2016 was een bijzonder jaar. De dynamiek op de arbeidsmarkt en in de samenleving maakte tussentijds aanpassing van het jaarplan noodzakelijk [1]. Een viertal belangrijke ontwikkelingen deden zich voor. Onderstaand wordt de huidige stand hiervan beschreven. Daarna worden opvallende resultaten uit toezichtprogramma’s benoemd.

Arbeidsongevallen

In de bijstelling van het jaarplan werd een sterke toename van het aantal arbeidsongevallen geconstateerd. Als direct gevolg werd aangegeven dat de Inspectie daardoor meer capaciteit inzet op onderzoek van arbeidsongevallen en minder op preventief risicogestuurd toezicht. Als reden werd een voorlopig verband gelegd met de economische ontwikkeling en werd een nadere analyse over het gehele jaar 2016 toegezegd (zie hoofdstuk 1 van dit jaarverslag).

Over 2016 als geheel is de toename minder extreem dan in het eerste halfjaar. Wel steeg het aantal slachtoffers van arbeidsongevallen in 2016 met 14% ten opzichte van een jaar eerder. Het aantal dodelijke slachtoffers ging naar 70 terwijl het een jaar eerder 51 was. De analyse laat zien dat de economische dynamiek hiervan de meest waarschijnlijke oorzaak is. De hoogste groeicijfers zijn juist in hoogrisico sectoren als industrie, bouw, handel en afvalbeheer. De som van een grotere risicopopulatie, meer tijdsdruk en onvoldoende snelle beschikbaarheid van de juiste vakmensen is een aannemelijke verklaring.

Bijzondere aandacht in de analyse van arbeidsongevallen is er voor de vraag of de risico’s bij uitstek betrekking hebben op bepaalde (kwetsbare) groepen. De analyse in dit jaarverslag bevestigt dat uitzendkrachten een twee keer zo hoge kans op een ongeval hebben als werknemers die rechtstreeks in dienst zijn bij een werkgever. Dit was uit eerder onderzoek ook gebleken. Op grond van de beschikbare data kon worden bevestigd noch ontkend dat zzp'ers een hoger risico lopen.

Per saldo was er een toename tot ruim 2.500 ongevallen die werden onderzocht, waar dit voorheen onder de 2.400 lag. In 60% van de ruim 2.500 gevallen vond handhaving plaats op het niet naleven van de Arbeidsomstandighedenwet.

Deze handhaving blijkt zeer effectief. Veel bedrijven passen hun gedrag aan: het ongeval ‘bewijst’ immers de noodzaak. Bij herinspectie is een 6% lager percentage herhaalovertredingen dan bij bedrijven waar geen ongeval is geweest.

De ervaringen uit de ongevalsonderzoeken worden benut bij het vormgeven van de preventieve, risicogestuurde programma’s. Op die manier hebben ook andere bedrijven waar ongevallen kunnen plaatsvinden baat bij de opgedane lessen. Het stelt hen in staat om ook voor hun eigen medewerkers de werkomgeving veiliger en gezonder te maken.

Focus op onderbetaling

In de bijstelling van het jaarplan 2016 is beschreven dat de Inspectie haar werkwijze heeft aangepast. Dit doet zij door bij de arbeidsmarktwetgeving de primaire focus te leggen op de vraag of er mogelijk sprake is van onderbetaling volgens de Wet minimumloon en minimumvakantiebijslag (WML). Naleving van de Arbeidstijdenwet (ATW) en de Wet arbeid vreemdelingen (Wav) wordt daarbij meegenomen. Dit betekent een intensievere werkwijze voor zowel het bedrijf als de inspectie, aangezien in veel gevallen boekenonderzoek plaatsvindt en financiële gegevens moeten worden overlegd.

De eerste resultaten van deze nieuwe werkwijze zijn volgens verwachting: minder en intensievere zaken (een kleine 3.000 zaken, circa 25% minder dan zonder de nieuwe aanpak) en meer handhaving (ruim 40% ten opzichte van eerder ruim 20%). Er worden meer overtredingen van de WML geconstateerd. Veel van de onderzochte bedrijven hebben daarbij geen adequate registratie van arbeidstijden.

