Werkveld

Het werkveld van Inspectie SZW is breed: 1,6 miljoen bedrijven, 8,6 miljoen werkenden en 1,4 miljoen mensen die een beroep doen op het sociale zekerheidsstelsel.

De Inspectie werkt binnen dat brede werkveld vanuit de volgende visie op ‘werkend Nederland’:

  • de meeste werkgevers kunnen en willen zich aan de wet houden en tonen zich een goed werkgever. In onderstaand figuur de basis van de piramide. Anderen willen het wel, maar kunnen het om uiteenlopende redenen (nog) niet. (In de figuur de tweede laag in de piramide.);
  • er is ook een groep werkgevers die wetten bewust overtreedt, al dan niet stelselmatig. (De derde en vierde laag in de figuur.);
  • ten slotte zijn er criminele organisaties die als uitgangspunt hebben om voordeel te halen door middel van misdrijven richting mensen of gemeenschap.

De wenselijke ontwikkeling is naar beneden gericht. Onwenselijk is dat bedrijven de beweging naar boven maken. Bijvoorbeeld door het vooruitzicht van financieel gewin of door norm overschrijdend gedrag van concurrenten, dat de neiging kan versterken zelf ook de wet te overtreden.

Inzet

De gewenste inzet van de Inspectie is daarom omgekeerd aan de vorm van de piramide gericht en bestaat uit de interventie die te zien is rechts van de nu volgende figuur

Naarmate de naleving minder wordt, zet de Inspectie meer waarschuwingen, boetes, stilleggingen en dwangsommen in. Bewuste en notoire overtreders en criminele organisaties pakt zij hard aan met een bestuursrechtelijke of strafrechtelijke aanpak. Deze laatste aanpak gebeurt onder aansturing van het Openbaar Ministerie/Functioneel Parket.   

Bedrijven die worden geïnspecteerd en de regels (blijven) overtreden, worden - met inzet van een escalatiemodel en stappenplan - aangepakt met steeds zwaardere handhaving. De inspectielijn is: bij minimaal 20% van de bedrijven die in overtreding zijn, volgt een herinspectie. Zijn bedrijven dan nog niet op orde, dan volgt een “niet-naleversinspectie’. Als het daarna nog niet op orde is, volgt de notoire overtredersaanpak met zware handhavinginzet.

De middengroepen, de “gelegenheidsovertreders” (die de grenzen van de wet opzoeken) en de “ontwijkers”, krijgen speciale aandacht van de Inspectie. Doel is om deze groepen met gerichte interventies aan de goede kant te krijgen en te houden. Voorbeelden van interventies zijn inspecties, ketensamenwerking, handhavingcommunicatie en branchebeïnvloeding.

Hierbij is samenwerking - mede gericht op preventie - met branches, beleidsmakers, sociale partners en andere diensten essentieel. Vanuit haar eigen rol en bevoegdheden helpt de Inspectie de juiste spelers en motiveert hen om hun rol te pakken. Daarnaast neemt het ministerie van SZW diverse beleidsmaatregelen. Daarbij gaat het om een breed palet aan maatregelen:

  • gerichte communicatie en stimulering gericht op doelgroepen en brancheorganisaties;
  • cultuurtrajecten gericht op bevordering van goed werkgeverschap en werknemerschap en een adequaat en doorleefd handhavingsbeleid op basis van praktijkervaringen;
  • actualisering van arboregelingen, zoals de recente aanpassing van de Arbowet.

Werken aan fatsoenlijk werk

Arbeidsuitbuiting, onderbetaling en ernstige (dodelijke) arbeidsongevallen nemen in omvang en aantal toe. Dat blijkt uit de rapporten 'Staat van eerlijk werk' en de 'Staat van ernstige arbeidsongevallen', die de Inspectie voorjaar 2017 openbaar maakte. Dit baart de Inspectie zorgen. Door inspectieprogramma’s uit te voeren blijft zij daarom investeren in de naleving van arbozorgverplichtingen en het bestrijden van onderbetaling en arbeidsuitbuiting.

