Transparantie

Met transparantie wil de Inspectie op objectieve en betrouwbare wijze informatie delen over wat zij doet en wat haar bevindingen en conclusies zijn. Dit is een groei- en ontwikkeltraject.

De openbaarstelling van het werkproces en de resultaten vindt gefaseerd plaats. Dit heeft te maken met juridische rechtswaarborgen die voortkomen uit het Europees Verdrag voor de Rechten van de Mens (EVRM), de Awb en de geldende privacywetgeving en –kaders.

In 2016 zetten de Inspectie belangrijke stappen in het proces naar zorgvuldige grotere transparantie. De visie op transparantie en de vervolgstappen is vastgesteld. De kern van deze visie is te vinden op inspectieszw.nl.

Brzo-inspecties

De Inspectie SZW, de Veiligheidsregio en de betrokken Omgevingsdienst inspecteren regelmatig gezamenlijk bedrijven die zoveel gevaarlijke stoffen op hun terrein hebben dat ze vallen onder de extra eisen in het Besluit risico zware ongevallen (Brzo). De samenvattingen van de bevindingenrapportages van die inspecties worden gepubliceerd op brzoplus.nl. Doordat de inspecties hiermee zijn gestart in mei 2014, staat nu van elk Brzo-bedrijf een samenvatting van tenminste een inspectie op de site.

Asbestovertredingen

Ook in 2016 vermeldde inspectieszw.nl de kerngegevens van asbestinspecties waarbij overtredingen werden geconstateerd. Door een rechterlijke uitspraak werden de kerngegevens later gepubliceerd dan voorzien. Werkgevers maken gebruik van hun rechtsbeschermingmogelijkheden, gecombineerd met verzoeken om voorlopige voorzieningen waarmee publicatie van de kerngegevens wordt uitgesteld. In 2016 is 33 keer bezwaar, 14 keer beroep en 4 keer hoger beroep aangetekend. De gegevens komen daardoor later op de site. Inmiddels hebben meer dan 7.000 bezoekers de website geraadpleegd.

Domein eerlijk werk

Per 1 januari 2016 traden de transparantieartikelen in werking van de Wet aanpak schijnconstructies met betrekking tot de arbeidswetten op het domein eerlijk werk (WML, Wav en Waadi). Ook op dit domein worden kerngegevens van in 2016 gestarte inspecties bij afsluiting van het onderzoek gepubliceerd via de site van de Inspectie SZW.

Inmiddels staan de resultaten van zo’n 1.500 inspecties in 2016 online. Merendeels zijn dit inspecties waar geen overtreding is geconstateerd. Van inspecties waar vanwege een (lichte) overtreding een waarschuwing is afgegeven, kunnen - gezien de huidige wettekst - de kerngegevens niet worden gepubliceerd. Het aantal gepubliceerde zaken zonder overtreding is relatief groot. Dit komt omdat zaken met een boetetraject (onderzoek inspecteur, afwikkeling boetebureau, termijnen zienswijze) een langere doorlooptijd hebben.

In 2016 is besloten de inwerkingtreding uit te stellen van transparantievereisten met betrekking tot de arbeidswetten op het gebied van het domein Gezond en veilig werken (ATW, Arbowet). Dit gebeurt pas na de geplande evaluatie van de wet (juli 2018). Hierdoor kunnen de ervaringen op het domein Eerlijk werk worden meegenomen in de voorgenomen publicaties op het domein gezond en veilig werken.

Wob-verzoeken

Het aantal Wob-verzoeken nam verder toe. Opvallend was een aantal zeer omvangrijke zaken. Ook dit jaar waren er slachtoffers van een ongeval, die hun dossier opvroegen in verband met de aansprakelijkstelling van hun werkgever. De geleverde informatie wordt niet op de website van de Inspectie gepubliceerd. Nieuw was het opvragen van de door de Inspectie SZW opgestelde uitvoering- en handhavingtoetsen op nieuwe wetgeving van het ministerie van SZW. Belanghebbenden konden de kerngegevens inzien.

