De Inspectie werkt risicogestuurd. Zij analyseert welke risico’s kunnen optreden bij diverse groeperingen en welke gevolgen die kunnen hebben voor gezond, veilig, eerlijk werken en bestaanszekerheid. Deze analyses vormen de basis voor de keuze voor de toezichtprogramma’s, voor de aanpak binnen programma’s en voor de selectie van te inspecteren bedrijven.

Koppeling blootstelling risico’s, sectoren en aandacht in programma’s

Blootstelling aan risico’s is niet op voorhand duidelijk. Om de blootstelling aan risico’s bij benadering te kunnen vaststellen, maakt de Inspectie gebruik van meerdere (statistische) bronnen waaruit risico’s kunnen worden afgeleid.

Voor arbeidsomstandigheden maakt de Inspectie zoveel mogelijk gebruik van gegevens uit de Nationale Enquête Arbeidsomstandigheden (NEA) en uit Arbo In Bedrijf (AIB). TNO en CBS bevragen voor de NEA jaarlijks ruim 45.000 werknemers over hun arbeidsomstandigheden. AIB is een tweejaarlijkse monitor van de Inspectie zelf. Hierbij doen inspecteurs een representatieve steekproef bij bedrijven, en leggen ze gegevens vast over de arbeidsomstandigheden.

Daarnaast selecteert de Inspectie op basis van data- en kennisprofielen de aandachtsvelden en de te inspecteren bedrijven. In 2018 wordt binnen die modellen gewerkt aan het beter inbouwen van de praktijkkennis van inspecteurs. Door bestandkoppelingen met het UWV, de SVB en de Belastingdienst wordt witte fraude opgespoord en worden indicaties verkregen over waar een verhoogd risico op arbeidsmarktfraude aanwezig is.

De risicoanalyse en de kwantitatieve weging van de risico’s geven een rangorde van de risico’s op basis van kans, ernst of schadelijkheid van het effect en van de omvang van de risicopopulatie. Voor een verdiepende analyse van de ernst en effecten van risico’s maakt de Inspectie gebruik van kennis uit tientallen instituten in binnen- en buitenland, bijvoorbeeld het RIVM, TNO, de WHO, de ILO, de EU-OSHA en SLIC. Ook maakt de Inspectie gebruik van academische epidemiologische studies over bijvoorbeeld carcinogenen, asbest en chemische risico’s.

Daarnaast neemt de Inspectie ook de te verwachten toe- of afname in de weging van risico’s mee. Ten slotte wordt in kaart gebracht in welke sectoren de risico’s en eventuele subrisico’s zich met name voordoen. Op basis van deze gegevens is een maat ontwikkeld. Die geeft aan of de blootstelling aan een bepaald risico in een specifieke sector meer of minder vaak dan gemiddeld voorkomt. Waar nodig zijn kwalitatieve scores gebruikt, zoals bij illegale tewerkstelling en onderbetaling, onderwerpen waarover weinig harde gegevens beschikbaar zijn.

De mate waarin de Inspectie een bijdrage kan leveren aan het verder beheersen van een risico wordt mede bepaald door de omgeving waarin de Inspectie opereert. Met een omgevingsanalyse verzamelt de Inspectie informatie over deze omgeving. Op basis van deze analyse in relatie met de risicoanalyse heeft de Inspectie speerpunten geformuleerd voor de aanpak van notoire overtreders, misstanden en risico’s voor kwetsbare groepen.

Voor elk risico heeft de Inspectie een relatieve positie ten opzichte van de andere risico’s vastgesteld. Vervolgens heeft ze bepaald of ze een rol speelt bij het aanpakken van het risico; het is namelijk ook mogelijk dat die rol al geheel of gedeeltelijk door andere organisaties wordt opgepakt of kan worden opgepakt.

Eén risico in een sector kan vaak in samenhang met andere risico’s worden aangepakt. De verschillende vormen van toezicht die de Inspectie kent, spelen een belangrijke rol in deze fase, alsmede de effectiviteit van de instrumenten die de Inspectie bij al deze toezichtsvormen kan inzetten.

De Inspectie beslist over een aanpak voor een sector op basis van de beschikbare kengetallen over risico(positie), kans, ernst en omvang van de populatie. Beslissend is bovendien de al dan niet zichtbare inzet vanuit sectoren zelf op de problematiek. Deze beslissingen stemt zij met maatschappelijke stakeholders af (figuur 1).

In het kader van het proces dat eind 2018 zal leiden tot het nieuwe meerjarenplan 2019-2022 van de Inspectie, worden ook de methodieken voor de risicoanalyse op strategisch niveau en voor de omgevingsanalyse doorontwikkeld.

Dan zullen ook mogelijk nieuwe invalshoeken op toepasbaarheid worden onderzocht en gewogen.

Figuur 1. Van risico's naar keuze voor programma's.