Om de naleving te verbeteren, ondersteunt de Inspectie werkgevers en werknemers met de zelfinspectietool ‘Eerlijk werken’, waarmee ze zelf kunnen controleren of zij aan de wettelijke regels voldoen.

Bedrijven met gevaarlijke stoffen

Vanwege de grote maatschappelijke aandacht voor de (langjarige) gevolgen van het gebruik van gevaarlijke stoffen door bedrijven (zoals bij Lycra en Teflon door DuPont) vindt diepgaander onderzoek plaats om hieruit lessen te trekken. Dit wordt in 2017 afgerond.

Het programma Bedrijven met gevaarlijke stoffen omvat - naast een grote groep bedrijven met beperkte hoeveelheden gevaarlijke stoffen - een specifieke groep die valt onder het Besluit risico’s zware ongevallen (Brzo 2015). Een belangrijke verschuiving van werkzaamheden die in de bijstelling van het jaarplan is benoemd, heeft zich het hele jaar voorgedaan. Het betreft de gevolgen van het in werking treden van het Brzo 2015 en de regeling op grond daarvan, de RRZO. Zoals aangegeven in de aanpassingsbrief van het jaarplan heeft een groot aantal bedrijven in 2016 om een beoordeling van volledige veiligheidsrapporten gevraagd. Dit betekent concreet dat het aantal gerealiseerde inspecties en (veiligheids)onderzoeken ruim 25% hoger lag dan bij jaarplan werd voorzien.

Programmering

De decentralisaties in het sociaal domein komen - na de transitiefase - nu meer in het stadium van de transformatie. Zoals in de bijstelling verwoord, gaf tussentijdse evaluatie aanleiding de programmering daarop aan te passen. Deze aanpassingen zijn doorgevoerd na de bijstelling van het jaarplan. In plaats van voorheen 3 programma’s op het vlak van werk en inkomen, is er in 2017 nu 1 programma: Participatie en financiële zelfredzaamheid. Verder houdt de inspectie in het programma Psychosociale arbeidsbelasting en psychische problematiek toezicht op de dienstverlening aan mensen met psychische problematiek in het stelsel van werk en inkomen. Ook draagt de Inspectie met mensen en middelen bij aan het gezamenlijke toezicht decentralisaties/Samenwerkend toezicht Jeugd die onder directe aansturing van de leiding van STJ/TSD werken [2].

Op grond van de cijfers over 2016 constateert de Inspectie SZW dat haar programmatische aanpak - waarbij zij inzet op een mix van toezichtinstrumenten, opsporingsonderzoeken en communicatiemethoden - werkt. Dit is onder meer af te leiden uit de nalevingspercentages die stijgen in de loop van een programmaperiode en uit de meerjarenrapportages.

  • Bij eindgebruikers, zoals schilders, graffitiverwijderaars, betonrenoveerders en vloercoatingbedrijven is een toename (20%) te zien in het toepassen van een VIB (VeiligheidsInformatieBlad) bij het nemen van beschermingsmaatregelen en het informeren van werknemers over risico’s.
  • Gecertificeerde asbestbedrijven leefden ook in 2016 de wet- en regelgeving weer beter na. Een trend die zich sinds 2012 heeft ingezet (van 30% naar circa 70% naleving in 2016).
  • Met betrekking tot arbozorg is een bescheiden verbetering in naleving van de kernbepalingen te zien. Bij zes van de negen bepalingen is sprake van verbetering.

