Bestaanszekerheid en participatie

Toegang tot, en verlening van dienstverlening in het sociaal domein

Ter voorbereiding van een breed onderzoek naar de integrale toegang tot het sociaal domein, is een notitie geschreven op basis van onderzoek in een pilotgemeente. Hierdoor is meer inzicht verkregen in hoe die integrale toegang kan worden vormgegeven.

De pilotgemeente is bezig, om - naar aanleiding van de aandachtspunten die uit het onderzoek naar voren zijn gekomen - de kwaliteit van de integrale toegang verder te verbeteren. Daarbij wordt extra gelet op de aandacht voor de mogelijke problemen op het gebied van werk en inkomen, die niet de primaire hulpvraag van de burgers vormen. De pilotgemeente neemt de inzichten van de Inspectie mee in het opstellen van het beleidsplan voor de betreffende uitvoeringsafdeling.

In het kader van het onderzoek ‘Integrale dienstverlening in het sociaal domein’ is de literatuurstudie integrale dienstverlening gepubliceerd. Om de kennis over het samenwerken binnen het sociaal domein te bevorderen is tijdens de Werk en Inkomen dag, in samenwerking met de VU, hierover een workshop gegeven voor de verschillende stakeholders. Ook is een artikel over integrale dienstverlening op de website Socialevraagstukken.nl geplaatst.

Gerard IJff, wethouder Gemeente Roermond
Mark Hendriks, secretaris van de Limburgse Werkgevers Vereniging (LWV).

Regio Limburg enthousiast over rapport ‘Werk aan de … uitvoering’

Het inspectierapport ‘Werk aan de ... uitvoering’, over de samenwerking tussen werkgeversdienstverlening en arbeidsmarktbeleid, zorgde voor veel herkenning bij diverse organisaties. Gerard IJff, wethouder van de gemeente Roermond, en Mark Hendriks, secretaris van de Limburgse Werkgevers Vereniging (LWV), ondernamen actie: in hun regio gaan ze een soortgelijk onderzoek uitvoeren.

De hoofdvraag in het rapport was: ‘In hoeverre slagen UWV en gemeenten erin om op regionaal niveau te zorgen voor een gecoördineerde aanpak van werkgeversdienstverlening?’

Samenwerking onvoldoende
In het rapport concludeert de Inspectie SZW onder meer dat de bestuurlijke samenwerking in de arbeidsmarktregio’s de laatste jaren is verbeterd, maar dat de samenwerking op uitvoerend niveau tussen werkgevers, gemeenten en UWV nog onvoldoende van de grond komt. Hierbij spelen ook beschikbaarheid van middelen, bereidheid tot samenwerking en voldoende wederzijdse kennis van de partijen een rol.

Dit triggerde Gerard IJff en Mark Hendriks om hier verder in te duiken. "In Limburg lopen we tegen dezelfde punten aan", aldus Hendriks. "Dit rapport zette alles mooi op een rij en dat was voor ons de aanleiding om nu eens goed te kijken wat er in onze regio wel en niet goed gaat en hoe we dit in Limburg kunnen verbeteren."

In Roermond gebeurde vrijwel hetzelfde. Wethouder Gerard IJff zag eveneens interessante aanknopingspunten toen hij het rapport in handen kreeg. "Anderhalf jaar geleden zijn wij gestart met een werkgeversservicepunt. Dat is gelukt, maar er is nog veel wat beter kan. Deze rapportage gaf een mooi inzicht in waar men landelijk tegenaan loopt. Veel knelpunten kwamen ons bekend voor."

Te weinig bekendheid
Hendriks: "In het rapport staat onder meer dat het nog schort aan de bekendheid van werkgeversservicepunten. Daarnaast is de kwaliteit van de dienstverlening nog niet optimaal en is de samenwerking met de publiekprivate partijen nog niet op orde. Dat is ook in Limburg het geval. We hebben daarom deze landelijke rapportage aangegrepen om de discussie op gang te brengen en gaan een regionaal onderzoek starten. We willen ontdekken waar die knelpunten regionaal precies zitten en wat we eraan kunnen doen. We betrekken de werkgevers er dan ook nauw bij. Samen kunnen we dat het best aanpakken."

Gezamenlijke aanpak
Dat doet Hendriks in samenwerking met de gemeente Roermond als centrumgemeente van de arbeidsmarktregio. De LWV en de gemeente Roermond kregen onlangs Maarten Bos van de Inspectie over de vloer die hen uitleg gaf over het rapport. "Daarbij hebben we ook afspraken gemaakt om de vragenlijsten van de Inspectie deels te gebruiken, vertelt IJff. "Dit is een prima opgezet onderzoek, maar de arbeidsmarkt van Limburg is niet hetzelfde als bijvoorbeeld Amsterdam. We willen het onderzoek daarom aanpassen op deze regio. Dit is in ieder geval een prima basis."

Ondersteuning aan jongeren

In 2016 startte de Inspectie met een enquête waarin de samenwerking in kaart werd gebracht tussen medewerkers van gemeenten en professionals voor jongeren uit de jeugdzorg die ondersteuning door W&I nodig hebben. Deze enquête is inmiddels afgerond met een rapport dat is voorgelegd aan de stakeholders.

Verder zijn onderzoeken afgerond rond het thema ondersteuning aan jongeren. In de rapporten 'De weg naar extra banen' en 'Als je ze loslaat ben je ze kwijt' doet de Inspectie verslag van haar onderzoek naar de gemeentelijke ondersteuning van jongeren met een arbeidsbeperking.

