De Inspectie wil op efficiënte wijze maatschappelijke effecten behalen. Ze wil dit doen in nauwe wisselwerking met de bedrijven, instanties en brancheorganisaties. Dit betekent dus concrete winst behalen bij het wegwerken van misstanden, het terugdringen van (notoire) overtreders van arbeidsmarkt- en sociale zekerheidswetten. Daartoe heeft zij een palet aan interventies tot haar beschikking. Belangrijke interventies zijn bijvoorbeeld inspecties, herinspecties, waarschuwingen voor preventieve stilleggingen, stilleggingen van bedrijven of bedrijfsonderdelen, boeteopleggingen, nalevingcommunicatie, keten- en opdrachtgeverbeïnvloeding en stelsel- en opsporingsonderzoeken.

Daarbij werkt de Inspectie met vormen van beïnvloeding, zoals (branche)overleg, nalevingcommunicatie, voorlichting en het openbaar maken van inspectiegegevens. Ieder inspectieprogramma benoemt concrete doelstellingen om specifieke risico’s aan te pakken en stelt daarvoor een weloverwogen mix van interventies vast. De Inspectie zoekt hierbij samenwerking met andere inspecties en partijen, zoals brancheorganisaties en andere vertegenwoordigende instanties, zodat met de interventies synergie-effecten worden bereikt.

De specifieke keuze voor een mix van interventies is afhankelijk van het antwoord op vragen over de doelgroep waarop de Inspectie zich richt. Waarom vindt in dit geval regelovertreding plaats? Waar gaat het precies mis en waarom gaat het juist goed? Na analyse over onder andere naleefgedrag, motieven, mogelijkheden, winstopties voor de doelgroep, pakkans en kennis van regels kan een goede interventiemix met optimale kans op effecten worden gekozen.

Daarbij geldt wel het toegepaste principe dat de zwaarste overtreders het hardst worden aangepakt. Naarmate bedrijven of instanties meerdere keren aantoonbaar regels overtreden, worden het handhavingregime en de maatregelen zwaarder.

Handhaving in evenredigheid

De ergste overtreders moeten het hardst worden aangepakt. De Inspectie stuurt op een gecoördineerde aanpak van notoire overtreders. Met toepassing van een ‘escalatieladder’ komt de Inspectie tot steeds zwaardere inzet bij werkgevers die volharden in hun overtreding. Op de hogere sporten van deze escalatieladder wordt de inspectie ter plaatste omvattender en kunnen er steeds zwaardere sancties worden toegepast om naleving te bereiken. Als werkgevers bij drie opeenvolgende inspecties en herinspecties volharden in hun overtreding, volgt een maatwerkaanpak.

De arbeidswetten kunnen zowel bestuursrechtelijk als strafrechtelijk worden gehandhaafd. De nadruk ligt echter op een bestuursrechtelijke aanpak, volgens het vigerende handhavingsbeleid van de Inspectie SZW. Sinds de inwerkingtreding op 1 januari 2013 van de Wet aanscherping handhaving en sanctiebeleid SZW-wetgeving is het strafrecht nog slechts gereserveerd voor een beperkt aantal overtredingen.

De bestuursrechtelijke handhavinginstrumenten zijn grofweg te verdelen in herstelsancties en bestraffende sancties, bijvoorbeeld dwangsommen of bestuurlijke boetes. Bij de vaststelling van de boetehoogte wordt maatwerk geleverd om tot een evenredige boetehoogte te komen. Bij het ontbreken van verwijtbaarheid zal worden afgezien van het opleggen van een boete.

Ook waarschuwingen preventieve stilleggingen en beschikkingen tot daadwerkelijke stillegging van werkzaamheden in verband met recidive, vallen onder het bestuursrechtelijk instrumentarium.

De Inspectie wil meer gebruik gaan maken van civiele aansprakelijkheidsprocedures tegen ondernemingen die onwillig zijn om opgelegde boetes te betalen. De Inspectie kan ook conservatoir beslag inzetten. Deze procedures worden in samenwerking met de landsadvocaat opgestart. Ook wil de Inspectie procedures starten om onrechtmatige ontbinding van rechtspersonen weer ongedaan te maken.

Opsporingsonderzoeken

Inspectie SZW heeft een bijzondere opsporingsdienst, de directie Opsporing. Deze voert onder het gezag van het Functioneel Parket van het Openbaar Ministerie (OM) strafrechtelijke onderzoeken uit in het kader van het Meerjarenplan van Inspectie SZW en binnen het Handhavingarrangement tussen Inspectie SZW en het OM. Het OM en Inspectie SZW willen effect bereiken met de strafzaken die zij behandelen.

Effect kan op vele verschillende manieren bereikt worden, onder meer door een tot dan toe (maatschappelijk, bestuurlijk of politiek) onbekend probleem geagendeerd te krijgen, een branche te bewegen tot zelfregulering. Het kan ook worden bereikt door een gedragsverandering teweeg te brengen bij de individuele overtreder.

In 2018 zal Inspectie SZW 50 to 60 processen-verbaal indienen bij het OM op het gebied van Werk & Inkomen, en 12 tot 18 processen-verbaal op het gebied van zorgfraude. Naar verwachting zullen uit al deze processen-verbaal ten minste 150 verdachte natuurlijke en/of rechtspersonen voortvloeien.

De Inspectie koppelt daarnaast de inzet van opsporingscapaciteit aan haar programma’s en projecten. Opsporing wordt daar ingezet waar het meeste effect te verwachten is van een strafrechtelijke aanpak, of om fenomenen aan te tonen. Een belangrijk inspectieprogramma is gericht op de bestrijding van arbeidsuitbuiting. Daarnaast wordt opsporing ingezet ter bestrijding van georganiseerde uitkeringsfraude, subsidiefraude, fraude met re-integratiegelden, illegale tewerkstelling/mensensmokkel en grove misstanden op het gebied van arbeidsomstandigheden.

2018 staat verder in het teken van de professionalisering van het opsporing- en intelligenceproces, met name op tactische, digitale en financiële kennis in het opsporingsproces.