Miljoenen auto’s in Nederland rijden gemiddeld minder dan 1 uur per dag. “De rest van de tijd staan ze dus stil”, concludeert Victor van Tol nuchter. De oprichter van SnappCar vond dat onacceptabel en ontwierp een platform dat autodelen makkelijk maakt.

Via SnappCar verhuur je als particulier je auto aan anderen en verdien je zo een deel van je autokosten terug. Als huurder huur je een auto bij je om de hoek tegen aanzienlijk lagere kosten dan bij de commerciële aanbieders. Particulier autodelen zorgt bovendien voor sociale cohesie in de buurt. En omdat de productie van auto’s omlaag kan, leidt autodelen ook tot milieuvoordelen. Snappcar zorgt voor alle rompslomp: het regelen van de betalingen en de verzekeringen. Van Tol:“Wij zijn puur het platform. Wij geloven dat we slimmer met auto’s kunnen omgaan en willen de wereld een stukje beter willen maken. Daarom bieden we mensen een alternatief voor mobiliteit.”

Victor van Tol

Durven delen

Het bedrijf is opgericht in 2011 en maakte een vliegende start. In mei 2012 won SnappCar de 19e plaats in de MKB Innovatie top 100, in datzelfde jaar deed het mee aan Duurzame Dinsdag. Een snelle opmars leek onstuitbaar. Dat liep anders, hoewel SnappCar wél binnen luttele tijd marktleider in Nederland werd en bleef. En in Europa staat de autodeler op de nummer 2. "Nederland alleen al telt een half miljoen gebruikers en 60.000 deelauto’s. Het bedrijf zou hier winstgevend kunnen zijn, maar er moet dankzij uitbreiding in het buitenland elke maand nog een paar ton bij.”


Van Tol had eigenlijk verwacht dat SnappCar veel sneller zou groeien. “Ik heb de houding van autobezitters verkeerd ingeschat. Ik verwachtte dat die hun bezit makkelijker zouden delen, maar mensen zijn er toch huiverig voor.” Daar komt steeds meer verandering in, merkt hij. “We wennen steeds meer aan delen, er komen steeds meer initiatieven op dat vlak, denk bijvoorbeeld aan airbnb. Ook is de jongere generatie veel meer ingesteld op delen dan de (wat) oudere. Het helpt ook dat we inmiddels een aardige naam hebben opgebouwd. Het is overigens nog steeds niet makkelijk: nu is zo’n 1 op de 10 bereid zijn auto te delen. Maar 6 jaar geleden was dat er 1 op de 100 dus we zitten op de goede weg.”
 

Hulptroepen

Om het tekort aan particuliere huurauto’s op te vangen, lanceerde SnappCar in Amsterdam een leaseconstructie. “We werken samen met een leasemaatschappij: voor 99 euro per maand kun je in een zuinige en schone Fiat 500 rijden op voorwaarde dat je ‘m minstens twee keer per maand deelt.”

Het is zeker niet zo dat Van Tol een flinke uitbreiding met lease-auto’s voor zich ziet. “Dit hebben we gedaan om het aanbodprobleem in de hoofdstad te ondervangen. We willen dat mensen een auto kunnen huren en delen. Maar voor alles willen we dat er minder autobezit komt, dat mensen echt anders gaan aankijken tegen en omgaan met mobiliteit.”

Flinke ambitie

SnappCar’s missie? Vijf miljoen minder auto’s in Europese steden in 2022. Met minder verspilling, meer leefruimte en minder CO2 uitstoot tot gevolg. “Om dat te halen moeten we 500.000 deelauto’s realiseren. We zitten momenteel op 60.000. We moeten dus nog bijna vertienvoudigen in 4 jaar tijd. Dat is behoorlijk ambitieus. Tegelijkertijd zijn we sinds de oprichting in 2011 ieder jaar verdubbeld, dus als we doorpakken zijn we er in 2022. We hebben daarbij wel hulp nodig, onder andere van investeerders. We hebben daarom de Franse autoverhuurder Europcar aangetrokken als nieuwe investeerder en in Duitsland een collega overgenomen.”

Goedgekeurd

SnappCar is een zogeheten B Corporation. Dat is een keurmerk voor organisaties waarbij de bedrijfsvoering vooral op het verbeteren van de wereld is gericht. De focus op winst is ondergeschikt aan de bedrijfsmissie (maar mag er wel deel van uitmaken). “Om de zoveel tijd wordt je bedrijf volledig doorgelicht. Het keurmerk moet je dus steeds verdienen. Ze kijken echt niet alleen naar je visie en missie. Hoe ga je om met je mensen? Is je materiaal duurzaam? Hoe zit het met de lunch? Dat telt allemaal mee. Ik ben dan ook ontzettend blij dat we steeds het keurmerk krijgen. Los daarvan houden onze aandeelhouders goed in de gaten of wij onze doelstellingen ook echt nastreven; zijn en blijven we een social enterprise?”

Last van regelgeving ervaart hij niet. “De overheid zou ons (en anderen) wel kunnen helpen door het autodelen te stimuleren. Op lokaal niveau kan dat door promotie: laat bijvoorbeeld de voordelen voor parkeerdruk en filedruk zien.  Ook stimuleringsmaatregelen kunnen helpen. Geef korting op een parkeervergunning wanneer je auto deelt, dat soort dingen. Op landelijk niveau kan het ook, laat mensen minder wegenbelasting betalen of hanteer een lagere bijtelling.”

Of hij zin heeft om de komende jaren zijn missie waar te maken? “Jazeker! Ik zie uit naar een toekomst waarin we vermenigvuldigen door te delen.”