Signalering

De Inspectie signaleert regelmatig onverwachte ontwikkelingen, die nog niet zijn opgenomen in haar risicoanalyses. Zo komen toekomstige risico’s, witte vlekken en ontwikkelingen in de omgeving snel in beeld en kan de Inspectie daar naar handelen. Deze kennis wordt met stakeholders gedeeld, zodat ook zij tijdig maatregelen kunnen nemen. Actief signaleren houdt zowel de Inspectie als de stakeholders scherp en past bij een alerte, slagvaardige en professionele Inspectie. Inspectiemedewerkers blijven alert op onverwachte gebeurtenissen die van belang zijn voor politiek en beleid. Dat doen zij vanuit reguliere toezichtonderzoeken, inspectie- en handhavingactiviteiten, (vak)literatuur en informatieanalyses.

Enkele voorbeelden:

Seksuele intimidatie van arbeidsmigranten

Voorjaar 2016 ontvingen inspecteurs bij controles signalen dat buitenlandse werknemers te maken hadden met seksuele intimidatie. Seksuele intimidatie kan een signaal van arbeidsuitbuiting zijn. De Inspectie SZW besloot na te gaan of meer inspecteurs en rechercheurs deze problematiek in hun werk tegenkomen. Eind juni publiceerden onderzoekstichting SOMO en Stichting FairWork bovendien een rapport over de slechte positie van Poolse arbeidsmigranten op de Nederlandse werkvloer. Medio oktober volgde een rapport over seksuele intimidatie waar deze arbeidsmigranten mee te maken hebben.

Uit de interne inventarisatie (over de afgelopen vijf jaar) bleek dat - zowel in strafrechtelijke onderzoeken als in dossiers over bestuursrechtelijke handhaving van de arbeidswetten- expliciete signalen van seksuele intimidatie voorkwamen. De Inspectie rondde de afgelopen vijf jaar 38 strafrechtelijke onderzoeken naar arbeidsuitbuiting af. In 5 gevallen was seksuele intimidatie een duidelijke indicator; in ruim 20 andere dossiers kwamen termen voor die relateerden aan seksuele intimidatie. 4 onderzoeken naar arbeidsuitbuiting leidden tot overdracht van de zaak aan de politie, omdat sprake was van een zedenmisdrijf of seksuele uitbuiting.

De Inspectie is bevoegd op te treden wanneer seksuele intimidatie een mogelijk signaal is van arbeidsuitbuiting. Zij kan signalen en meldingen verzamelen voor risicogerichte controles bij bedrijven. Werkgevers zijn namelijk op grond van de Arbowet verplicht voldoende maatregelen te nemen om hun werknemers te beschermen tegen psychosociale arbeidsbelasting, waaronder agressie, geweld en (seksuele) intimidatie. De Inspectie kan aan werkgevers sancties opleggen, als die bescherming tekortschiet.

Inspecteurs volgden in de afgelopen twee jaar een aanvullende training in het herkennen van signalen van arbeidsuitbuiting. Naar aanleiding van de bevindingen in de recente inventarisatie zal in een aantal inspectieprogramma’s - waaronder de agrarische en groene sector, en de schoonmaak- en uitzendbureaus - gericht aandacht worden besteed aan het beter herkennen van signalen van seksuele intimidatie. Inspecteurs kunnen deze signalen vervolgens doorspelen aan rechercheurs voor strafrechtelijke onderzoeken naar arbeidsuitbuiting, of aan de politie als er aanwijzingen zijn voor een zedendelict.

