Maatschappelijk effect

Door het identificeren en aanpakken van arbeidsuitbuiting bijdragen aan het effectiever beschermen van met name kwetsbare groepen.

Beoogd resultaat in 2018

  • De arbeidsuitbuiting stoppen met bestuurlijke instrumenten, dan wel door het uitvoeren van strafrechtelijke onderzoeken
  • Een aantal (circa 5) vermoedelijk criminele werkgevers zijn integraal onderzocht.
  • Er zijn concrete afspraken met ketenpartners over preventie en aanpak van arbeidsuitbuiting en ernstige benadeling.

Maatschappelijk belang

De Inspectie spreekt van arbeidsuitbuiting als werkgevers de inkomsten van hun werknemers afnemen en/of hen onder mensonterende omstandigheden laten werken. Het gaat om ernstige en onmenselijke situaties op de werkvloer, waarbij sprake is van dwang, geweld, chantage of misleiding zoals genoemd in art 273 f van het Wetboek van strafrecht. Dit is een vorm van sociaaleconomische criminaliteit die slachtoffers ten diepste raakt.

De Raad van Europa en Europol verwachten dat arbeidsuitbuiting nog in omvang zal toenemen door diverse ontwikkelingen. Zoals vluchtelingenstromen, flexibilisering en globalisering. Het risico van arbeidsuitbuiting en ernstige benadeling is met name in bepaalde sectoren en bij bepaalde kwetsbare groepen zichtbaar. Doel van het programma is deze groepen effectiever te beschermen door het verhogen van de meldingsbereidheid en het intensiveren van de nationale en internationale aanpak.

Toelichting op beoogde resultaten

Met de inzet van een mix van bestuurlijke en/of strafrechtelijke instrumenten werkt het programma aan het stoppen van criminele werkgevers die werkenden ernstig benadelen. In dat kader bevordert de Inspectie de bewustwording en meldingsbereidheid en werkt ze samen met de Regionale Informatie- en Expertisecentra (RIEC’s).  

Voor het stoppen van arbeidsuitbuiting door criminele werkgevers via strafrechtelijke onderzoeken wordt - conform het handhavingarrangement met het Openbaar Ministerie - circa 35% van de capaciteit van de Opsporing van de Inspectie ingezet. Daarbij worden ook ontnemingrapportages opgesteld.

De Inspectie zet tevens in op samenwerking met de private sector. Dat doet ze door afnemers van producten of diensten met een verhoogd risico op arbeidsuitbuiting of ernstige benadeling bewust te maken van dit risico.

De Inspectie experimenteert met interventies, zoals het beïnvloeden van de vraagkant bij huishoudelijk werk. Deze sector is in een onderzoek in 2017 als extra risicovol naar voren gekomen.

Mensenhandel, mensensmokkel en witwassen in een wasserij

In twee onderzoeken van de Inspectie  bij wasserijen was sprake van onveilige machines die te heet waren, onveilige ‘werkkleding’, en medewerkers die te lange dagen maakten en te weinig betaald kregen.

Een bij het onderzoek betrokken senior rechercheur vertelt:

’’Bij de wasserij in Amsterdam werden arbeidsomstandigheden vastgesteld die ver beneden de maat waren. Water lag op de vloer, terwijl ook de draden van machines openlijk over de grond waren verspreid. Er stonden lege vaten op de trap waar chemicaliën in hadden gezeten. Het was sowieso stampvol binnen. Daarbij hadden de vreemdelingen gewerkt met hete en soms onveilige machines. Een aantal van hen liep rond in een T-shirt en op blote voeten.”

“De verdachte had ook een wasserij in het Oosten van Nederland. Een aantal illegale vreemdelingen had daar onder dezelfde omstandigheden gewerkt, maar deze wasserij was afgebrand. De officier van justitie vroeg vrijspraak, omdat door de brand niet meer vastgesteld kon worden wat er wel of niet mis was.”

“De verdachte beweerde dat hij niet verantwoordelijk was voor wat er op de werkvloer gebeurde. Hij gaf aan dat een medeverdachte hiervoor verantwoordelijk was. Maar de getuigen gaven aan dat de verdachte degene was die hen had aangesteld, loon uitbetaalde en instructies gaf.
Daarbij maakte de verdachte een hoger salaris dan afgesproken over aan de medeverdachte. Die haalde het geld vervolgens van zijn bankrekening en liet de verdachte daarmee de illegale vreemdelingen betalen. Hiermee werd duidelijk dat er sprake was van witwassen en dat de verdachte daadwerkelijk degene was die de touwtjes in handen had.’’

Bewezen werd dat de verdachte behulpzaam is geweest bij het verschaffen van een verblijf in Nederland aan illegale vreemdelingen. De verdachte gaf de vreemdelingen een werkplek en onderdak. Daar heeft hij een gewoonte van gemaakt. Zo werd duidelijk dat de verdachte schuldig was aan mensenhandel en mensensmokkel. Daarnaast werd de verdachte veroordeeld voor het witwassen van ruim 32.000 euro. Uiteindelijk is de verdachte veroordeeld tot 12 maanden onvoorwaardelijke gevangenisstraf.’’