Meerjarencyclus

De Inspectie werkt met een Meerjarenplan 2015-2018. Daarin staan, op basis van risico- en omgevingsanalyses, op hoofdlijnen de koers en uitgangspunten van de Inspectie. Tijdens de looptijd van het Meerjarenplan past de Inspectie de programmering aan op basis van aanvullende risico- en omgevingsanalyses.

Het jaarplan bevat de ontwikkelingen en activiteiten op hoofdlijnen. In de op het jaarplan gebaseerde programmaplannen van de Inspectie zijn deze activiteiten verder uitgewerkt.

In 2018 zal een nieuw Meerjarenplan worden opgesteld op basis van een risico- en omgevingsanalyse. Hierin zullen de koers en de uitgangspunten 2019-2022 worden bepaald.

Risicogestuurde en alerte reactie op ernstige gebeurtenissen

De Inspectie heeft twee invalshoeken voor haar werkzaamheden. Ten eerste werkt de Inspectie risicogestuurd. Daardoor kan zij haar mensen en middelen selectief en gericht inzetten op de grootste risico’s en meest kwetsbare groepen, hetgeen haar effectbereik vergroot. De tweede insteek van de Inspectie wordt gevormd door onderzoek- en inspectie-inzet op ernstige ongevallen in haar werkveld, meldingen van misstanden en overige meldingen, klachten en verzoeken. Bij beide inspectiebenaderingen is steeds sprake van een afgewogen mix van interventies, wat leidt tot efficiënt en effectief toezicht.

Samenwerken

De Inspectie werkt nationaal en internationaal samen met ander organisaties, diensten en bedrijven. Dat gebeurt bij concrete zaken, maar ook bij de opzet en uitvoering van haar programmatische activiteiten.

Belangrijke samenwerking is onder meer georganiseerd met:

  • Brancheorganisaties bij de implementatie van maatregelen en inzet van deze organisaties voor verbetering van arbeidsomstandigheden en op naleving van arbeidsvoorwaarden;
  • Het Openbaar Ministerie (Functioneel Parket) bij de opsporing en bestrijding van misstanden en fraude op de arbeidsmarkt, georganiseerde uitkeringsfraude, bij grove misstanden bij arbeidsomstandigheden (BRZO, asbest, arbeidsongevallen), zorgfraude en bestrijding van arbeidsuitbuiting;
  • De interventieteams die actief zijn in het toezicht op misbruik en oneigenlijk gebruik in de sociale zekerheid, het ontduiken van belastingen en het tegengaan van overtredingen van de arbeidswetgeving. Hierin werkt de Inspectie SZW samen met de Belastingdienst, de Immigratie- en Naturalisatiedienst (IND), het Uitvoeringsinstituut Werknemersverzekeringen (UWV), de Politie, de gemeenten, de Sociale Verzekeringsbank (SVB) en het Openbaar Ministerie.
  • De Vreemdelingenpolitie bij mensensmokkel, identiteitsonderzoek en legaliteit van verblijf;
  • De IND in het kader van de bestrijding van migratiecriminaliteit;
  • Fair Work en Nationaal Rapporteur Mensenhandel en Seksueel Geweld tegen Kinderen bij de bestrijding van arbeidsuitbuiting;
  • De Inspectieraad, de koepel van de rijksinspectiediensten, bij de coördinatie van toezicht, opleidingen en kennisdeling op het vlak van toezicht houden. Ook bij nieuwe concrete aanpakken zoals meer operationele gezamenlijke inspectieacties - de zogenoemde ‘Doe-coalities’ - beoordeelt de Inspectie of aangesloten kan worden op specifieke thema’s;
  • Rijksinspectiediensten die toezien op bedrijven en vaak betrokken zijn bij de acties van en namens de Inspectie SZW (denk aan de Inspectie Leefomgeving en Transport, de Nederlandse Voedsel- en Warenautoriteit en het Staatstoezicht op de Mijnen);
  • Politie, Koninklijke Marechaussee en andere opsporingsdiensten bij onder meer het opsporen van schijnconstructies;
  • De Belastingdienst als partner en bron van informatie bij opsporing van fraude en misbruik;
  • Het BRZO+-overleg met het bevoegd gezag voor de Omgevingswetgeving, de Omgevingsdiensten en de veiligheidsregio’s, wat belangrijk is voor de handhaving van het Besluit risico’s zware ongevallen;
  • Landelijke organisaties van werkgevers en werknemers, gemeenten (VNG), Divosa, het UWV en de SVB op het terrein van de sociale zekerheid;
  • Het samenwerkend rijkstoezicht ‘Samenwerkend toezicht Jeugd/Toezicht Sociaal Domein’ (STJ/TSD) bij integraal toezicht op de domeinen jeugd, maatschappelijke ondersteuning, participatie en inkomensondersteuning, en de raakvlakken daartussen;
  • Relevante kennisorganisaties op het terrein van arbeidsomstandigheden, arbeidsverhoudingen en sociale zekerheid;
  • Zusterinspecties binnen de EU, zoals SLIC (het Senior Labour Inspectors Committee), Empact (het platform van Europol voor samenwerking tegen criminaliteit, zoals arbeidsuitbuiting) en het nieuwe ‘European platform against undecleared work’.

