Klachten en meldingen

De Inspectie ontvangt klachten en signalen over arbeidsomstandigheden, arbeidstijden, onderbetaling, arbeidsongevallen, illegale arbeid en andere vormen van regelovertreding. De Inspectie heeft één centraal meldpunt waar elke burger, werknemer, werkgever of instantie meldingen kan doen. Het informatieknooppunt van SZW maakt eveneens deel uit van het centrale meldpunt en heeft als taak het veredelen en doorgeleiden van signalen over fraude naar ketenpartners.

Klachten

Het aantal klachten en signalen dat in onderzoek is genomen in 2016 is met 8% gestegen ten opzichte van 2015. In de tweede helft van 2016 is de toename iets afgetopt. Uit nadere analyse bleek dat dit kwam omdat de toename zich al had ingezet in de tweede helft van 2015.

Het aantal afgeronde onderzoeken op basis van klachten en signalen in het afgelopen jaar was 1183. Ongeveer de helft van de ingediende meldingen van klachten en signalen wordt doorgezet voor onderzoek. In onderzoek worden alleen die meldingen genomen waarbij er op basis van de aangeleverde informatie sprake is van een zware of ernstige overtreding van de Arbowet. Uit de onderzoeken bleek dat in 59% er een causaal verband was van één of meer overtredingen. Daarbij is handhavend opgetreden. Opvallend is dat het aantal verzoeken vanuit de medezeggenschap voor onderzoeken ten opzichte van het vorig jaar met 45% is toegenomen. Deze onderzoeken hebben – van de klachten en signalen - de langste zaaktijd.

Uit de meest recente analyse van klachten die is gemaakt (Inspectie SZW, Klachten en ongevallen arbeidsomstandigheden 2012-2015, van 16 januari 2017) blijkt dat de top 3 van de gemaakte overtredingen zijn:

  1. Het ontbreken van maatregelen om valgevaar te voorkomen;
  2. Het niet kunnen tonen van het certificaat of andere vereisten verbonden aan certificaten;
  3. Het niet kunnen tonen van een actuele en volledige RI&E en andere nadere voorschriften.


De klachten en signalen die zijn onderzocht zijn zeer divers. Enkele voorbeelden:

  • In 2016 zijn op verzoek van een vakbond de arbeidsomstandigheden onderzocht bij een aluminiumbedrijf. Er werden zowel overtredingen geconstateerd op het gebied van machineveiligheid als aan blootstelling aan gevaarlijke stoffen. Terwijl deze zaak nog liep vond er ook een incident plaats met betrekking tot persoonlijke beschermingsmiddelen: er ontstond brand in het bedrijf en een eigen brandweerman liep bij het blussen brandwonden op. De brandweerpakken bleken wel gewassen maar niet geïmpregneerd, terwijl ze dachten dat dit wel het geval was. De onderliggende procedures waren ook niet goed op orde. Naast bestuursrechtelijke handhaving was daarom opschaling naar het strafrechtelijk traject aan de orde.
  • In 2016 bezocht de Inspectie SZW een polyesterbedrijf in verband met een ingezet handhavingtraject voor blootstelling aan gevaarlijke stoffen. Het bedrijf meldde dat ze moeite hebben met het programma stoffenmanager, een belangrijk hulpmiddel om de blootstelling op orde te krijgen. De Inspectie heeft hen op weg geholpen. Het heeft ertoe geleid dat bepaalde werkwijzen zijn herzien en een aantal producten vervangen. Het bedrijf heeft het nu op orde en heeft goede procedures. Toen hun grootste opdrachtgever van het jaar opeens eiste dat hun onderaannemers allen een veiligheidscertificaat (VCA) moesten hebben, was dat voor hen goed te doen. Door deze eis vielen andere onderaannemers weg en kreeg dit bedrijf meer werk.

Ontheffingen

De Inspectie behandelt verzoeken voor ontheffingen van bijvoorbeeld permanente nachtarbeid, kinderarbeid en het werken met vluchtige organische stoffen. De grootste groep ontheffingsverzoeken is de ontheffingsverzoeken van kunstkinderen.

Kunstkinderen

Op 1 april 2016 werd een nieuwe Beleidsregel Ontheffing Verbod Kinderarbeid (BOVK) van kracht. Dit betekende een forse wijziging in de regelgeving op het gebied van artistieke arbeid door kinderen (kunstkinderen), zowel voor wat betreft de arbeid die kinderen mogen verrichten als de werktijden die hiervoor gelden. Het gebruik van persoonlijke beschermingsmiddelen is op basis van de nieuwe BOVK voor kinderen niet toegestaan.

Voor het verkrijgen van een ontheffing moet de producent alle mogelijke risico’s en maatregelen van de arbeid beschrijven. Aanvragers hebben hier moeite mee: vaak wordt niet genoeg doorgedacht en blijkt uit de aanvraag niet duidelijk genoeg wat het kind gaat doen.