Resultaten meerjarige aanpak - meerjarenrapportages:

  • Sector afval: De afgelopen jaren hebben bedrijven in de afvalsector op aandringen van de Inspectie SZW hard gewerkt aan een veilige werkomgeving voor hun werknemers. Daarin is veel verbeterd. Het aantal ongevallen in de sector blijft echter relatief hoog. De arbeidsrisico’s in deze sector hebben nog steeds veel aandacht nodig. De Inspectie heeft echter besloten dat na langdurige inspectieaandacht nu andere sectorale prioriteiten voor gaan. Branchepartijen zijn nadrukkelijk aangesproken op hun verantwoordelijkheden met betrekking tot arbeidsveiligheid en gezond werken. Zie de programmarapportage Sector afval.
  • Overheidsdiensten: De afgelopen jaren hebben overheidsdiensten op aandringen van de Inspectie SZW hard gewerkt aan een veilige werkomgeving voor hun werknemers. Daarin is veel verbeterd. Er zijn nieuwe instrumenten en communicatiemiddelen ontwikkeld. Er is ook commitment van de top van de organisaties, wat verbetertrajecten in gang heeft gezet. De meeste overtredingen zijn opgeheven. Waar instellingen de risico’s nog onvoldoende aanpakken inspecteert de Inspectie SZW de komende jaren opnieuw. Zie de programmarapportage Overheidsdiensten.
  • Zorg en welzijn: De Inspectie signaleerde dat de aanpak van psychosociale arbeidsbelasting (PSA), agressie en geweld en werkdruk bij veel instellingen nog tekortschoot. Zie de programmarapportage Zorg en Welzijn. In 2015 en 2016 hebben herinspecties plaatsgevonden op de toen geconstateerde overtredingen. Ruim 80% van de bezochte hoofdvestigingen had maatregelen getroffen. Ook de sector investeert in de aanpak van PSA: brancheorganisaties ondersteunen de instellingen met aangepaste en verder uitgebreide arbo-catalogi om PSA aan te pakken.

Opvallende resultaten uit toezichtprogramma’s 2016

Internationale samenwerking: aanpak arbeidsuitbuiting krijgt vorm

In 2016 hebben 21 Europese landen tijdens een actieweek gezamenlijk misstanden en arbeidsuitbuiting aangepakt in het internationale wegtransport. Daarbij werden in Europa 275 (mogelijke) slachtoffers van arbeidsuitbuiting opgemerkt en volgde buiten Nederland de arrestatie van in totaal 47 verdachten. Door de kennisuitwisseling is er voor opsporingsorganisaties meer inzicht ontstaan in de netwerken die mogelijk zijn op het terrein van arbeidsuitbuiting. Zie ook resultaten bij par. 2.1.1 Arbeidsuitbuiting.

Notoire overtreders: oneerlijk werk hardnekkiger dan onveilig werken

Stelselmatige overtreders worden niet losgelaten voor zij de naleving op orde hebben. Bij herinspecties van bedrijven die eerder op het terrein van eerlijk werk (WML, Wav, ATW) de wet niet naleefden, constateerde de Inspectie bij 44% opnieuw overtredingen. Deze bedrijven blijven onder verscherpte aandacht en krijgen te maken met oplopende sancties.

De Inspectie herinspecteerde ook op eerdere overtredingen van de Arbowet. In vergelijking tot ‘eerlijk’ werk passen bedrijven hun gedrag op het terrein van veilig werk blijkbaar veel vaker aan. Bij herinspecties van arbeidsomstandigheden bleek 87% van de eerder geconstateerde overtredingen opgeheven. 1/3 deel van de 79 werkgevers die twee maal eerder de Arbowet overtraden bleven ook daarna nog volharden en zijn - of worden - met nog zwaardere maatregelen aangepakt of met inzet van het strafrecht

De Inspectie pakt - waar mogelijk - ook de personen aan die achter (malafide) bedrijven zitten. In 2016 betrof dat in totaal 11 personen. Bij faillissement van malafide bedrijven wordt nagegaan of dat leidt tot her- en doorstarters die ook in de toekomst aandacht en aanpak verdienen.