Ageing machinepark in de chemische industrie

Veel machineparken in de chemische industrie zijn gebouwd in de jaren zestig en zeventig en naderen het einde van hun technische levensduur. Ageing van machines en installaties komt voor bij ongeveer de helft van de Brzo-bedrijven. Analyse op basis van internationale data laat zien dat ongeveer 30% van de gerapporteerde zware ongevallen samenhangt met ageing [27][28]. In het Brzo 2015 is ageing opgenomen als onderdeel van de richtlijn 2012/18/EU. De Inspectie heeft een signalement gemaakt over de stand van zaken rond dit fenomeen. Belangrijk doel van het Signalement is om ageing breder op de bestuurlijke agenda te krijgen.

Bedrijven worden geconfronteerd met de gevolgen van ageing en hebben vaak nog geen duidelijke visie op de beheersing van deze risico’s. Ageing heeft niet alleen te maken met veroudering of leeftijd van installaties, maar richt zich ook op de vraag hoe de conditie van die installatie na verloop van tijd zal verslechteren. Door slijtage, maar ook door veranderingen in het gebruik of verkeerd gebruik. Naast fysieke veroudering heeft ageing ook betrekking op organisatorische veroudering. Bijvoorbeeld door het ‘weglekken’ van specifieke kennis uit het bedrijf of vanwege procedures die niet meer toereikend zijn.

De centrale vraag voor alle bij het Brzo-veld betrokken partijen is: hoe kan en moet in de 21e eeuw de veiligheid van ouder wordende machineparken worden georganiseerd? Het besef dat een bredere benadering van veiligheid nodig is, leeft wel bij alle betrokken partijen. Wetenschappelijke kennisinstituten, brancheorganisaties en andere samenwerkingsverbanden, maar ook bedrijven zelf zijn actief ingesprongen op de kennisbehoefte die is ontstaan met betrekking tot ageing. De aanpak van ageing staat in de startblokken. Een duidelijke koers en routekaart is nodig, want:

  • er zijn bedrijven die de risico’s rondom ageing ernstig onderschatten;
  • degradatie van de kennis is een factor van belang;
  • de nadruk in de aanpak ligt nog te veel op de technische aspecten van ageing.

Voor de Brzo-toezichthouders is ageing een onderwerp dat zij in 2016 hebben opgepakt en waar vanaf 2017 gezamenlijk op wordt geïnspecteerd. Het signalement Ageing werd door de partners Brzo+ eind 2016 positief ontvangen.

[27] MARS (Major Accident Reporting System) is een database voortkomend uit de Seveso richtlijn, waarin lidstaten van de Europese Unie grote industriële ongelukken rapporteren.

[28] Bron: Plant Ageing Study, Phase 1 Report, Research Report RR823, HSE, 2010.

Communicatie als sturingsmiddel

Communicatie is voor de Inspectie een belangrijk instrument bij het bevorderen van de naleving van wet- en regelgeving rond bestaanszekerheid en eerlijk, gezond en veilig werk. Wanneer communicatie goed wordt ingezet, is het een (kosten)effectief en preventief middel. Communicatie kan het effect van inspecties binnen een bepaalde sector vergroten, bijvoorbeeld door meer bekendheid te geven aan verplichtingen die voortvloeien uit wet- en regelgeving.

Via publicaties in de media laat de Inspectie zien dat wordt opgetreden tegen misstanden. In totaal werden in 2016 circa 80 persberichten gepubliceerd. Doel van persberichten is niet alleen misstanden kenbaar maken, maar ook de discussie over bepaalde issues stimuleren.
Zo zorgde een persbericht over truckers - die het hele weekend en soms langer ‘parkeren’ langs de snelweg - voor veel aandacht voor de werkomstandigheden van truckers. Ook de berichten over arbeidsuitbuiting genereerden veel media-aandacht.

De Inspectie werkt in haar communicatie nauw samen met uiteenlopende partijen zoals brancheverenigingen, werkgevers- en werknemersorganisaties, specialistische kennisinstituten, het midden- en kleinbedrijf, kamers van koophandel, andere toezichthouders, gemeenten, regionale uitvoeringsdiensten en het Openbaar Ministerie. Communicatie wordt ook ingezet om transparant te zijn over de eigen aanpak, prioriteiten en resultaten.