Er zijn steeds meer televisieprogramma’s waarin kinderen een rol hebben. De programma’s worden spannender en spectaculairder en ook is er een toename van programma’s waarin emotionele belasting van het kind een rol speelt, bijvoorbeeld in programma’s over pesten of ernstige ziektes. Producenten realiseren zich niet altijd wat de emotionele risico’s hiervan voor het kind kunnen zijn. In veel van deze gevallen wordt - al voordat ontheffing wordt verleend door de Inspectie SZW - een psychologisch rapport gevraagd waarin een inschatting wordt gemaakt van wat een programma voor effect kan hebben op een kind.

Controle kan zowel vooraf plaatsvinden als op het moment van de arbeid. Het toezicht van Inspectie SZW is hiervan een mix waarbij inspecties zowel steekproefsgewijs - op basis van eerdere ervaringen met producenten - of op basis van risico’s en voorschriften in de ontheffing worden uitgevoerd.

Toetsen Arbocatalogi

Een van de belangrijkste preventieve instrumenten voor het toezicht is het werken met positief getoetste catalogi. De werkgevers weten welke concrete bedrijfsspecifieke maatregelen ze kunnen nemen om veilig en gezond te werken. De Inspectie gebruikt deze catalogi als referentiekader als ze een overtreding aantreft. Een representatieve vertegenwoordiging van de sociale partners in een sector/branche beschrijft in een arbocatalogus met welke maatregelen de doelvoorschriften uit de Arbowet gerealiseerd kunnen worden. Een catalogus is een goed hulpmiddel om een plan van aanpak te maken behorend bij de Risico-inventarisatie en –evaluatie (RI&E). Veel branches hebben daarom naast de catalogus ook een branche-RI&E ontwikkeld, zodat de werkgever deze bedrijfsspecifiek kan maken (zie www.rie.nl)

In 2016 zijn er 59 arbocatalogi aan de Inspectie SZW ter toetsing voorgelegd. Het ging daarbij om actualisering van bestaande catalogi, uitbreiding van bestaande catalogi (toevoeging meer relevante risico’s) en nieuwe catalogi. Hiervan zijn er 25 positief, 5 gedeeltelijk positief/negatief en 14 negatief getoetst. In totaal zijn er nu 158 catalogi. Alle positief getoetste catalogi zijn te vinden op arboportaal.nl.

Strafrechtelijke onderzoeken naar fraude in de zorg

Doel en problematiek

Tegengaan van fraude met zorggelden heeft een budgettair en maatschappelijk oogmerk. Fraude mag niet lonen want het ondermijnt het maatschappelijk draagvlak voor deze voorzieningen.

De Directie Opsporing van de Inspectie voert - in opdracht van en onder beschikbaarstelling van de noodzakelijke financiële middelen door het ministerie van VWS en onder gezag van het Functioneel Parket van het Openbaar Ministerie - strafrechtelijke onderzoeken uit naar fraude in de zorg. Dit betreffen onderzoeken naar fraude met persoonsgebonden budgetten en declaraties voor zorg in natura.

Na een intensivering van middelen vanuit VWS is in 2016 de afdeling Opsporing Zorgfraude uitgebreid naar in totaal 67,5 fte.

Aanpak en resultaten

In 2016 werden 12 strafrechtelijke onderzoeken afgerond. Het betreft 4 pgb-onderzoeken, 4 declaratiefraudeonderzoeken en een strafrechtelijk onderzoek naar zorg in natura. Daarnaast werden 3 aparte, afgesplitste ontnemingsonderzoeken uitgevoerd (2 als follow up van pgb-onderzoeken en 1 op het gebied van zorg in natura). Het ontnemingaspect wordt sowieso meegenomen in de reguliere opsporingsonderzoeken. Verder werd in 2016 een project naar facilitators bij fraude in de zorg afgerond.

Het ministerie van VWS ontvangt van de Inspectie SZW onder meer signalen en beleidsadviezen die rechtstreeks voortvloeien uit de bevindingen van de strafrechtelijke onderzoeken.

De Inspectie streeft er naar zoveel mogelijk effect te bereiken met de inzet van haar interventie-instrumenten. Daarmee is onlosmakelijk verbonden dat handhaving bijdraagt aan de oplossing van geconstateerde fraudemogelijkheden. Hierbij werkt de Inspectie samen met relevante ketenpartners in de zorg. Vanuit een signalerende en agenderende rol zijn deze ketenpartners de ogen en oren van beleid en politiek. In 2016 hebben de ketenpartners - via een gezamenlijke signaleringsbrief - hun bevindingen uit uitgevoerde onderzoeken gedeeld met het ministerie van VWS.

De Inspectie SZW hecht aan intensieve samenwerking binnen de keten om fraude in de zorg te voorkomen en bestrijden. Vanuit die optiek heeft zij zich ingespannen om de samenwerking met de ketenpartners verder te versterken. Dit resulteerde onder meer in de oprichting van het Informatie Knooppunt Zorgfraude (IKZ), waarin onder andere de Inspectie participeert. Hier worden signalen van fraude in de zorg verzameld en verrijkt met informatie, waarna deze worden overgedragen aan een van de ketenpartners. Ook wordt binnen het IKZ kennis rond fraude in de zorg ontwikkeld.