In 2017 zijn drie ontwikkelingen gesignaleerd:  ongevallen en klachten, onderbetaling en uitbuiting en gevaarlijke stoffen. Zaken die ook in de aanpak in 2018 onverminderd van belang zijn. Dit hoofdstuk gaat in op onderbetaling en uitbuiting.  

Het tegengaan van onderbetaling en uitbuiting wordt steeds belangrijker. In de bijstelling van het Jaarplan 2016 is gemeld dat de inspectiewerkwijze daarom werd aangepast. De controle op onderbetaling staat vanaf januari 2016 voorop. Daarbij wordt ook gecontroleerd op overtredingen, zoals te lange arbeidstijden en illegaal werkende vreemdelingen. Het ging hier om een aanzienlijke verandering in de werkwijze, waarbij is aangegeven dat die nog niet is uitgekristalliseerd.

In het jaarverslag 2016 zijn de eerste resultaten gemeld. Het ging onder meer om de constatering dat de focus op de Wet minimumloon en minimumvakantiebijslag (WML) met zich meebrengt dat er minder bedrijven worden gecontroleerd. De controles zijn daarbij wel scherper, vooral omdat er boekonderzoek wordt gedaan. Het aandeel gecontroleerde bedrijven waar de Inspectie handhavend optreedt, is gestegen.

Met de aanpassing van de organisatiestructuur is medio 2017 een reorganisatie doorgevoerd. Doel is het volledig doorvoeren van de programmatische manier van werken. De thematische of sectorgerichte programma’s komen centraler te staan. Maatschappelijke resultaten worden via de programma’s behaald. Dit betekent voor het werkterrein “eerlijk werk” een ontwikkeling naar meer differentiatie tussen de programma’s. Ook betekent dit het aanbrengen van focus per programma op de grootste risico’s binnen de sector of op het thema waarop het programma toeziet.

Het jaarverslag 2016 en de “Staat van eerlijk werk” hebben bevestigd dat onderbetaling en uitbuiting belangrijke problemen zijn. Problemen die zowel werknemers als goedwillende bedrijven benadelen. Door de toename van deze problematiek lijden goede bedrijven onder bedrijven die het niet zo nauw nemen met de regels. Die met onveilig, ongezond en oneerlijk werk kostenvoordeel halen. Dit kan het algemene nalevingniveau ondergraven. Daarom wordt per programma nauwkeurig bepaald welke problemen als eerste de aandacht vragen. Vervolgens wordt bepaald welke interventiemix het beste kan worden ingezet en op welke wijze de inzet in het ene programma kan bijdragen aan effectieve en efficiënte inzet van een ander programma. Concreet voorbeeld hiervan is de in het programma Aanpak Malafide Uitzendbureaus opgedane kennis over de uitzendbranche die ook in het programma Arbeidsuitbuiting wordt ingezet. Het gaat daarbij om strafrechtelijk onderzoek naar mensenhandel. De handhavinginzet op de geschetste problematiek heeft steeds vaker ook een grensoverschrijdend karakter. Bij de aanpak van de misstanden is het actief zoeken naar internationale samenwerking een belangrijk onderdeel.1

Toekomstige ontwikkelingen - zoals de introductie van een meldplicht voor medewerkers die vanuit het buitenland in Nederland zijn gedetacheerd - gaan ook specifieke programma-eisen met zich meebrengen.

In 2017 ontstaat al meer differentiatie in programma’s op het vlak van eerlijk werk. Daarbij legt het ene programma of project bijvoorbeeld meer focus op vermoede overtredingen van de WML en/of de Arbeidstijdenwet (ATW), terwijl een ander programma meer focus legt op overtredingen van de Wet arbeid vreemdelingen (Wav) of de Wet Allocatie Arbeidskrachten Door Intermediairs (WAADI). Daarnaast wordt er op differentiatie gestuurd om de inspectiedekking op peil te houden. In het jaarverslag 2017 zal hierop worden ingegaan.

Het Regeerakkoord heeft heldere politieke keuzes gemaakt: “er wordt 50 miljoen euro per jaar vrijgemaakt voor de handhavingsketen van de Inspectie SZW, conform het Inspectie Control Framework” (ICF).2  Daarin zijn onderbetaling en uitbuiting prominent: circa driekwart van de beoogde uitbreiding betreft programma’s gericht op eerlijk werk. In 'Gevolgen van het regeerakkoord', 'Bedrijfsvoering (Formatie en budget)'en 'Kerncijfers Inspectie SZW' wordt hierop nader ingegaan.

1 Zo wordt in 2017 in het kader van concrete onderzoeken samengewerkt met diensten uit bijvoorbeeld België, Roemenië en Polen.

2 Het Inspectie Control Framework is door het ministerie van SZW opgesteld om politieke keuzes te faciliteren en is in mei 2017 aan de Tweede Kamer aangeboden. TK 2017, 34 550 XVV, nr 74.