Gezond en veilig werk

Problematiek en doelen

De Inspectie houdt toezicht op de toepassing van wettelijk verplichte certificatie (Arbowet en Warenwet). Dat toezicht betreft: de personen of bedrijven die in het bezit moeten zijn van een wettelijk verplicht certificaat (de certificaathouders ) en de instanties die wettelijk verplichte certificaten afgeven (de conformiteitsbeoordelingsinstanties, CBI’s).

Voor het toezicht op de CBI’s stemt de Inspectie haar activiteiten af met de Raad voor Accreditatie (RvA) die toetst of een CBI aan alle wettelijke vereisten voldoet. In de praktijk betekent dit dat de CBI na aanwijzing vooral met de RvA te maken krijgt. In specifieke situaties (risicogerichte inspectieprojecten of bij ernstige tekortkomingen) heeft de CBI te maken met de Inspectie.

Het certificatiestelsel functioneert optimaal als gebruikers van certificatie erop kunnen vertrouwen dat de gecertificeerde producten veilig - en de gecertificeerde bedrijven en personen deskundig - zijn. Voor certificaathouders betekent dit dat ze competent zijn risicovolle werkzaamheden op een verantwoorde manier uit te voeren. Er zijn in Nederland 24 werkvelden waar wettelijk verplichte certificatie-eisen gelden ten aanzien van veilig en gezond werken. In die werkvelden zijn zo’n 30 CBI’s werkzaam

Aanpak en resultaten

Liften

In 2016 is bij 850 eigenaren van liften, waarvan bij de CBI’s bekend was dat zij de herkeuringstermijn ruimschoots hadden overschreden, toezicht gehouden via aanschrijving. De eigenaren reageerden massaal. Veel eigenaren waren zich of niet bewust van de keuringsplicht, of dachten dat een ander (de onderhoudsfirma) de keuring deed of verzorgde. Het toezicht leidde ertoe dat de eigenaren alsnog de keuringen uitvoerden. Slechts bij een beperkt aantal eigenaren was een bezoek aan de locatie nodig om de keuring te realiseren.

Duiken

De Inspectie SZW bezocht vrijwel alle duikbedrijven in Nederland en 7 brandweerkorpsen (van de 25 veiligheidsregio’s). De resultaten (zie: Veilig duiken begint vóór de duik!) gaven aanleiding voor de Inspectie VenJ om de inspectieresultaten onder de aandacht te brengen van álle brandweerkorpsen en deze te vragen om de juiste maatregelen te nemen. De Stichting Werken onder OverDruk (SWOD) zal de gegevens gebruiken voor verbeteracties en communicatie naar certificaathouders in 2017.

Asbest

Op het gebied van asbest zijn verschillende projecten uitgevoerd. Naar aanleiding van een eerder inspectieproject over meldingen van omgevingsdiensten over certificaathouders is de regelgeving aangepast. Hierdoor kunnen meldingen in het kader van certificering door de CBI’s beter worden opgepakt. In de praktijk komt het voor dat dezelfde natuurlijke of rechtspersoon meerdere certificaten asbest heeft. Dat maakt ontwijkgedrag mogelijk. Immers, de intrekking van een certificaat heeft dan geen effect omdat het ’andere’ bedrijf verdergaat met het werk. De CBI’s hebben dit signaal opgepakt met als doel ontwijkgedrag in de toekomst tegen te gaan.

De Inspectie kreeg signalen over slecht functionerende laboratoria die actief zijn op het terrein van asbest. Na overleg met de Raad voor Accreditatie (die de laboratoria accrediteert), besloot deze zijn controleaanpak te wijzigen. Dit leidde ertoe dat in 2016 de accreditatie van een laboratorium is geschorst. Daarmee wordt bovendien de druk vergroot op laboratoria (die een belangrijke rol vervullen in de asbestketen) om hun werk goed te doen.

Uit een door de Inspectie uitgevoerde quick scan bleek dat er structurele knelpunten waren in het certificatiesysteem Opsporing Conventionele Explosieven (OCE). De directie Gezond en Veilig Werken van het ministerie van SZW heeft de resultaten meegenomen in haar besluit om het stelsel te wijzigen.

In 2016 is de regelgeving op het gebied van de Warenwet gewijzigd met als gevolg dat veel CBI’s opnieuw aangewezen moesten worden. De Inspectie wijst, op basis van een positief voorstel van de Raad van Accreditatie, een CBI aan voor (keurings-)activiteiten in de EU en/of Nederland. In het eerste geval maakt de Inspectie de aanwijzingsbeslissing ook kenbaar aan de andere lidstaten.