Organisatieontwikkeling

De Inspectie SZW wil een moderne, wendbare organisatie zijn waar integraal en flexibel kan worden gewerkt via een programmatische en projectmatige werkwijze. De Inspectie voerde deze manier van werken stapsgewijs in.

Deze ontwikkeling had een extra impuls nodig. De Inspectie wil meer inspectiebrede risicoanalyses en programma’s uitvoeren, waarmee de gewenste maatschappelijke effecten kunnen worden bewerkstelligd. De programma’s bevatten optimale interventiemixen voor bepaalde thema’s en risico’s in sectoren. Dit stelt de Inspectie in staat om interdisciplinair en resultaatgericht te werken.

De Inspectie voerde een verkenning uit naar wat er nodig is om haar ambities (zoals risicogestuurd en resultaatgericht werken) te kunnen realiseren. Dit leverde een contourenschets op van het allocatieproces (de verdeling van het werk door schaarse capaciteit te koppelen aan doelstellingen en strategische risico’s), de wijze van sturen en verantwoorden, leiderschap en de manier van organiseren.

Daarnaast heeft de Inspectie een Organisatie- en Formatierapport opgesteld over de ontwikkeling naar een moderne en wendbare organisatie. Daarin staat de verantwoordelijkheid van de medewerker centraal. Elke medewerker levert een bijdrage aan de doelstellingen van de organisatie, voert taken zo goed mogelijk uit en is actief in het signaleren. Daarnaast krijgt elke medewerker feedback op zijn acties, zodat hij of zij verbetervoorstellen kan doen. Dit betekent ook dat er ruimte is om mee te denken over het ontwikkelen en inrichten van toezichtprogramma’s.

Om dit allemaal mogelijk te maken, is decentrale besluitvorming nodig (waar het kan), evenals eenduidige sturing en feedback en heldere organisatiedoelen waaraan de medewerker zich verbindt. De oren en ogen van medewerkers zijn belangrijke informatiebronnen om te sturen en te signaleren. Dit is belangrijk om flexibel en innovatief te werken.

Met deze volgende stap in de ontwikkeling werkt de Inspectie aan een organisatie waarin verandering soepel kan worden opgevangen en vakmanschap centraal staat. De basis wordt in een nieuwe structuur vastgelegd. De invoering hiervan vindt plaats in 2017, inclusief de ontwikkeling op het terrein van cultuur en leiderschap. Hierbij is sprake van doorlopende vernieuwing, evaluatie en doorontwikkeling, waarbij de Inspectie leert van haar ervaringen, kan bijsturen als het nodig is en bijdraagt aan de ontwikkeling van medewerkers.

Informatievoorziening

Risicoanalyse

De Inspectie SZW begon in 2016 met het project Profileren met Inspecteurs in de Lead en Samenwerking (PILS). In dit project ligt de nadruk op het ontwikkelen van risicoprofielen in samenwerking met inspecteurs. In deze profielen wordt een inschatting gemaakt van de risico’s binnen bedrijven. Deze inschatting wordt gemaakt op basis van dataprofilering en gecombineerd met praktijkervaring. Zo kan de Inspectie SZW steeds meer risicogericht werken.

Met een ict-functionaliteit kunnen inspecteurs op basis van de profielen eigen risicolijsten genereren en extra achtergrondinformatie raadplegen over de bedrijven. De komende jaren wordt dit verder ontwikkeld.

Resultaat- en effectgericht sturen

De meeste primaire taken van de Inspectie SZW worden gerealiseerd in programma’s en projecten. De activiteiten van programmamanagers, projectleiders en medewerkers worden gekoppeld aan programmadoelen. Dit maakt resultaat- en effect gerichte sturing mogelijk.

In het project Resultaat- en effectgericht sturen ontwikkelt de Inspectie een managementinformatiesysteem, zodat alle managers informatie hebben om te kunnen sturen op de effect-, doel- of productierealisatie. Hiervoor heeft de Inspectie een zogenoemde proeftuin ingericht om de specificaties van het managementinformatiesysteem en de bijbehorende werkwijze scherp te krijgen.

