Op 8 juli 2020 is het handhavingsbeleid Brzo 2015 ingegaan. Dit beleid is leidend voor de werkwijze en de handhaving van de Inspectie SZW bij inspecties op arbeidsveiligheidsgevaren van gevaarlijke stoffen bij Brzo-bedrijven. En dat niet alleen. ‘Ook willen we hiermee transparant zijn voor de buitenwereld over hoe wij werken’, stelt Pieter Boerma, senior inspecteur Major Hazard Control (MHC).

‘De Inspectie SZW heeft vanuit het handhavingsbeleid twee petten, die van toezichthouder en die van buitengewoon opsporingsambtenaar’, vertelt Boerma die binnen het programma Bedrijven met Gevaarlijke Stoffen beide rollen vervult. ‘Dat wil zeggen dat we bestuursrechtelijk, maar in sommige gevallen ook strafrechtelijk kunnen optreden.’

Handhavingsinstrumenten 

Door zijn lange historie bij de Inspectie is Boerma betrokken geweest bij het opstellen van dit handhavingsbeleid. Dit document beschrijft de verschillende handhavingsinstrumenten die de Inspectie SZW tot haar beschikking heeft. Boerma: ‘Bij reguliere inspecties geven we werkgevers om te beginnen of een waarschuwing of stellen we een eis tot naleving, zodat ze de kans hebben om zaken te herstellen. Bij overtredingen die als ernstig zijn aangemerkt, leggen we een bestuurlijke boete op. Hierbij is het zo dat de inspecteur een boeterapport opstelt, en de onafhankelijke afdeling Boete, Dwangsom en Inning (BDI) van de Inspectie SZW vervolgens checkt of alle gronden aanwezig zijn voor het opleggen van een boete.’

De "Beleidsregel handhaving- en sanctioneringkader Besluit risico’s zware ongevallen 2015 arbeidsomstandighedenwetgeving", zoals die voluit heet, bepaalt wanneer sprake is van een direct beboetbare overtreding of een overige overtreding. Van de strafbare feiten wordt een proces-verbaal opgemaakt ten behoeve van het Openbaar Ministerie. Als een werkgever de overtreding nog niet opheft, wat sporadisch voorkomt, kan de Inspectie SZW een last onder dwangsom opleggen. Als er sprake is van ernstig gevaar voor personen gaat de inspecteur over tot stillegging van de werkzaamheden. 

Extern van toegevoegde waarde 

Ten opzichte van het Brzo 1999 is de handelswijze bij handhaving in grote lijnen hetzelfde gebleven. ‘Wel is de beginselplicht tot handhaving toegevoegd’, aldus Boerma. ‘Dat houdt in dat we bij overtredingen die beboetbaar zijn moeten beginnen met handhaven. Bij overtredingen waarvoor we een bestuurlijke boete kunnen opleggen van meer dan € 340, zijn we verplicht om uiteindelijk een boeterapport op te maken als zaken niet zijn hersteld. Voorheen stond dat alleen in de Algemene wet bestuursrecht, nu is het ook expliciet vermeld in het handhavingsbeleid.’ 

‘In een rechtstaat zoals Nederland is transparant bestuur belangrijk’

In eerste instantie geeft het handhavingsbeleid handvatten voor inspecteurs van de Inspectie SZW over hoe zij dienen te handelen. Ten tweede kan het handhavingsbeleid vooral extern van toegevoegde waarde zijn. In een rechtstaat zoals Nederland is transparant bestuur belangrijk. Op grond van de algemene beginselen van behoorlijk bestuur hebben werkgevers het recht om te weten hoe de overheid handelt, zo geeft Boerma aan. ‘Zij kunnen er rechten aan ontlenen en een inspecteur erop afrekenen of die inderdaad volgens het handhavingsbeleid handelt en niet op grond van willekeur. Natuurlijk blijven er grensgevallen, daar komt de vakbekwaamheid van de inspecteur om de hoek kijken.’

Gekoppeld aan 4 wetten

Het Brzo 2015 is gekoppeld aan 4 wetten: de Arbeidsomstandighedenwet voor zover het gaat om veilig en gezond werken (arbeidsveiligheid), de Wet milieubeheer en de Wet algemene bepalingen omgevingsrecht (Wabo) vanwege koppeling van voorschriften in de omgevingsvergunning, en de Wet veiligheidsregio’s voor zover de regels gericht zijn op de rampenbestrijding. ‘Het handhavingsbeleid Brzo 2015 gaat uitsluitend over handhaving op grond van de Arbeidsomstandighedenwet,’ zegt Boerma, ‘dus hoe de Inspectie SZW handelt bij overtredingen van het Brzo 2015.’ Het toezicht op de naleving van het Brzo 2015 heeft betrekking op situaties met een risico op onveilige omstandigheden door gevaarlijke stoffen.

‘Het handhavingsbeleid laat zien hoe de Inspectie SZW handelt bij overtredingen van het Brzo 2015’

Wel beschrijft het handhavingsbeleid dat er bij overtredingen van Brzo-regelgeving sprake kan zijn van zowel niet naleving van de milieuwetgeving als van de arbeidsomstandighedenwetgeving. In dat geval zijn er meerdere toezichthouders die bevoegd zijn om handhavend op te treden. 

Europese Seveso III-richtlijn 

Het Besluit risico's zware ongevallen 2015 (Brzo 2015) is de Nederlandse implementatie van de Europese Seveso III-richtlijn, genoemd naar het Italiaanse dorpje Seveso, waar in 1976 een reactor ontplofte in een chemische fabriek. Dat was de aanleiding om te komen tot een Europese richtlijn om zware ongevallen met gevaarlijke stoffen te voorkomen en beperken. Omdat het een Europese richtlijn betreft, heeft de Inspectie SZW de plicht om van zware ongevallen in bepaalde gevallen een Europese melding te maken. ‘In die gevallen doet de Inspectie SZW strafrechtelijk onderzoek, en onderzoekt de Onderzoeksraad voor Veiligheid (OVV) of systemen niet waterdicht zijn of dat de regelgeving niet duidelijk genoeg is’, aldus Boerma. ‘Daar willen we collectief van leren. En bovendien op Europees niveau ook transparantie bieden.’ 

Het handhavingsbeleid Brzo 2015 vindt u op de website van de Inspectie SZW.