Gezond en veilig werk

Problematiek en doelen

Blootstelling aan ioniserende straling resulteert in een verhoogde kans op kanker. Het hoofddoel van het programma Ioniserende straling is het verbeteren van de stralingsveiligheid op het werk. De activiteiten zijn gericht op het verhogen van de naleving van de kernenergiewet (KEW) en op het verhogen van de invloed van zogenoemde ‘coördinerend deskundigen’ op het stralingsbeleid van bedrijven.

Aanpak

Uit ervaring blijkt dat terugkerende werkplekinspecties en de vinger aan de pols houden noodzakelijk zijn om ‘veilig werken met stralingsbronnen’ op de agenda van bedrijven te houden. Daarom kiest de Inspectie voor inspecties als interventie bij de bedrijven en in sectoren met de meest risicovolle stralingstoepassingen. Bedrijven die niet geïnspecteerd worden, stimuleert de Inspectie SZW tot blijvende alertheid. Ze doet dit onder meer met het plaatsen van artikelen over de inspectieresultaten in vakbladen.

In 2016 voerde de Inspectie 149 inspecties uit ten aanzien van:

  • Röntgendiagnostiek in kleinere ziekenhuizen;
  • Naleving van systeemverplichtingen (zoals voor het instrueren en toezicht houden op medewerkers) bij NDO-bedrijven (niet-destructief onderzoek) op de hoofdvestiging;
  • Stralingsveiligheid bij onderzoeksinstellingen die stralingsapparatuur gebruiken;
  • Mate waarin houders van recent afgegeven vergunningen voldoen aan de gestelde voorwaarden;
  • Bescherming van werknemers in de nucleaire sector. Deze inspecties werden samen met inspecteurs van de Autoriteit Nucleaire Veiligheid en Straling uitgevoerd.

Resultaten en effecten

Bij een op de vier inspecties werden overtredingen vastgesteld. In het algemeen houden de overtredingen geen ernstig gevaar in voor de gezondheid. De verantwoordelijken zijn daarbij bereid om de vereiste maatregelen te nemen. Dat laatste blijkt ook uit herinspecties die na een jaar bij dezelfde organisaties worden uitgevoerd. Bij geen van de 40 bezochte organisaties trof de Inspectie nog overtredingen aan. Alle organisaties zien de noodzaak van zorgvuldig omgaan met ioniserende straling.

Een goede risicoanalyse is de hoeksteen van een veilige en gezonde werkomgeving. Bij de inspecties in niet-academische ziekenhuizen heeft de Inspectie ingezet op kwaliteitsverbetering van röntgentoepassingen. Daardoor hebben veel ziekenhuizen vooruitgang geboekt in de risicoanalyses. Het initiatief hiervoor kwam van het Platform Stralingsbescherming in het ziekenhuis, dat is ondergebracht bij het Nederlands Centrum voor Stralingsdosimetrie (NCS).

Grote bedrijven die niet-destructief onderzoek doen (NDO-bedrijven) maken op aandrang van de Inspectie SZW inmiddels serieus werk van de aanschaf van de juiste meetapparatuur voor het meten van het dosistempo en het registreren van de dagdosis.

Naar aanleiding van inspecties bij dierenartsen in 2015 verscheen in 2016 een artikel in het vakblad van de dierenartsen, opgesteld in samenwerking met de Koninklijke Nederlandse Maatschappij voor Diergeneeskunde (KNMvD). Het artikel bevatte nadere informatie van de brancheorganisatie en een oproep tot veiliger werken, betere controles en handhaving.

Naar aanleiding van de interventies van de Inspectie hebben veel dierenartsen in samenspraak met een (meestal externe) coördinerend stralingsdeskundige een risicoanalyse opgesteld. Dit heeft geleid tot betere bewustwording van de blootstellingrisico’s.

Een knelpunt dat de laatste jaren is waargenomen, betreft de aanwezigheid van stralingsbronnen of –afval bij faillissementen. Financiële middelen schieten tekort om de bronnen of het afval af te voeren. Dit dreigt bijvoorbeeld bij de afhandeling van het faillissement van Thermphos in Zeeland. Daar speelt naast ioniserende straling overigens ook de aanwezigheid van grote hoeveelheden fosfor(slik) en asbestverontreiniging.

In dergelijke situaties dreigt afwenteling op het publieke domein en mogelijke vertraging bij het opruimen. Een optie om dat te voorkomen kan bestaan in de verplichting aan organisaties die werken met nucleaire bronnen om een voorziening voor sanering te treffen of op andere wijze die (substantiële) kosten te internaliseren.