De Inspectie organiseert haar activiteiten doelgericht door middel van programma’s. Een programma bestaat uit een meerjarige mix van activiteiten, toegespitst op het aanpakken van de grootste risico’s en het behalen van gestelde doelen.

Door een gecoördineerde inzet van meerdere disciplines binnen de Inspectie behaalt zij meer effect. Hierbij wordt gekozen voor vier benaderingen:

  • een thematische benadering (zoals in programma’s voor werken met gevaarlijke stoffen of arbeidsuitbuiting);
  • een sectorbenadering (zoals in de programma’s Metaal en Uitzendbureaus);
  • een systeemgerichte benadering van risico’s in stelsels (zoals het stelsel van certificering, het stelsel van markttoezicht en het stelsel van Werk en Inkomen);
  • een reactieve benadering met onderzoek van ongevallen, klachten en andere meldingen. Hieronder vallen ook verzoeken tot ontheffing van wettelijke verplichtingen.

Voor het ministerie van VWS voert de Inspectie SZW - onder gezag van het Functioneel Parket - strafrechtelijke onderzoeken uit naar fraude in de zorg.
In de volgende hoofdstukken worden per programma het maatschappelijk belang en de beoogde maatschappelijke effecten en resultaten beschreven. Dit gebeurt volgens een indeling conform de vier benaderingen. Vanwege de focus en overzichtelijkheid zijn hier alleen de voornaamste programmadoelen en beoogde effecten geselecteerd.

Vernieuwing in praktische aanpak, methoden en instrumenten

De effectieve uitvoering van de toezichttaak van de Inspectie is een voortdurende zoektocht naar nieuwe, praktische mogelijkheden. Dit gebeurt samen met de partijen in de verschillende stelsels en met beleidspartners.

Systeemgericht stelseltoezicht en inspecties: complementariteit als meerwaarde

In 2018 neemt de Inspectie SZW verdere stappen bij de uitvoering van onderzoek naar meer systematische factoren of fenomenen bij opvallende bevindingen tijdens bedrijfsinspecties.

Bij inspecties gericht op naleving en bij ongevalonderzoek gaat de Inspectie meer aandacht besteden aan indicaties van achterliggende stelsel- en systeemkenmerken. Om zo mogelijke structurele risico’s te signaleren. Dit is een belangrijk aanvulling op de resultaten van “regulier” handhavingtoezicht. Op deze wijze komen mogelijk structurele fouten of zwakke punten in bedrijven boven water. Zaken die niet alleen bij individuele bedrijven, maar ook breder binnen een sector, branche of publieke instantie kunnen worden aangepakt.

Daarnaast houdt de Inspectie (systeemgericht) stelseltoezicht en zal dat ook blijven doen. Deze stelselbenadering richt zich op de vraag hoe partijen - die op grond van wetgeving en beleids- en maatschappelijke doelen met elkaar verbonden zijn - gezamenlijk in de uitvoering van deze taken functioneren en als een (gedifferentieerd) geheel bijdragen aan het behalen van benoemde maatschappelijke doelen. Zo houdt de Inspectie SZW toezicht op gecertificeerde systemen, het systeem van Arbozorg, de doeltreffende uitvoering van de Participatiewet en het brede terrein van het Sociaal Domein als integraal stelsel.

Bij het rijkstoezicht op het Sociaal Domein werken vier rijksinspecties (Inspectie Gezondheidszorg en Jeugd in oprichting, Inspectie Veiligheid en Justitie, Inspectie van het Onderwijs en Inspectie Sociale Zaken en Werkgelegenheid) in het samenwerkingsverband Toezicht Sociaal Domein (TSD) samen aan risicogerichte toezichtonderzoeken. Daarbij bekijkt het toezicht hoe uitvoerende partijen gezamenlijk omgaan met risico’s in hun uitvoering voor het bereiken van de beleidsdoelen. De gezamenlijke Rijksinspecties richten zich op de vraag of zij in de praktijk kunnen zien of het stelsel werkt zoals beoogd; krijgen kwetsbare burgers de benodigde zorg en ondersteuning, is deze passend, effectief en waar nodig? Een dergelijke gezamenlijke aanpak leidt tot uitspraken over de inzet en prestaties van alle (of een deel van de) relevante partijen in het stelsel of systeem. Het gaat daarbij over ieders bijdrage aan concrete doelen en over processen, de werking van stelselprikkels en werkzame verbanden.

Nieuwe methoden

In 2018 past de Inspectie een aantal nieuwe methoden toe. Voor een deel experimenteel.

Voorbeelden:

  • De uitvoering in de horecasector van een gedragsexperiment met verschillende vormen van informatie aan startende restauranthouders. Doel is om te onderzoeken welke vorm van overdracht het meeste effect heeft op de naleving.
  • In de metaalsector wordt in 2018 meer ingezet op bewustwording en de eigen verantwoordelijkheid van de werknemers. Voor zowel hun eigen gezondheid en veiligheid als die van hun collega’s op de werkvloer. Om het aantal ongevallen terug te brengen worden -  naast de werkgevers - ook de werknemers zelf aangesproken. Dit gebeurt in een reeks  “kantinegesprekken” met werknemers over concrete, ter plekke aangetroffen risico’s op de werkvloer. Daarbij zal ook de werkgever aanwezig zijn. Deze kantinegesprekken en de gewone inspecties zullen met elkaar worden vergeleken qua effectiviteit op de bewustwording bij werknemers van gezondheid- en veiligheidsrisico’s.
  • De ervaringen van cliënten met een uitkering worden over langere tijd met een klantenquête gevolgd. De uitkomsten vormen input voor leerpunten. Vooral voor de uitvoerders, maar ook voor beleidsmakers. Om te beoordelen of nadere acties nodig zijn voor het bevorderen van betere burger- en cliëntgerichte dienstverlening.  
  • Op regionaal niveau investeert de Inspectie in zogenoemde focusgroepen (met medewerkers van sociale diensten, vertegenwoordigers van UWV-vestigingen, werkgevers- en werknemersclubs en anderen) om inspectie-inzichten te delen en er draagvlak voor te krijgen.
  • Om zo efficiënt en effectief mogelijk om te gaan met de uitvoering van ernstige ongevalonderzoeken voert de Inspectie een drietal pilots uit met nieuwe vormen van ongevalonderzoek.
  • Wat betreft samenwerkingsvormen intensiveert de Inspectie bijvoorbeeld de samenwerking met Omgevingsdiensten en het OM bij de aanpak van illegale asbestsanering.

Vanuit dezelfde invalshoek van optimalisering van haar doelgerichtheid en efficiëntie heeft de Inspectie het programma Bouw en Grond-, Weg- en Waterbouw samengevoegd tot een programma Bouw en Infra. De programma’s Certificatie en Markttoezicht zullen in 2018 worden geïntegreerd.