Eigen verantwoordelijkheid

Bedrijven en werkenden zijn zelf verantwoordelijk voor gezond, veilig en eerlijk werk. De Inspectie neemt als toezichthouder geen verantwoordelijkheid over. Zij pakt misstanden aan, treedt proportioneel op tegen bedrijven en instellingen die de regels overtreden, en bevordert de naleving. De Inspectie stimuleert maatschappelijke partijen om zelf verantwoordelijkheid te nemen en actief bij te dragen aan een betere naleving van de regels.

Waar de Inspectie onderbouwd vertrouwen heeft in de concrete inzet van partijen om risicovolle situaties te verbeteren, kan zij navenant (proportioneel) reageren, bijvoorbeeld door minder inspecties. De Inspectie doet dit onder meer met inzet van niet-repressieve vormen van toezicht, zoals druk zetten via ketens en op brancheorganisaties (dus via de omgeving van bedrijven die onder toezicht staan) en door de inzet van nalevingcommunicatie.

Transparantie

In lijn met het regeringsbeleid over meer transparantie - zoals verwoord in de Visie Open Overheid en het Actieplan Open Overheid (Visie Open Overheid, Ministerie BZK, september 2013) - zet de Inspectie in op meer openheid over haar toezicht en op openbaarheid van inspectieresultaten.

Zij doet dat door open en voorspelbaar te zijn over:

  • de uitkomsten van de risico- en omgevingsanalyses;
  • de op basis van deze analyses gemaakte keuzes;
  • de bevindingen, conclusies en oordelen van de Inspectie;
  • de rol en verantwoordelijkheid van de Inspectie enerzijds en van bedrijven en instellingen anderzijds.

De Inspectie SZW houdt samen met provincies, brandweer en Brzo-omgevingsdiensten toezicht op ongeveer 400 bedrijven die met grote hoeveelheden gevaarlijke stoffen werken. Dit gebeurt in verband met de Europese Seveso-richtlijn, die in Nederland via het Brzo 2015 is geïmplementeerd. Van iedere planmatige inspectie verschijnt een openbare samenvatting (zie www.brzoplus.nl). Verder maakt de Inspectie de namen bekend van bedrijven die zware of ernstige asbestovertredingen hebben begaan (zie www.asbestovertredingen.inspectieszw.nl). Sinds 2016 worden ook de inspectieresultaten van het toezicht op de toepassing van de Wet minimumloon, de Wet arbeid vreemdelingen en de Wet allocatie arbeidskrachten door intermediairs openbaar gemaakt (zie www.inspectieresultatenszw.nl).

Een mogelijk volgende fase in de openbaarmaking van de inspectieresultaten is de naleving van de Arbeidsomstandighedenwet en Arbeidstijdenwet. Daarover wordt besloten na afronding van de evaluatie van de Wet aanpak schijnconstructies.

De Inspectie neemt het onderwerp transparantie actief in het dagelijks werk mee. Dit betekent dat steeds wordt stilgestaan bij de vraag in welke programma’s en bij welke ontwikkelingen openbaarheid wenselijk en mogelijk is. Een aandachtspunt is het opereren binnen de grenzen van de privacywetgeving, het medisch beroepsgeheim en dat er geen bedrijfsgeheimen worden geschonden.

Transparantie geldt nadrukkelijk ook voor het zichtbaar maken van de inspectie-effecten van haar inzet en producten. De Inspectie zet in elk programma en bij alle overige activiteiten in op een zich steeds verder ontwikkelende (meet)aanpak om de effecten op concrete doelstellingen zichtbaar te maken. Daarover verantwoordt de Inspectie zich in iedere rapportage of andere uiting van haar uitgevoerde activiteiten. Generiek doet zij dit in haar Jaarverslag.