Kijk naar de eigen organisatie door de ogen van een inspecteur

Communicatie is integraal onderdeel van alle inspectieprogramma’s. In 2016 is daarnaast geïnvesteerd in een aantal generieke communicatiemiddelen, die bijdragen aan meerdere programma’s. De Inspectie publiceerde twee zelfinspectietools rond actuele thema’s. Dit zijn internettools die werkgevers helpen om hun organisatie als het ware te bekijken door de ogen van de inspecteur. Hoofddoel van de tools is werkgevers te informeren over de wet- en regelgeving op genoemde thema’s. De zelfinspectietools richten zich op werkgevers bij wie sprake is van een welwillende houding, maar een gebrek aan kennis.

De zelfinspectietool Eerlijk werken gaat in op thema’s zoals uitbuiting, oneerlijke concurrentie en gesjoemel met premies en belastingen. Met deze tool kunnen werkgevers onder andere bekijken wat de juiste beloning, werk- en rusttijden en registratieverplichtingen zijn voor bijvoorbeeld buitenlandse werknemers en stagiairs.

De tool Werkdruk en ongewenst gedrag gaat in op de belangrijkste factoren die kunnen leiden tot Psychosociale Arbeidsbelasting (PSA). Denk aan: te hoge werkdruk, ongewenste omgangsvormen (pesten op het werk, arbeidsdiscriminatie, seksuele intimidatie), agressie en geweld. De tool is gericht op werkgevers in het midden- en kleinbedrijf en op arbo-deskundigen, ondernemingsraden, vertrouwenspersonen en intermediaire partijen zoals brancheorganisaties. Naast de hiervoor genoemde tools zijn dat tools voor Arbozorg, Gevaarlijke stoffen, Voorkomen van ongevallen en Transport en logistiek.

Gerichte inzet van social media

In 2016 startte de Inspectie het project Social media voor Rijksinspecties. Zij deed dit samen met de Inspectieraad en enkele andere inspectiediensten. Centrale vraag: hoe kunnen social media strategisch worden ingezet? Dit leidde tot een aanpak om gecoördineerd te communiceren over het hele werkveld van de Inspectie: de wet, de aanpak, resultaten/effecten en de relatie tot actualiteiten. Naast andere communicatiemiddelen (zoals persberichten), leidt deze aanpak tot meer oog voor onderwerpen die anders onbelicht zouden blijven.

Boete, dwangsom en inning

Binnen de Inspectie heeft de afdeling Boete, Dwangsom en Inning (BDI) de bevoegdheid om - namens de minister van SZW - bij overtreding van diverse arbeidswetten een sanctie op te leggen in de vorm van een geldboete of een dwangsom en de invordering daarvan te realiseren. Ook bereidt zij waarschuwingen en beschikkingen voor tot stillegging van werkzaamheden in verband met recidive, en maakt zij deze bekend. Hierbij spelen de beginselen van behoorlijk bestuur uiteraard een zeer belangrijke rol.

De Inspectie heeft BDI organisatorisch losgekoppeld van de toezichthoudende directies, om zo de wettelijk vereiste functiescheiding tussen degene die de overtreding vaststelt en in een boeterapport vastlegt en degene die de boete oplegt, te garanderen. Dit om onder meer willekeur te voorkomen.

Naar aanleiding van uitspraken van de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State (ABRvS) is - vanuit het oogpunt van evenredigheid van de boeteoplegging - het bestaande matigingsbeleid van de Arbowet en de Wet arbeid vreemdelingen (Wav) fijnmaziger vastgesteld. Hiervoor zijn de Beleidsregel boeteoplegging Arbeidsomstandighedenwetgeving en de Beleidsregel boeteoplegging Wet arbeid vreemdelingen aangepast. Dit leidt ertoe dat meer maatwerk wordt geleverd om tot een evenredige boetehoogte te komen. Bij de Arbowet is in 16% van de zaken overgegaan tot matiging, ook voor verminderde financiële draagkracht. Bij de Wav is in 28 procent van de zaken gematigd.

