Een bedrijf is wettelijk verplicht om kankerverwekkende en andere schadelijke stoffen te vervangen voor zover dit technisch uitvoerbaar is. De praktijk blijkt weerbarstig. Allnex Netherlands BV, een van de ruim vierhonderd Brzo-bedrijven in Nederland, voerde een plan uit om, met name door persoonlijke beschermingsmiddelen, de risico’s te beheersen. Maar er waren maatregelen hoger in de arbeidshygiënische strategie noodzakelijk. Inspecteurs Hans Bastiaans en Winni de Groot over hun gezamenlijke inspectietraject bij Allnex.

‘Carcinogene, mutagene en reprotoxische (CMR-) stoffen zijn een sluipend gevaar, want de effecten van blootstelling aan deze stoffen treden vaak pas veel later op’, vertelt Winni de Groot, Arbo-inspecteur voor het programma Bedrijven met Gevaarlijke Stoffen. Haar aandachtsgebied bij inspecties is dan ook de langetermijneffecten van CMR-stoffen. Bij de inspecties van de bedrijven die vallen onder het Besluit risico's zware ongevallen 2015 (Brzo 2015) werkt ze samen met Hans Bastiaans, inspecteur Major Hazard Control (MHC) met als aandachtsgebied acute gevaren zoals explosiegevaar.

Arbeidshygiënische strategie 

Allnex is een bedrijf dat harsen en andere additieven voor industriële toepassing produceert, waaronder verf, drukinkt en toner. Als Brzo-inspecteur komt Bastiaans al zo’n vijf jaar bij Allnex over de vloer, vooral gespitst op procesveiligheidsrisico’s. ‘Vanuit het programma Bedrijven met Gevaarlijke Stoffen wilden we een verdiepingsslag maken en inzoomen op de arbeidshygiënische strategie. Daarmee kwam de focus te liggen op risico’s van blootstelling aan gevaarlijke stoffen.’

Allnex deed al jaren onderzoek en was in de veronderstelling dat het deed wat nodig was. Behalve persoonlijke beschermingsmiddelen had Allnex ook op enkele locaties ventilatie aangebracht. Het was in hun woorden “beheerst”. ‘Vanuit de bedrijfsveiligheid gezien klopt het dat het met hun maatregelen beheerst was’, zegt Bastiaans. ‘Maar in termen van de arbeidshygiënische strategie zijn die maatregelen alleen toegestaan als maatregelen op een hoger niveau niet mogelijk zijn.’ 

‘De arbeidshygiënische strategie geeft een hiërarchische volgorde aan’

Maatregel hoog in de hiërarchie

De Groot: ‘De arbeidshygiënische strategie geeft een hiërarchische volgorde aan, waarbij allereerst naar de bron van het probleem wordt gekeken. Om te beginnen moet de werkgever de schadelijke stof vervangen door een veiliger alternatief. Als dat niet mogelijk is, moet de werkgever risico’s verminderen door de stof in een gesloten systeem in te brengen. Als dat niet kan, is de volgende optie een afzuiginstallatie of ventilatievoorzieningen. En het onderste niveau van maatregelen is het dragen van persoonlijke beschermingsmiddelen door de werknemer. Bij CMR-stoffen mag alleen een stap lager in de hiërarchie worden gedaan als een hogere maatregel technisch niet uitvoerbaar is.’

Dat de arbeidshygiënische strategie meer vraagt dan de maatregelen die Allnex had getroffen, bleek een zure appel voor het bedrijf. ‘De Inspectie SZW heeft een eis gesteld’, zegt Bastiaans. ‘Een juridisch document waarin staat welk artikel is overtreden en dat het bedrijf de overtreding heeft op te heffen. Het bedrijf kan daar een zienswijze op geven. Die kwam tot ons via de advocaat van Allnex.’

‘Wij zien het liefst dat de Inspectie en de werkgever niet tegenover elkaar maar naast elkaar komen te staan’

Concrete maatregelen treffen

‘Vanuit onze rol van toezichthouder zien wij het liefst dat een werkgever het nut en de noodzaak inziet van de te nemen maatregel, zodat we niet tegenover elkaar maar naast elkaar komen te staan’, vervolgt Bastiaans. ‘Het was goed dat Winni en ik, elk vanuit onze eigen perspectieven, nauw met elkaar zijn opgetrokken in dit inspectietraject. Als sparringpartner maar ook om de best lastige gesprekken met de directie van de Nederlandse locatie van Allnex op een goede manier te voeren. En vervolgens met het hoofdkantoor in België.’ 

Allnex begreep de eis van de Inspectie SZW. Maar welke concrete maatregelen moesten er dan getroffen worden? De praktische vertaling van de Arbowet staat in de Handreiking Vervangingsverplichting CM-stoffen in de vorm van een stappenplan. Maar die vertelt een bedrijf niet letterlijk wat ze moet doen. ‘Het gaat om complexe materie. Wij hebben onvoldoende kennis van de chemische productieprocessen om te beoordelen of vervanging ‘technisch uitvoerbaar’ is’, aldus De Groot. ‘De stand van de techniek is bepalend of iets technisch inpasbaar is. Het was aan Allnex om dat te onderzoeken en aan ons toe te lichten waarom iets niet kon. De economische factoren (kosten) mogen hierbij geen rol spelen.’ 

Out of the box gedacht

Met die handreiking in handen heeft Allnex met een deskundig team van onder meer arbeidshygiënisten en process engineers het productieproces stap voor stap nagelopen. ‘Dat heeft Allnex op een goede manier gedaan’, meent Bastiaans. ‘Er is grondig gekeken naar het gehele proces en out of the box gedacht.’ Het bleek inderdaad mogelijk om bepaalde stoffen die niet meer nodig waren te vervangen. En om over te gaan van een afzuigingsinstallatie naar een gesloten systeem. Natuurlijk vroeg dat om significante investeringen en kreeg Allnex van de Inspectie SZW een realistische termijn om de maatregelen door te voeren. 

In de woorden van Allnex die de beide inspecteurs over haar gewijzigde aanpak informeerde: “Door de uitgevoerde STOP-analyse conform de ‘Handreiking Vervangingsverplichting CM-stoffen’ en de daarbij uitgevoerde teamdiscussies is er in sommige gevallen sprake van voortschrijdend inzicht en bleek dat er andere maatregelen hoger in de arbeidshygiënische strategie mogelijk waren die eerder niet ter sprake zijn geweest. Die hebben geholpen bij onze kwaliteitsverbetering.”