HRM-beleid

Psychosociale arbeidsbelasting (PSA) bij de Inspectie SZW

Onder het motto ‘practice what you preach’ namen drie inspecteurs de aanpak van PSA binnen de Inspectie SZW onder de loep. Ze beoordeelden vier aspecten: werkdruk, agressie en geweld, ongewenste omgangsvormen en discriminatie. Deze inspectie is inmiddels afgerond. Samen met de Ondernemingsraad overlegt de Inspectie welke maatregelen genomen gaan worden om de geconstateerde tekortkomingen weg te werken.

Agressie en geweld

Agressie en geweld is een belangrijk thema. De Inspectie SZW tolereert geen agressie en geweld tegen haar medewerkers en vindt het belangrijk dat agressie en geweld worden gemeld. Voor de medewerker zelf, maar ook voor de collega die wellicht op een ander moment naar hetzelfde bedrijf gaat.

De Inspectie SZW ondernam de volgende activiteiten tegen agressie en geweld:

  • Trainingen over omgaan met agressie;
  • Discussies over de norm: ‘Wat accepteren we wel/niet?’ Hierin werd stilgestaan bij de regierol van de leidinggevende en ging het over het nut en de noodzaak van altijd melden en registreren van agressie en geweld;
  • Doorlichten van de procedure voor melden en registreren. De Inspectie ontwikkelt een nieuwe voorziening om incidenten eenvoudig te registreren;
  • Een centrale voorziening met alle expertise over agressie en geweld en (juridische) ondersteuning van leidinggevenden bij opvang en nazorg.

In 2017 voert de Inspectie een Agressie en Weerbaarheid Onderzoek (AWO) uit, in aansluiting op het Medewerker Tevredenheid Onderzoek (MTO).

Medewerkers en middelen

Eind 2016 bedroeg de bezetting van de Inspectie 1.149 fte. Een daling van 36 fte ten opzichte van 2015. De bezetting ontwikkelt zich daarmee in lijn met de formatie en het budget. In 2016 vond onderzoek plaats door ABD topconsult naar de Inspectie SZW. Mede naar aanleiding van dat onderzoek wordt in dit jaarverslag een gedetailleerder inzicht gegeven in de verdeling van de formatie over de verschillende disciplines en specialismen bij de Inspectie.

Figuur 7: De verdeling over de disciplines binnen de Inspectie SZW.

Een deel van de personele en financiële middelen betreft tijdelijke taken. Onderstaande tabel geeft daarin inzicht. Eind 2016 is vastgesteld dat de inzet van de Inspectie op schijnconstructies en cao-onderzoek naar aanleiding van het sociaal akkoord een structureel karakter krijgt.

Overzicht tijdelijk toegewezen gelden

Budget x €1.000 Formatie in fte
Overzicht tijdelijk toegewezen gelden 2016 met bijbehorende formatie

Sociaal Akkoord

3.383 36

Businesscase gefingeerde dienstverbanden

1.300 13

Businesscase aanpak grote constructies

900 9

Zorgfraude

7.488 67,5
Totaal 13.071 125,5

Uitgaven

In 2016 heeft de Inspectie circa € 103 miljoen uitgegeven:

  • € 96,5 miljoen aan personeel;
  • € 6,5 miljoen aan materiële uitgaven.

In vergelijking met 2015 is sprake van een stijging van de personele uitgaven door het verlengen van de in het kader van het sociaal akkoord overeengekomen tijdelijke uitbreiding van de Inspectie (motie Kerstens en Weyenberg, TK, 34300 XV, nr. 44). Hier tegenover staat een verlaging van de uitgaven aan het wagenpark. Door de afgesloten rijksbrede leaseovereenkomst waren er in 2016 geen vervangingsuitgaven nodig.

Ontvangsten

De ontvangsten van de Inspectie SZW bedroegen in 2016 € 24,4 miljoen. Deze vloeiden voort uit de inning van opgelegde bestuurlijke boeten in 2016 en voorgaande jaren.

Kerncijfers Inspectie SZW

In haar verantwoording richt de Inspectie zich steeds meer op het inzichtelijk maken van maatschappelijke effecten van haar interventiemix (naast inspecteren kan die bestaan uit nalevingcommunicatie en het druk zetten op ketens middels brancheorganisaties, opdrachtgevers en werknemersverbanden).

