gebied, dat zie ik in de duurzame innovatieprojecten waaraan ik dagelijks werk. De uitdaging is natuurlijk hoe je van pilots komt tot brede uitrol van deze oplossingen. Samenwerken, inspireren en kennisdelen zijn daarbij cruciaal. Daarom zie ik uit naar de Dag van de Stad.. ”

Waar kijk je naar uit?

“Ik kijk vooral uit naar de interactie tussen de sprekers die de laatste inzichten en cijfers meebrengen en de mensen in de zaal. Dat zijn weer de mensen die vanuit de dagelijkse praktijk en met veel ambitie aan deze thema’s werken. Die uitwisseling is heel interessant en belangrijk. Ik wil dat mensen maandag naar huis gaan met drie inzichten en acties die ze dinsdag zelf in praktijk gaan brengen. Op naar de stad in balans.”