Schijnconstructies blootgelegd en aangepakt

De Inspectie pakte schijnconstructies aan waarmee overtredingen van arbeidswetten worden verhuld of vormen van fraude verdoezeld. In de zogenoemde 24-uurs zorg ‘woonden’ bijvoorbeeld werknemers in bij zorgbehoevende cliënten en waren zij nagenoeg continu aan het werk. Het aantal uitbetaalde uren lag echter veel lager. Een ander voorbeeld betreft werknemers die aanmonsterden als zeeman, maar feitelijk onderhouds- en renovatiewerk verrichtten. Op deze manier wilde de werkgever de verplichte tewerkstellingsvergunning ontlopen. Schijnconstructies kunnen op een of enkele werknemers betrekking hebben, maar het kan ook gaan om veel meer werknemers. Bij de ‘zeelieden’ ging het om ruim 120 personen.

Schoonmaak: Fastfoodketens nemen meer verantwoordelijkheid

De Inspectie heeft fastfoodketens in hun rol van opdrachtgever/inlener van schoonmaakbedrijven aangesproken op hun verantwoordelijkheid. Uit controles bij de betreffende schoonmaakorganisaties constateerde de Inspectie veel overtredingen. De fastfoodbedrijven hebben hun verantwoordelijkheid genomen: de schoonmaak is in eigen beheer genomen of er wordt voortaan alleen nog gewerkt met gecertificeerde schoonmaakbedrijven.

Brancheorganisaties in de schoonmaak royeerden leden bij gebleken misstanden. Diverse schoonmaakorganisaties hebben hun werkzaamheden gestaakt.

Transport: Samen met collega-diensten oneerlijke concurrente aanpakken

In het toezicht op het wegtransport werkt de Inspectie SZW samen met de ILT, politie, Douane en de NVWA. Vanwege de complexe situaties (opdrachtgevers en werkgevers uit diverse EU-landen, chauffeurs uit meerdere landen van de EU of daarbuiten) is alleen gezamenlijke inzet effectief om verschillende misstanden en vormen van oneerlijke concurrentie in het transport aan te pakken. Bij 60% van de onderzochte bedrijven zijn overtredingen aangetroffen. Voor 49 bedrijven is bij de vergunningverlener NIWO (Nationale en Internationale Wegvervoer Organisatie) een verzoek gedaan om de vergunningen in te trekken.

Brancheorganisaties ontwikkelden een keurmerk (PayChecked) waarmee opdrachtgevers, vervoerders en werknemers meer zekerheid hebben over de naleving van arbeidswetgeving.

Horeca en detailhandel: ‘gestaakte’ ondernemers in beeld gehouden

In de sector Horeca en detailhandel heeft de Inspectie haar aanpak van notoire overtreders van de arbeidswetten uitgebreid met een onderzoek naar gestaakte ondernemingen, waarbij ondernemers onder een andere naam hun werkzaamheden feitelijk voortzetten. De overtreders zijn hinderlijk gevolgd, totdat deze hun (illegale) werkzaamheden staakten. In samenwerking met gemeenten is bereikt dat 96 van dergelijke ondernemingen zijn gestopt met hun werkzaamheden.

Arbozorg als structureel onderdeel van het bedrijfsbeleid

Analyse van eigen onderzoeksdata leert dat het in 2016 beter ging met de naleving van de systeembepalingen uit de Arbowet. Met name het regelmatig voeren van overleg over arbobeleid met de werknemers, de aanwezigheid van bedrijfshulpverlening en de aanwezigheid van een preventiemedewerker scoren duidelijk en significant beter dan in 2014. De licht neergaande trend van de laatste jaren in de naleving van de systeembepalingen lijkt daarmee tot stilstand gekomen.

Blootstelling aan gevaarlijke stoffen: beter gebruik van beschikbare kennis

In de sector aardolie, farmacie, chemie, kunststoffen- en rubberindustrie (AFCKR) namen 100 van de 130 geïnspecteerde bedrijven extra maatregelen tegen het risico op blootstelling aan gevaarlijke stoffen. De Inspectie bevorderde daarbij ook het beter gebruiken van veiligheidsinformatiebladen (VIB’en). Met name de samenwerking met de Koninklijke Vereniging Federatie van Ondernemers in het Schilders-, Afwerkings- en Glaszetbedrijf (FOSAG) leidde in 2016 tot actiever gebruik van de VIB’en door schilders.

