Maatschappelijk effect

Bijdragen aan de bevordering van de financiële zelfredzaamheid van kwetsbare groepen.
Bijdragen aan effectievere uitvoering van participatie en re-integratie van kwetsbare groepen.

Beoogd resultaat in 2018

Inzicht in knelpunten en mechanismen in de uitvoering en handvatten ter verbetering van de uitvoering en ter informatie van bewindspersonen SZW over:

  • De manier waarop statushouders door gemeenten worden ondersteund wat betreft participatie en problemen met financiële zelfredzaamheid.
  • De uitvoering van de schuldhulpverlening.
  • De kenmerken van doelgroepen met inkomens lager dan het bestaansminimum.
  • De factoren en mechanismen die de bestaanszekerheid van zelfstandigen betreffen.

Maatschappelijk belang

Ruim 1,4 miljoen mensen zullen in 2018 een beroep doen op de voorzieningen in het sociale zekerheidsstelsel (op basis van ramingen in de SZW-begroting 2018). Het gaat daarbij om circa 24,5 miljard euro aan bijstands-, werkloosheids- en arbeidsongeschiktheidsuitkeringen. Daarnaast gaat het om 2,7 miljard re-integratie- en participatieactiviteiten voor arbeidsongeschikten en integratie-uitkeringen in het sociaal domein. Uitgangspunt van het stelsel is dat mensen zo zelfredzaam mogelijk zijn, door actief te worden op de arbeidsmarkt en inkomsten te genereren uit betaald werk. Voor diegenen die dat niet kunnen of niet (meer) hoeven, biedt het sociale zekerheidsstelsel een vangnet. Bestaanszekerheid zorgt ervoor dat mensen kunnen meedoen in onze maatschappij en zich daarmee verbonden voelen.

Als toezichthouder op het effect van het uitvoerend stelsel van werk en inkomen op de doelstelling van bestaanszekerheid voor iedereen, heeft de Inspectie een signalerende rol richting minister en politiek. Daarnaast geven de producten die de Inspectie in het kader van haar signalerende rol maakt, de gemeenten en uitvoeringsinstellingen handvatten hoe zij kunnen bijdragen aan een effectievere werking van het stelsel.

Toelichting op resultaten

De Inspectie biedt met haar inzichten en oordelen over aspecten van de werking van het stelsel handvatten aan de stelselpartijen, zoals het UWV, de SVB en colleges van B&W van gemeenten. Zo kan de uitvoering van de Participatiewet en de werking van het stelsel van werk en inkomen worden verbeterd en kunnen burgers met financiële- en participatieproblemen beter worden bediend. Verder ziet de Inspectie goede kansen om met UWV, SVB en andere maatschappelijke organisaties de financiële zelfredzaamheid van kwetsbare groepen te verbeteren of deze samenwerking te bevorderen. Bijvoorbeeld bij de reeds zichtbare inzet van ketenpartijen op de aanpak en preventie van schuldenproblematiek.
    
Daarbij ligt de prioriteit van de Inspectie op risico’s voor de dienstverlening aan specifieke onderscheiden groepen. Het gaat daarbij onder meer om mensen in kwetsbare posities, mensen die ondanks werk toch structureel beneden het bestaansminimum (dreigen te) raken, mensen met schulden en vluchtelingen met verkregen verblijfstatus.

De Inspectie werkt bij het uitwerken van de onderzoeksaanpakken samen met organisaties als UWV, SVB en Divosa. Bij het bepalen van haar methodieken zal zij ook gebruik maken van bij derden beschikbare relevante informatie op betreffende onderwerpen, om mede hierdoor de toezichtlast zo beperkt mogelijk te houden.

Naast de uitvoering van de risicogerichte onderzoeken gaat de Inspectie in 2018 een brede klantenquête uitvoeren onder werkloze en arbeidsongeschikte mensen.  Hiermee wordt de ervaring en waardering van klanten met de dienstverlening van vooral het UWV in kaart gebracht. Met de resultaten van de enquête en de inspectieonderzoeken kunnen stelselpartijen hun dienstverlening op concrete punten optimaliseren.

Voor alle in 2018 uit te voeren voornoemde stelselonderzoeken naar re-integratieprocessen en financiële zelfredzaamheid geldt een aantal concrete doelstellingen:

  • Inspectieresultaten landen goed bij betrokken partijen, bijvoorbeeld via combinaties van overleg over onderzoeksresultaten, seminars, focusgroepen op regionale niveaus en workshops.
  • De partijen onderkennen de onderzoeksresultaten en oordelen.
  • Er zijn concrete afspraken gemaakt dan wel er zijn toezeggingen tot verbetering van processen door uitvoeringspartijen en - wanneer nodig - door de minister van SZW. Hierdoor verminderen risico’s.