Deze doelgroep, die vóór de invoering van de Participatiewet onder de werking van de Wajong viel, is nieuw voor gemeenten. In de onderzoeken kwam ook de samenwerking aan de orde tussen gemeenten en de scholen voor voortgezet speciaal onderwijs (VSO) en voor praktijkonderwijs (PrO). De belangrijkste conclusies zijn dat de samenwerking met de scholen steeds beter verloopt, maar dat bepaalde groepen jongeren het risico lopen uit beeld te raken. En dat gemeenten niet altijd de ondersteuning geven die de jongeren nodig hebben om aan het werk te komen.

De staatssecretaris van SZW heeft de rapportage ‘Als je ze loslaat, ben je ze kwijt’ gebruikt om de Tweede Kamer te informeren over de ondersteuning van deze nieuwe doelgroep van gemeenten.

Mede naar aanleiding van de conclusie dat sommige groepen jongeren risico lopen uit beeld te raken, heeft de staatssecretaris van SZW een brede oploop georganiseerd samen met het ministerie van OCW en de wethouders van de 35 centrumgemeenten.

Ook is samenwerking gerealiseerd met andere partijen die onderzoek doen naar dit onderwerp. Bijvoorbeeld met de VU Amsterdam en onderzoeksbureau Ecorys. De VU gebruikt de informatie in haar onderzoek (in samenwerking met Divosa), waardoor de inspectiekennis wordt vertaald naar praktische toepassingen.

Op basis van de rapportages heeft de stichting Stimulansz, die gemeenten ondersteunt bij het ontwikkelen en uitvoeren van goed lokaal beleid voor de sociale zekerheid, de Inspectie verzocht een presentatie te houden en een discussie te leiden met gemeenten op een bijeenkomst van het Platform Participatie en werk. De discussie toonde aan dat gemeenten meestal een eigen manier hebben om jongeren met een arbeidsbeperking te ondersteunen en naar werk te begeleiden. Dat kan zinvol maatwerk inhouden, maar ook duiden op nog weinig afstemming tussen gemeenten en weinig leren van goede voorbeelden van andere gemeenten.

Schuldhulpverlening

De Inspectie heeft in 2016 het onderzoek afgerond naar hoe gemeenten invulling geven aan vroegsignalering van burgers met dreigende problematische schulden. Vrijwel alle gemeenten doen aan vroegsignalering, maar er is nog ruimte voor verbetering.

Wanneer gaat vroegsignalering goed?

  • Als een gemeente voor alle relevante doelgroepen over betrouwbare signalen beschikt;
  • Als een gemeente die signalen goed kan duiden;
  • Als er goed vervolg kan worden gegeven door bijvoorbeeld de juiste verwijzing naar hulpinstanties in een netwerk.

Om dat te bereiken moeten gemeenten meer dan tot nu toe bewust aandacht geven aan de opgedane ervaringen met vroegsignaleren en deze ervaringen gebruiken om ervan te leren.
De definitieve resultaten van dit onderzoek zijn medio 2016 gepubliceerd. Deze zijn gebruikt bij het evaluatieonderzoek naar de Wet gemeentelijke schuldhulpverlening.
Begin 2017 is een korte animatie openbaar gemaakt, waarin wordt weergegeven wat gemeenten nog kunnen verbeteren.

Invulling van beschutte werkplekken in 2016

De Inspectie SZW heeft op verzoek van de staatssecretaris van SZW onderzoek gedaan naar de invulling van beschutte werkplekken door gemeenten. De Inspectie SZW concludeert dat beschut werk tot nu toe zeer moeizaam van de grond komt. Dit wordt veroorzaakt door:

  • Het gegeven dat niet alle door de gemeenten aangemelde kandidaten een positief advies van UWV ontvangen;
  • Diverse factoren die beschut werk in de ogen van gemeenten onaantrekkelijk maken;
  • Het voorhanden zijn van alternatieven onder de participatiewet en de WMO die gemeenten aantrekkelijker vinden.

Het onderzoek droeg bij aan een wetswijziging per 1 januari 2017. Hierdoor worden gemeenten verplicht om beschutte werkplekken te creëren voor de specifieke doelgroep.

Onderzoek naar de toegankelijkheid van de schuldhulpverlening

De Inspectie SZW heeft op verzoek van de staatssecretaris van SZW onderzoek gedaan naar de toegankelijkheid van de schuldhulpverlening. Uit het onderzoek blijkt dat 7% van de gemeenten nog niet de individuele omstandigheden van mensen met schulden onderzoekt, voordat wordt besloten schuldhulpverlening aan te bieden. Naar aanleiding hiervan heeft de staatssecretaris van SZW in een Kamerbrief aan de betrokken partijen gevraagd om de gesignaleerde knelpunten op te pakken. Zij roept gemeenten via de Verzamelbrief gemeenten van december 2016 op om na te gaan wat de lokale situatie is en zo nodig maatregelen te treffen. Om een vinger aan de pols te houden, acht zij vervolgonderzoek wenselijk. De Inspectie SZW is inmiddels met het vervolgonderzoek gestart.

Protocol huisbezoeken

De Inspectie SZW heeft bij uitvoeringsinstanties de aanwezigheid en inhoud van protocollen voor het afleggen van een huisbezoek onderzocht. Dit gebeurde in het kader van de evaluatie van de per 1 januari 2013 in werking getreden Wet huisbezoeken. Het onderzoek dient ter onderbouwing van een beslissing om protocollen al dan niet verplicht te stellen. Uit het onderzoek blijkt dat 86% van de gemeenten – evenals UWV en SVB - een formeel vastgesteld protocol of een daarmee vergelijkbaar document hebben. De protocollen en documenten zijn gemakkelijk op internet te vinden als het gaat om UWV, SVB en 23% van de gemeenten.

Naar aanleiding hiervan heeft de staatssecretaris besloten geen voorstel voor te bereiden om uitvoeringsinstanties te verplichten een protocol op te stellen.