“Duurzaamheid is een randvoorwaarde om een goede samenleving te kunnen voeren.” Voor Maurits Groen – icoon als het om groen ondernemen gaat – is het helder. “Als je iedereen toegang geeft tot zonne-energie, bescherm je het milieu en stimuleer je de sociaaleconomische ontwikkeling van mensen die nu weinig kansen hebben.”

Met zijn bedrijf Maurits Groen Milieu en Communicatie (MGMC) wil hij een substantiële bijdrage leveren aan een duurzame wereld. Dat doet MGMC door bedrijven, overheden, onderzoeksinstellingen en maatschappelijke organisaties te adviseren en te ondersteunen in oprechte duurzaamheidsambities. Groen levert die bijdrage ook als co-founder van bedrijven als WakaWaka, Kipster, Energetika, Greenem, en via zijn actieve betrokkenheid bij ThermIQ. Al vanaf de eerste editie stond hij hoog in de Duurzame 100 van het dagblad Trouw - in 2015 stond hij zelfs op de eerste plaats (en nu zelf in de jury).

Het beroemde WakaWaka Solar Panel

Kwetsbare groepen beschermen

Groen: “Ik richt me op thema’s die de meeste impact hebben en waar ik mogelijkheden zie om positieve invloed uit te oefenen.” En die invloed, die heeft hij. Iedereen kent wel de WakaWaka, de solar lamp die ook als oplader dient. Samen met zakenpartner Camille van Gestel won Groen in 2010 in Zuid-Afrika een competitie om het WK voetbal te verduurzamen met ledverlichting. “Zo kwam ik erachter dat meer dan een miljard mensen geen toegang hebben tot elektriciteit.” Met de WakaWaka krijgen mensen toegang tot licht en dat vergroot hun sociaaleconomische ontwikkeling. “Kinderen kunnen bijvoorbeeld ’s avonds hun huiswerk doen. De veiligheid groeit, onderweg en binnenshuis – kerosinelampen behoren met de lamp tot het verleden. Hulporganisaties zetten de lamp in als noodverlichting in crisissituaties.” En zo kan Groen nog talloze voorbeelden noemen.

De op gang komende energietransitie kan hand in hand gaan met vergroting van rechtvaardigheid en vermindering van ongelijkheid in de wereld, zo stelt Groen. “Mensen met weinig geld zijn niet gewend om te investeren in morgen. Die zijn al blij als ze vandaag kunnen overleven. De energietransitie is dus een maatschappelijk probleem en mag niet ten koste gaan kwetsbare groepen. Bedenk daarbij dat zon de meest democratische vorm van energie is. We moeten zorgen dat mensen toegang tot goede apparatuur en energie krijgen. Vergelijk het met een hypotheek – mensen betalen dat via een behapbaar bedrag af en worden eigenaar. Vanaf dat moment is de energie gratis.”

Kippenvoer van restafval

Voedsel is volgens Groen trouwens minstens zo belangrijk. “Ons voedselsysteem is aan vernieuwing toe. We moeten sneller de eiwittransitie (de overgang van dierlijke naar plantaardige eiwitten) door. Daarbij moeten ‘wij’, de mensen in de rijke landen, het goede voorbeeld geven. We eten te veel vlees. De gevolgen daarvan voor de planeet zijn desastreus.”

Groen heeft samen met drie andere ondernemers Kipster opgezet. “Ruud Zanders wilde kippen een zo optimaal mogelijk leven geven. Hoe doe je dat? Door kippen zelf hun kostje bij elkaar te laten scharrelen, in een omgeving waar ze zich op hun gemak voelen – eentje die wat wegheeft van een overdekt bos. We vroegen ons af: zijn er bedrijven die van reststromen voedsel diervoeder maken? Die bleken er te zijn, notabene vlakbij de plek waar we Kipster wilden vestigen! De kippen krijgen nu producten die gemaakt worden uit onder andere reststromen van bakkerijen. Zo concurreren we op geen enkele manier met de voedselproductie voor mensen en zijn de kippen blij.”

De Kipster boerderij

Vergeet de gebouwen niet

Een duurzame maatschappij omvat energie, voedsel én woningen, meent Groen. “Met woningen bedoel ik de energie die we in de gebouwde omgeving gebruiken: maar liefst een derde van alle fossiele energie. We moeten daarom opnieuw naar gebouwen gaan kijken. We keken steeds naar isolatie, nu moeten we kijken naar energie. Ontwerp gebouwen als intelligente organismen die gebruik maken van energie uit zon en wind. Met stralingsenergie uit zon heb je bovendien nauwelijks of geen omgevingsbelasting: geen bewegende delen, amper onderhoud, geen geluid.”

De subsidie kan weg

Groen is lid van de Stuurgroep Duurzame Dinsdag. “Eén keer per jaar goed stilstaan bij duurzame initiatieven in de maatschappij is belangrijk voor de bewustwording. Los daarvan: geef mensen de gelegenheid iets bij te dragen.” Zes jaar geleden introduceerde Groen de Duurzame Troonrede. “Het is een serieuze knipoog; de samenleving praat terug naar Den Haag. De nummer 1 van de Duurzame 100 (Trouw) houdt standaard de rede. Wel grappig dat ik de vierde keer zelf aan de beurt bleek te zijn.”

In de jaren tachtig en negentig was hij direct betrokken bij de ontwikkeling van de eerste milieubeleidsplannen van het toenmalige ministerie van VROM. “Vroeger kwam ik wel drie keer per week op het ministerie. Nu nog nauwelijks. Een aantal departementen is sinds het eind van de vorige eeuw veel teruggetreden, erg jammer. Regulering op milieugebied is juist nodig. Alle bedrijven die zichzelf serieus nemen, rekenen met een interne CO2-prijs. Stel dat IenW de CO2-emissieprijs van €15 naar €100 – nog te laag – zou laten stijgen, waarbij dat geld geïnvesteerd wordt in versnelling van de energietransitie. Dat maakt veel fossiele investeringen onbetaalbaar maar duurzame investeringen juist veel kansrijker. Zelfs bedrijven als Shell vragen er om en houden er bij hun eigen investeringsbeslissingen al rekening mee. De directe en indirecte subsidiering van fossiel moet stoppen; dat scheelt belastinggeld, maar bovendien kun je dan al heel snel alle stimuleringsmaatregelen voor duurzaam wegdoen. Zorg dat de verhoogde CO2-prijs sprongsgewijs, maar wel snel klimt naar die €100,-. Begin volgend jaar, zodat je in 2021 op die €100,- uitkomt. Het innovatieve inventieve bedrijfsleven heeft dan genoeg tijd om daarop in te spelen. De overheid doet haar best, maar mag, moet een flink stuk brutaler zijn. Onze beschaving staat immers gewoonweg op het spel.”