Psychosociale arbeidsbelasting

Psychosociale arbeidsbelasting is een van de belangrijkste oorzaken van arbeidsuitval. De Inspectie zet een breed scala van interventiemethodieken in om het bewustzijn over die problematiek te vergroten. Ter stimulering heeft de Inspectie in 2016 op internet de zelfinspectietool ‘Werkdruk en ongewenst gedrag’ gepubliceerd. Het A&O fonds voor het hoger beroepsonderwijs promootte in 2016 deze zelfinspectietool en ontwikkelde voorlichtingsmateriaal voor het hoger beroepsonderwijs.

In de zorg constateerde de Inspectie dat naar aanleiding van eerdere inspecties 90% van die instellingen maatregelen had getroffen om het risico op PSA terug te dringen. De sector investeert in de aanpak van PSA door aanpassing en uitbreiding van de arbocatalogi.

De Inspectie SZW heeft nieuwe toetreders in de zorg voorgelicht over arbozorg en over het beschikken over een risico-inventarisatie en –evaluatie (RI&E). Ook werd aangekondigd dat er mogelijk inspecties zouden plaatsvinden. Gebleken is dat nieuwkomers aan de slag zijn gegaan. Van de daadwerkelijk geïnspecteerde instellingen had 65% een RI&E en een plan van aanpak met aandacht voor werkdruk, fysieke belasting en aanpak van agressie en geweld.

Arbeidsdiscriminatie: bewustzijn en maatregelen bevorderd

Sinds 2015 heeft de Inspectie SZW – op verzoek van de Tweede Kamer - een team ingericht om discriminatie op de werkvloer tegen te gaan. Naast inspecties zette de Inspectie ook in op communicatie en samenwerking met branches. In de zelfinspectietool ‘Werkdruk en ongewenst gedrag’ wordt aandacht besteed aan discriminatie. Tijdens inspecties is gebleken dat bedrijven deze tool inderdaad benutten en aangaven welke maatregelen zij zouden gaan treffen. Branches hebben de Inspectie benaderd om te bespreken hoe zij hun leden beter kunnen faciliteren.

Certificatie: bevindingen leiden tot acties

In 2016 keek de Inspectie onder andere naar de naleving van de eisen door certificaathouders voor duikarbeid. De Inspectie VenJ ondersteunde dit toezicht met een aansporing aan alle brandweerkorpsen om de juiste maatregelen te nemen. De Stichting Werken onder OverDruk (SWOD) gebruikte de resultaten voor verbeteracties richting certificaathouders.

Het toezicht van de Inspectie op certificatie van veiligheidsschoenen heeft die deelmarkt er toe gebracht om voortaan orthopedische veiligheidsschoenen conform de Europese producteisen voor veiligheid te produceren en op de markt te brengen.

Kwetsbare jongeren lopen het risico uit beeld te geraken

De Inspectie constateert dat gemeenten bij de ondersteuning van jongeren met een arbeidsbeperking steeds beter samenwerken met scholen, maar dat bepaalde groepen jongeren het risico lopen uit beeld te raken. Ook blijkt dat gemeenten niet altijd de ondersteuning bieden die de jongeren nodig hebben om aan het werk te komen. De staatssecretaris van SZW zet zich zeer nadrukkelijk in voor deze groep en organiseerde onder meer over de uitkomsten een bijeenkomst met het ministerie van OCW en de wethouders van 35 gemeenten.

[1] Kamerbrief bijstelling Jaarplan Inspectie SZW, Tweede Kamer, 2016-2017, 34 550-XV, nr. 5.
[2] Samenwerkend Toezicht Jeugd/Toezicht Sociaal Domein.
[3] Kernbepalingen: RI&E en plan van aanpak, arbeidsongevallenregistratie, contact met arbodienst/-deskundige, ziekteverzuimbeleid, bedrijfshulpverlening, preventiemedewerker, overleg met werknemers over arbobeleid, voorlichting, onderricht en toezicht.