Welke toolboxen, handreikingen en instrumenten zijn er om burgerparticipatie in gemeenten vorm te geven? Welke afwegingen moet je maken en welk afwegingskader gebruik je daarbij? Julien van Ostaaijen, onderzoeker bij de Universiteit van Tilburg, ging in gesprek met deelnemers aan de Participatiemix-sessie tijdens de Dag van de Lokale Democratie.

Gemeenten bieden veel aan als het om burgerbetrokkenheid gaat. Zo zijn er adviesraden, informatiebijeenkomsten, inspraakavonden, burgerjury’s, verordeningen, enquêtes, internetfora en burgergesprekken. Maar welk instrument zet je op welke manier in? En: welke vragen moet je van tevoren stellen? Op verzoek van Democratie in Actie doet Van Ostaaijen onderzoek naar bestaande afwegingskaders.

Burgerparticipatie: eerst denken, dan doen
De allereerste vraag in het ‘Afwegingskader burgerparticipatie bij beleid’ is: Zou u dat wel doen, burgerparticipatie? Leent het beleidsvraagstuk zich ervoor en zijn de noodzakelijke randvoorwaarden vervuld? En de tweede serie vragen: Waarom, wanneer, wie, met welke rol en hoe lang? Pas als je antwoord hebt op die onderdelen bepaal je welke werkvorm of combinatie van instrumenten het beste past. Van Ostaaijen benadrukt het belang van goede afwegingen vooraf. “Want een slecht traject schaadt het vertrouwen van burgers. Met onvrede tot gevolg.”

Een kader is waardevol, als het maar behapbaar is

Kader: hindernis of hulpmiddel
Om te komen tot een werkend model in de praktijk, vraagt Van Ostaaijen aan de deelnemers wat zij belangrijk vinden: ‘wat moeten we hierin meenemen?’. Een van de deelnemers geeft aan dat zijn gemeente bewust geen kader hanteert. “Wij vinden een kader te strak en beperkt. En gaan liever in gesprek over taken, rollen, verantwoordelijkheden, doelen en commitment. Een systeem moet dienend zijn aan wat er leeft. Als je energie uit de samenleving teveel vanuit een afwegingskader benadert doe je geen recht aan de burger.”

Andere deelnemers vinden dat een kader gemeenten juist kan helpen om op voorhand echt goede afwegingen te maken. “Wij zijn zonder kader begonnen en dat ging niet goed. Dus eerst bezinnen is wel essentieel. Maar het moet vervolgens niet de originaliteit van het proces in de weg gaan staan, want het mag inhoudelijk best creatief zijn.” En: “Een kader is waardevol als het maar behapbaar is. En het is belangrijk om je eigen lokale vertaling te maken vanuit bestaande kaders.”

Communicatie bepaalt in hoge mate het succes van een traject

Maaltijd van Zeist
Maar met een instrument alleen ben je er als gemeente nog niet. Want de wijze van betrekken en de communicatie er omheen zijn cruciaal. De gemeente Zeist verzamelt bijvoorbeeld alle ideeën en signalen uit de samenleving als ingrediënten voor het zogeheten receptenboek, ook wel de Maaltijd van Zeist genoemd. Ideeën uit het receptenboek die de raad versneld wil uitvoeren, kunnen worden toegevoegd in de begroting voor het komende jaar en omgezet worden in een uitvoeringsplan. Daarbij bepaalt communicatie in grote mate hoe succesvol een traject is. “Dus laat burgers ook weten wat je met hun vraag hebt gedaan. En wees eerlijk als je niets voor ze kan doen.”

Zoektocht
Voor gemeenten kunnen participatietrajecten ingewikkeld zijn. Je moet veel vrijheid loslaten en dingen sámen doen. En als het mislukt, maak je de verwachtingen niet waar. Een deelnemer vertelt dat niet zozeer de nadelen de boventoon moeten voeren, maar dat het vooral een zoektocht is. “Wij gaan gewoon beginnen, samen met bewoners, raadsleden en ambtenaren. En maken gaandeweg samen een afwegingskader. Zo bieden we bewoners aan om te experimenteren met de burgerbegroting, waarin ze zelf keuzes mogen maken.”

Achterkant op orde
Voor welk systeem, werkmethode of opzet je ook kiest, volgens Van Ostaaijen is het heel belangrijk dat de achterkant op orde is. “Want als je op wijkniveau afspraken maakt, dan kan dat schuren met (andere) gemeentelijke plannen en begrotingen. Dus een handreiking of aanpak gaat niet alleen over structuur. Vandaag hebben we gezien dat er veel diversiteit zit in ervaringen van gemeenten. Dat maakt het lastig om voor 1 model voor burgerparticipatie te kiezen. Maar dat hoeft ook niet. Voor ons was het in ieder geval heel waardevol om input te krijgen van de mensen die hier in de lokale praktijk al intensief mee bezig zijn.”