In 2017 zijn drie ontwikkelingen gesignaleerd:  ongevallen en klachten, onderbetaling en uitbuiting en gevaarlijke stoffen. Zaken die ook in de aanpak in 2018 onverminderd van belang zijn. Dit hoofdstuk gaat in op blootstelling aan gevaarlijke stoffen.  

Op het gebied van gevaarlijke stoffen spelen de komende jaren een aantal belangrijke ontwikkelingen:

  • Aantallen gezamenlijke BRZO inspecties;
  • Toezicht op (ernstig) gevaarlijke stoffen in het CMR -spectrum;1
  • Toezichtaandacht voor Arie-bedrijven;2
  • Ondersteuning strafrechtelijke onderzoeken (zware ongevallen, e.a.);
  • Risico’s na faillissement.

Sinds 2016 heeft de Inspectie een programma dat zich richt op bedrijven met gevaarlijke stoffen. Daarbij wordt gelet op acute gevaren van het werken met gevaarlijke stoffen (procesveiligheid) en op de effecten op de gezondheid voor de langere termijn (blootstelling). Het betreft ruim 100.000 bedrijven.

De interventies op het gebied van procesveiligheid hebben betrekking op Brzo-bedrijven en overige bedrijven met procesinstallaties.3

De Inspectie SZW neemt deel aan circa 60% van de gezamenlijke inspecties die worden uitgevoerd bij Brzo bedrijven. De inspectiepartners (Wabo-bevoegd gezag en Veiligheidsregio’s) ervaren dat als te weinig. Ook de Onderzoeksraad voor de Veiligheid (OvV) heeft in zijn rapport “Veiligheid Brzo-bedrijven: lessen na Odfjell” aangegeven dat de beperkte deelname van de Inspectie SZW een bedreiging betekent voor de kwaliteit van het toezicht op de Brzo-bedrijven.

In het ICF werd geconstateerd dat binnen het programma bedrijven met gevaarlijke stoffen de inspectiedekking bij Brzo bedrijven rond de reeds genoemde 60 procent lag. Uit het regeerakkoord vloeit voort dat, conform het ICF, de komende jaren de Inspectie haar bijdrage aan de gezamenlijke inspecties bij Brzo bedrijven zal verhogen tot (dicht bij) 100 procent. Hoofdstuk ‘Bedrijfsvoering (Formatie en budget)’ en ‘Kerncijfers Inspectie SZW’ gaan hierop nader in.

Belangrijke input voor de inspectiebrede risicoanalyse, omgevingsanalyse en meerjarenprogramma 2019-2022 op het terrein van gevaarlijke stoffen komt voort uit de volgende zaken:  

  • Het van kracht worden van de vernieuwde ARIE-regeling betekent dat een groot aantal bedrijven - die net onder de Brzo-grenzen vallen - extra verplichtingen krijgen om de gevaren beter in beeld te brengen en te beheersen via een managementsysteem. De wijze waarop toezicht wordt gehouden, zal vormgegeven moeten worden.
  • De toename in de capaciteit die noodzakelijk is voor het uitvoeren van strafrechtelijke onderzoeken. Dit naar aanleiding van zware ongevallen. In de bijstelling van het Jaarplan 2016 is dit reeds aangegeven.
  • Wat blootstelling aan gevaarlijke stoffen betreft, is - in relatie tot het ICF en de lessen van Dupont - het mogelijk instellen van een gespecialiseerd team benoemd.
  • Het recente advies van de commissie-Samsom over de sanering van het bedrijf Thermphos maakt duidelijk welke grote hoeveelheden stoffen er achterblijven na het faillissement van een bedrijf. En welke technische en organisatorische problemen dat met zich meebrengt. De sanering duurt al een aantal jaren en is onder andere vertraagd door de vraag wie de kosten moet betalen. Hier ligt een opgave voor meerdere maatschappelijke partijen om verbeteringen aan te brengen in het systeem rond bedrijven met gevaarlijke stoffen om negatieve maatschappelijke impact te verkleinen. De Inspectie wil hier aan bijdragen.
  • Een ander aandachtspunt speelt bij het strategische thema: ‘ageing’. Veel procesinstallaties dateren uit de jaren zestig en zeventig. Dit leidt tot mogelijke nieuwe risico’s op veiligheidsgebied. Op een aantal fronten wordt nu aandacht besteed aan dit onderwerp. De centrale opgave voor de Inspectie SZW is om te beoordelen of de middelen voor risicoreductie afdoende zijn.

Al deze aspecten betekenen voor zowel beleid als toezicht de komende jaren een belangrijke stimulans voor intensivering en vernieuwing.

1 Carcinogeen, Mutageen, Reprotoxisch (respectievelijk. Kankerverwekkend, veroorzaker DNA mutaties, schadelijke invloed op vruchtbaarheid en voortplanting).

2 Arie: Aanvullende Risico Inventarisatie en Evaluatie. Bedrijven die met hoeveelheden gevaarlijke stoffen werken boven bepaalde grenswaarden en om die reden ten opzichte van 'gewone'bedrijven een aanvullende RIE moeten hebben. Op deze bedrijven zijn additionele verplichtingen van toepassing op grond van de Arie regeling. Boven andere grenswaarden vallen bedrijven onder de Brzo regeling.

3 Brzo-bedrijven zijn bedrijven die zoveel van nader omschreven gevaarlijke stoffen gebruiken, dat ze moeten voldoen aan de regels zoals beschreven in het Besluit risico’s zware ongevallen 2015.