Maatschappelijk effect

Bijdragen aan een sector zonder oneerlijke concurrentie tussen werkgevers.
Tegengaan van verdringing van werknemers als gevolg van onderbetaling, illegale tewerkstelling, arbeidsuitbuiting en/of de inzet van schijnconstructies.

Beoogd resultaat in 2018

  • Risicovolle werkgevers zijn samen met andere handhavende diensten met name de Inspectie Leefomgeving en Transport (ILT)geïnspecteerd en aangepakt.
  • Het inzicht in motieven tot naleving is samen met stakeholders versterkt voor het bevorderen van de naleving.

Maatschappelijk belang

Transport en Logistiek is een grote en diverse sector, waarin in totaal ongeveer 400.000 werknemers werkzaam zijn. Transport (met name wegtransport) wordt vaak genoemd als risicosector. In het bijzonder door de internationale concurrentie staan de marges voor de ondernemers onder druk. Dat heeft niet alleen gevolgen voor werknemers, maar lokt ook allerlei constructies uit die oneerlijke concurrentie vergroten. Ook bij koeriersdiensten ziet de Inspectie steeds meer constructies om (op oneigenlijke manieren) te besparen op loonkosten.

Toelichting op beoogde resultaten

Verschillende partijen hebben grote belangen in de branche. Vakbonden hebben misstanden in de sector Transport en Logistiek hoog op de agenda staan. Werkgevers en brancheorganisaties hebben last van een slecht imago van de branche en opdrachtgevers lopen risico’s vanwege de ketenaansprakelijkheid die voor veel wetten geldt. De aanpak van de Inspectie is gericht op samenwerking met andere inspecties die actief zijn in de branche. Daarnaast is de aanpak gericht op het aanspreken van opdrachtgevers (waarmee druk wordt gezet op de keten), het benutten van activiteiten en signalen vanuit de vakbonden en het aanzetten van brancheorganisaties tot het nemen van maatregelen gericht op de onderkant van hun branche.

Zoektocht naar bewijs van onderbetaling

“Krijgen vrachtwagenchauffeurs uit Litouwen bij een Nederlands transportbedrijf te weinig betaald?”
Bij een bezoek aan Litouwen kregen twee inspecteurs hiervoor sterke aanwijzingen. “De reclamefoto’s van trucks waren gefotoshopt.”

De inspecteurs aan het woord:
“We kregen signalen dat een transportbedrijf veel Litouwse chauffeurs aan het werk had. Hun salaris ligt op het niveau van het land van herkomst, en is dus veel lager dan de Nederlandse lonen. Maar het bedrijf zei dat de chauffeurs niet daar in dienst waren, maar bij een Litouwse onderneming.”

“Wij hadden vooraf het idee dat in Litouwen sprake was van een schijnvestiging. En dat de chauffeurs vanuit Nederland worden aangestuurd. Dan zijn ze in dienst van een Nederlands bedrijf en gelden de Nederlandse regels, zoals ons wettelijk minimumloon.”

“Vanuit Nederland is er duidelijk in geïnvesteerd om het kantoor in Litouwen op een reële vestiging te laten lijken. Sinds we een onderzoek zijn gestart, heeft de Nederlandse eigenaar zich uitgeschreven als bestuurder van het Litouwse bedrijf. Ze zijn verhuisd naar een groter kantoorpand en hebben meer personeel. De trucks worden nu niet meer gehuurd van de Gelderse opdrachtgever. Ze worden direct vanuit Nederland geleased. Toch opvallend dat een Litouwse ondernemer 150 trucks kan leasen à 150.000 euro per maand.”

“We hebben bewijs dat de chauffeurs aangestuurd worden door het Nederlandse bedrijf. En ook dat de Litouwse chauffeurs in Nederland wonen. Alleen dán geldt voor hen het wettelijk minimumloon. Ze werken hier 6 weken en gaan dan 3 weken naar huis. Ze slapen praktisch iedere nacht in trucks op het terrein van het bedrijf.”

Inspectie SZW onderzoekt schimmig taxibedrijf

De Inspectie SZW controleerde in juli 2017 voor de derde keer een bedrijfspand van een taxibedrijf in Amsterdam. Bij de controle waren ook de Vreemdelingenpolitie, de Belastingdienst en de ILT aanwezig. Bij de actie werd een medewerker aangetroffen die hier niet mocht werken.

Bij het eerste bezoek werden twee schoonmakers aangetroffen, die niet in Nederland mochten werken. Bij een tweede controle werd één van deze twee werknemers opnieuw aangetroffen. Zij werkten voor verschillende taxibedrijven die vermoedelijk geleid werden door de eigenaren. Uit de controle van de taxi-activiteiten bleek dat de taxichauffeurs valse arbeidscontracten hadden met taxiondernemingen die gelieerd waren aan deze personen. Het ging om meer dan 50 taxi’s die bij verschillende BV’s waren ondergebracht.

Taxi’s worden van de ene op de andere dag naar andere BV’s overgeschreven, hetgeen wijst op bewust vluchtig ondernemerschap. Bij de derde controle heeft de Inspectie SZW de administratie in beslag genomen. Deze administratie wordt door zowel de Inspectie SZW als de andere betrokken diensten gecontroleerd op schijnconstructies, minimumloon, afdracht van loonbelasting, andere belastingen en sociale premies.