Jaarlijks overlijden er in ons land circa 4100 mensen aan werkgerelateerde oorzaken. Door blootstelling aan schadelijke stoffen en dampen krijgen ze kanker, aandoeningen aan de long- en luchtwegen of aan het zenuwstelsel. Stress door hoge werkdruk zorgt voor hart- en vaatziekten. Aandoeningen die zich vaak pas na vele jaren openbaren.

We leven in een welvarend land waar iedereen recht heeft op gezond, veilig en eerlijk werk. Met zo min mogelijk gezondheid- en veiligheidsrisico’s.

Soms gaat het om voortschrijdend inzicht. Wisten we als samenleving niet beter. Stoffen waarvan het gebruik gemeengoed is, blijken alsnog gevaarlijk. Zoals asbest. Of de door DuPont gebruikte stoffen bij de productie van Teflon. Met de daar verzamelde onderzoeksresultaten leren we nu - samen met de industrie - belangrijke lessen voor de toekomst. Om de risico’s van blootstelling zo vroeg mogelijk te herkennen. Toekomstige slachtoffers te voorkomen.

In een kennisplatform gaan bedrijven, kennisinstituten en overheden straks hun kennis over gevaarlijke stoffen delen. Zodat er een gezamenlijk beeld komt over eventuele risico’s. En er hopelijk bij twijfel pas op de plaats gemaakt wordt, in plaats van het risico maar gewoon voor lief te nemen.

Zorg voor veiligheid en gezondheid lijkt zo vanzelfsprekend. Niemand zit toch te wachten op een ongeval met alle emotionele, persoonlijke en financiële gevolgen van dien? Maar zo eenvoudig ligt het helaas niet. Zo zien we in economisch slechte tijden bedrijven die te weinig geld vrij willen maken voor veiligheid. En als de verkoop voor de wind gaat en er meer financiële middelen beschikbaar zijn, maken ze er onvoldoende tijd voor.

Het aantal ongevallen zien we daarbij de laatste jaren stijgen. Te vaak omdat verzuimd wordt de juiste veiligheidsmaatregelen te nemen. Omdat de productie voor ging. Soms door onwetendheid. Door werkgevers die onvoldoende op de hoogte zijn van de wettelijke voorschriften. Of zien onze inspecteurs dat nieuwe eigenaren de specificaties van verouderde machines niet meer kennen. Met het risico dat een werknemer hier later de prijs voor betaalt.

Ook op het terrein van eerlijk werk zien we als Inspectie de nodige uitdagingen. Het gaat beter met de economie en de arbeidsmarkt staat onder druk van de toenemende vraag. Een deel van de werkgevers zoekt daarbij voortdurend naar constructies die de kosten van arbeid verlagen. Ze bewandelen zelfbedachte olifantenpaadjes, snijden officiële routes af. Ondermijnen de concurrentiepositie van bedrijven die zich wel aan de regels houden en daar ook in investeren. En duperen bewust hun medewerkers.

In ons land lopen 600.000 mensen het risico op onderbetaling van het minimumloon. Het mogelijk aantal slachtoffers is naar schatting 24.000. En uit onze opsporingsonderzoeken blijkt dat het aantal slachtoffers stijgt. Het is een belangrijk signaal waar we – in combinatie met het toenemende aantal arbeidsongevallen – aandacht voor hebben gevraagd bij branches, werkgevers en het parlement. Onder andere door middel van de rapporten “De staat van eerlijk werk” en “De staat van ernstige arbeidsongevallen”.

In het regeerakkoord is nu extra budget beschikbaar gesteld voor het versterken van onze handhavingketen. In 2018 leggen we daarvoor het fundament. In 2022 moet de uitbreiding gereed zijn. Circa driekwart van de totale capaciteitsuitbreiding wordt ingezet op het thema eerlijk werk. Het bestrijden van oneerlijk werk, onderbetaling en uitbuiting. Via programma’s die de focus leggen op de grootste risico’s binnen een sector of op een bepaald thema. Risicogericht en op basis van goede analyses. Ons doel is een betere handhaving, met zo min mogelijk belemmeringen voor goed presterende bedrijven. Daar waar bewust de wet wordt overtreden grijpen we met onze extra slagkracht gericht in.

Bij het versterken van de handhavingketen is samenwerking een sleutelwoord. Daarbij werken we zoveel mogelijk samen met andere toezichthouders. We doen dat bij inspecties en door het steeds efficiënter delen van waardevolle data. Ook in het regeerakkoord staat dat de overheid effectief gebruik moet maken van de mogelijkheden tot het delen, koppelen en analyseren van data. De vraag die we als toezichthouders hebben is hoe we - binnen heldere wettelijke grenzen - meer digitale informatie kunnen uitwisselen. Om dan die verrijkte data stevig te verankeren in onze toezichtprogramma’s. Geen “nee, tenzij”, maar “ja, mits”. Met een duidelijke bijsluiter en de daarbij geldende randvoorwaarden.

Ook met brancheorganisaties en werkgevers- en werknemersorganisaties pakken we graag samen de handschoen op. Met respect voor ieders rol en verantwoordelijkheid. We zijn met elkaar in gesprek over de geconstateerde problemen. Over ieders aanpak om eerlijk en veilig werk te stimuleren. En hoe we elkaar daarin kunnen versterken. Een samenwerking die onder meer op internet en via social media zichtbaar werd op 7 oktober, in onze gezamenlijke verklaringen over Decent Work Day. Met als centrale thema’s fatsoenlijk en eerlijk werk. Met correcte lonen, goede werkomstandigheden en respect voor elkaar. Want verantwoord werkgeverschap loont. Het leidt tot gemotiveerde werknemers en een goede naam bij klanten. Tot bedrijven waar gezond werken en duurzame inzetbaarheid hand in hand gaan.

We leven in een welvarend land waar iedereen recht heeft op gezond, veilig en eerlijk werk. Met zo min mogelijk gezondheid- en veiligheidsrisico’s. En waar werkgevers en werknemers elkaar met respect en waardering behandelen. Niet wanneer het even uitkomt. Of toevallig in de planning past. Gewoon omdat het zo hoort. Laten we daar met elkaar aan werken. Dag in, dag uit. Ook in 2018.

Marc Kuipers

Inspecteur-generaal Sociale Zaken en Werkgelegenheid

Bladeren

Met de pijltjes links en rechts in beeld gaat u eenvoudig naar de vorige of volgende pagina. Klik op de drie streepjes linksboven voor de inhoudsopgave.