Er is besloten niet over te gaan tot boeteoplegging in 13% (respectievelijk 9%) van de boetezaken. Dit omdat sprake was van onder andere onvoldoende bewijs of het volledig ontbreken van verwijtbaarheid (100% matiging).

Naar aanleiding van verstuurde kennisgevingen, heeft BDI in bijna de helft van de zaken een zienswijze ontvangen. De inhoud van de zienswijzen is, sinds de invoering van de Wet aanscherping handhaving en sanctiebeleid SZW-wetgeving (Wahss) in 2013, juridischer en uitgebreider geworden. Dit komt doordat belanghebbenden zich in dit stadium vaker laten bijstaan door juristen. De zienswijzen worden juridisch gewogen. Dit kan tot gevolg hebben dat de boete (verder) wordt gematigd, of zelfs dat er wordt besloten tot een beschikking zonder boeteoplegging.

In 2016 zijn 3.685 boetebeschikkingen verzonden. Dit is een stijging van 16% ten opzichte van 2015. Het opgelegde boetebedrag bedraagt in 2016 € 39,4 miljoen. De stijging is te verklaren door de investering in 2016 in extra capaciteit om te borgen dat sanctiebesluiten tijdig werden genomen.

Op de dit jaar ingestelde vorderingen is - net als vorig jaar - reeds 53% betaald. Gezien de lopende betalingsregelingen zal dit percentage nog verder stijgen. Het aantal (voorlopig) oninbare vorderingen over 2016 is € 2,0 miljoen. lager dan in 2015. De verklaring is dat minder belanghebbenden failliet worden verklaard, conform de landelijke tendens. De trend tot snellere betaling zet door. Dit komt omdat tegenwoordig meer vorderingen worden ingesteld voor overtredingen van de Arbowet. Bedrijven zijn eerder bereid te betalen voor overtredingen van de Arbowet dan van de Wav. Ook maatwerk bij betalingsregelingen leidt tot snellere betaling. Het aantal verzoeken om schuldsanering blijft hoog. De verzoeken worden ingewilligd, op voorwaarde dat belanghebbende de onderneming staakt of dat het risico op herhaling van overtredingen niet aanwezig is.

In 2016 is de mogelijkheid om grensoverschrijdend boetes te innen uitgebreid. Openstaande vorderingen worden overgedragen aan de bevoegde autoriteit in de betreffende EU-lidstaat, voor zover de lidstaat de (IMI)richtlijn heeft geïmplementeerd en de boete ook schaart onder de richtlijn.

Internationaal

Om in Nederland optimaal effect te bereiken op de verschillende domeinen van de Inspectie SZW, is samenwerking met buitenlandse partners van groot belang. In 2016 werkte de Inspectie verder aan versterking van haar internationale netwerk en verdieping van de internationale samenwerking.

Nederlands voorzitterschap EU

Als onderdeel van het SZW-voorzitterschapsprogramma hield de Inspectie SZW in 2016 een conferentie Promoting Decent Work. Deze conferentie bood arbeidsinspecties en andere toezichthouders, beleidsmakers en experts uit de hele EU een platform voor discussie over het versterken van de samenwerking bij handhaving en toezicht op het terrein van eerlijk werk.

De Inspectie SZW was voorzitter van de halfjaarlijkse bijeenkomst van het Senior Labour Inspectors Committee (SLIC). De bijbehorende themabijeenkomst was gewijd aan veilig werken met gevaarlijke stoffen zoals asbest en kwartsstof. Het SLIC heeft tijdens de plenaire vergadering de handleiding Kwartsstof voor inspectiediensten vastgesteld.