Zoals verwoord in de bijstelling van haar jaarplan 2016 zijn aantallen inspecties, rechercheonderzoeken en onderzoeksrapporten belangrijk, maar zijn geen doel in zich [29]. Onderstaande tabel geeft inzicht in de aantallen, waarbij in de kolom ‘Bijgestelde begroting 2016’ is de bijstelling van het jaarplan 2016 opgenomen.

NB Met behulp van de scrollbalk onderaan kunt u de overige kolommen van het tabel bekijken.

  Realisatie 2015 Begroting 2016 Bijgestelde begroting 2016 Realisatie 2016
Aantal inspecties, onderzoeken en rapportages        
Inspecties en onderzoeken arbeidsomstandigheden 16.288 15.500-16.500 14.500-15.500 15.491
Inspecties en onderzoeken Major Hazard Control (Brzo, Arie) 350 380-420 380-420 541
Inspecties Arbeidsmarkt (WAV, WML, ATW en Waadi) 4.500 3.800-4.800 2.500-3.500 2.890
         
Afgeronde opsporingsonderzoeken SZW-domein 61 56 56 62
Afgeronde opsporingsonderzoeken VWS-domein 11 8-12 8-12 12
(Programma)rapportages domein Sociale Zekerheid 22 24 24 19
         
Handhavingsinterventies n.a.v. inspecties in onderzoeken in %        
Overtreding arbeidsomstandigheden 49% 57 57 51%
Overtreding Major Hazard Control 43% 40 > 40 43%
Overtreding Arbeidsmarkt 26% 20 > 30 48%
Aantal processen-verbaal (Arbo, ATW, KEW, Brzo, Wav) 84 n.v.t. n.v.t. 87%
         
Uitkomsten Opsporingsonderzoeken SZW domein        
Aantal natuurlijke personen en rechtspersonen waartegen procesverbaal is opgemaakt 169 130-170 130-170 167
Vastgesteld nadeel (x miljoen €) 66 25-35 25-35 49
Aantal processen-verbaal 72 n.v.t. n.v.t. 74
         
Bestuurlijke boetes        
Aantal verzonden boetebeschikkingen (Arbo, ATW, Wav, Wml, Waadi) 3.183 n.v.t n.v.t. 3.685
Boetebedrag opgelegd (x miljoen €) 29 n.v.t. n.v.t. 39,4

Het handhavingpercentage bij overtredingen arbeidsomstandigheden is lager dan voorzien in het jaarplan 2016 van de Inspectie SZW. Herinspecties laten zien dat werkgevers hun handelen hebben aangepast en handhaving veel minder vaak nodig is.

Zoals ook aangegeven in de brief aan de Tweede Kamer hebben veel bedrijven door de wijziging van Brzo-regelgeving in 2015 een nieuw veiligheidsrapport ingeleverd. Deze rapporten zijn door de Inspectie SZW in 2016 beoordeeld. Voor Brzo geldt dat de benodigde tijd voor de beoordeling van veiligheidsrapporten korter is dan voor het uitvoeren van een inspectie, wat zorgt voor een hoger totaal aantal gerealiseerde zaken.

Het aantal inspecties Wav, WML, ATW en Waadi is - zoals in de brief aan de Tweede Kamer gemeld - naar beneden bijgesteld, omdat de focus is verschoven naar onderbetaling. Dit heeft geleid tot onderzoeken met een langere doorlooptijd en meer overtredingen per zaak.

Het vastgesteld nadeel bij opsporingsonderzoeken is fors hoger dan in de begroting geraamd. Dit wordt met name veroorzaakt doordat bij twee strafrechtelijke onderzoeken de aard en omvang van de opgespoorde misdrijven zodanig was dat ook een groot bedrag aan wederrechtelijk verkregen voordeel is vastgesteld (respectievelijk € 19 miljoen en € 26 miljoen). Het Openbaar Ministerie bewerkstelligt hiermee het gewenste maatschappelijke effect: het wegnemen van crimineel verkregen voordeel.

[29] Tweede Kamer, 2016 - 2017, 34550-XV, nr. 5