Europees Platform tegen zwart werk

Het Europees Platform tegen zwart werk ging in mei 2016 van start. De Inspectie SZW wil dit platform benutten voor het versterken van de samenwerking met Europese partners op het terrein van eerlijk werk. De Inspectie SZW droeg in 2016 actief bij aan de werkzaamheden van het platform, onder andere door deel te nemen aan een ondersteuningsmissie ten behoeve van de arbeidsinspectie van Roemenië en mee te werken aan de totstandkoming van het werkprogramma 2017-2018.

Eurodetachement IV

De Inspectie SZW neemt opnieuw deel aan het Europese project Eurodetachement IV. Dit project is gericht op versterking van de samenwerking tussen inspecties van de lidstaten op het terrein van grensoverschrijdende detacheringen. In 2016 vonden succesvolle uitwisselingen plaats met inspecties van België, Polen en Roemenië. In deze landen werden onderzoeken uitgevoerd bij lokale bedrijven. Lopende onderzoeken van de Inspectie SZW konden succesvol worden afgerond of voortgezet.

Liaisonbureau Inspectie SZW

In 2016 verstuurde het Liaisonbureau van de Inspectie 154 informatieverzoeken aan het buitenland en werden 135 verzoeken uit het buitenland ontvangen. De basis voor deze informatieverzoeken is de Detacheringsrichtlijn. Deze legt voorwaarden vast die gelden voor werknemers binnen de EU, die tijdelijk in een andere lidstaat werken. De door de Inspectie SZW opgevraagde informatie loopt uiteen van loongegevens, arbeidscontracten en verificatie van gewerkte uren tot KvK-gegevens van ondernemingen.

Senior Labour Inspectors Committee

Naast de activiteiten tijdens het Nederlandse voorzitterschap van de EU organiseerde het Slowaakse voorzitterschap in november een themadag over ‘Ageing workforce’. Hier ging Nederland in op de eigen aanpak van PSA en duurzame inzetbaarheid. Verder kwamen uitwisselingen tot stand met Polen op het terrein van veilig werken met asbest, met Spanje op het terrein van e-learning en met Zweden op het gebied van psychosociale arbeidsbelasting.

Benelux

De Inspectie werkt in Benelux-verband samen met inspectiediensten uit België en Luxemburg. Binnen het programma Malafide uitzendbureaus worden gegevens uitgewisseld en gezamenlijke risicoanalyses uitgevoerd. In mei 2016 voerden de Inspectie SZW en de Belastingdienst - samen met diverse Belgische inspectiediensten - een gecoördineerde controle uit bij een onderneming die in beide landen actief was. Grensoverschrijdende samenwerking leidt niet alleen tot beter inzicht in elkaars werkwijzen en inspectiemethoden, maar ook tot een betere informatiepositie om effectief misstanden en schijnconstructies aan te pakken.

Toetsing nieuwe wet- en regelgeving

Heldere, eenduidige wet- en regelgeving is een noodzakelijke voorwaarde voor effectief toezicht en handhaving. Daarom voert de Inspectie jaarlijks meerdere uitvoerbaarheids- en handhaafbaarheidtoetsen (U&H-toetsen) uit op het terrein van de arbeidswetgeving.

Bij deze toetsen analyseert de Inspectie in hoeverre de voorgenomen wet- en regelgeving uitvoerbaar en handhaafbaar is. Ook wordt bekeken of de wet- en regelgeving via schijnconstructies ontdoken kan worden. De toetsen bevatten veelal concrete voorstellen en aanbevelingen. In 2016 heeft de Inspectie 29 U&H-toetsen uitgevoerd.

Daarnaast voert de Inspectie jaarlijks meerdere toezichtbaarheidtoetsen (T-toetsen) uit op het terrein van de sociale zekerheid. Bij deze T-toetsen kijkt de Inspectie of het, met de voorgenomen wijziging(en) in wet- en regelgeving, mogelijk is om adequaat toezicht te houden. In 2016 heeft de Inspectie 9 T-toetsen uitgevoerd. In een aantal gevallen leidde dat tot aanpassingen in de voorstellen.