Belangrijke conclusies ‘Staat van eerlijk werk’

  • In risicosectoren bestaat bij een deel van de bedrijven de voortdurende neiging om constructies te ontwikkelen die de kosten van arbeid verlagen. In de praktijk ziet de Inspectie dat terug in een groter aantal gevallen waarin nationale en Europese regels inzake arbeidsverhoudingen worden ontweken of ontdoken.
  • Als het gaat om onderbetaling ziet de Inspectie de laatste jaren een toename van het aantal meldingen, overtredingen en slachtoffers van onderbetaling. De sector intermediairs/uitzendbureaus is al jarenlang verantwoordelijk voor circa 40% van de meldingen over arbeidsuitbuiting en onderbetaling.
  • Cijfers over de omvang van arbeidsuitbuiting in Nederland zijn indicatief; desondanks wijzen verschillende bronnen dat het aantal geregistreerde slachtoffers van arbeidsuitbuiting de laatste jaren gestaag toeneemt.
  • De cijfers en feiten geven een partieel beeld en leiden tot een voorlopige conclusie: een steeds grotere groep Nederlanders aan de ‘onderkant’ van de arbeidsmarkt wordt bedreigd door het risico op onderbetaling, te lange werkdagen of uitbuiting.
  • De Inspectie loopt in de praktijk tegen constructies aan die (bewust) complex zijn gemaakt met het oog op de belemmering van de handhaving. Internationale regels rondom arbeidsverhoudingen bieden intermediairs en bedrijven daartoe de mogelijkheden. Daarnaast zijn slachtoffers vaak niet bereid mee te werken aan inspectieonderzoek, omdat ze bang zijn hun baan te verliezen.
  • Malafide werkgevers gokken op een lage pakkans, vaak door onderbetaling te maskeren met een op papier deugdelijke loonadministratie, of door gebruik te maken van detachering- en stukloonconstructies. Verdienmodellen zijn bijvoorbeeld gestoeld op het fors laten betalen voor huisvesting en andere kosten. 

De toename van arbeidsuitbuiting, onderbetaling en ernstige (dodelijke) arbeidsongevallen is een bedreiging voor zowel werknemers als goede werkgevers. Zij lijden immers onder de bedrijven die het niet nauw nemen met de regels en die met onveilig, ongezond en oneerlijk werk kostenvoordeel halen. Het terugdringen van het risico op arbeidsongevallen, onderbetaling en uitbuiting is dan ook een gezamenlijke opgave voor meerdere partijen. Daar komt bij dat het beste resultaat te verwachten is als niet alleen bedrijven, maar ook brancheorganisaties deze handschoen oppakken. Er is winst te behalen wanneer belangrijke partijen - zoals sociale partners, brancheorganisaties en overheidsinstanties - beter van elkaar weten welke initiatieven er zijn, waarop zij kunnen anticiperen en voortbouwen.

Belangrijke conclusies 'Staat van ernstige arbeidsongevallen'

  • In 2016 stijgt het aantal arbeidsongevallen ten opzichte van 2015 met 13% naar 2.450. Ook het aantal ongevallen met een dodelijke afloop stijgt, namelijk van 51 naar 70 slachtoffers.
  • In sectoren waar het risico op een ongeval al jaren het grootst is (industrie, vervoer, opslag en vooral de bouw), neemt het aantal slachtoffers van gemelde ongevallen per 100.000 werknemers al vanaf 2014 toe. Deze toename is te verklaren door het aantrekken van de economie in die sectoren.
  • De groep flexwerkers heeft een twee keer zo grote kans op een ernstig arbeidsongeval dan de groep reguliere werknemers. Het grootste risico op een ernstig arbeidsongeval doet zich voor in de leeftijdscategorie 65 jaar en ouder.
  • 80% van de ernstige arbeidsongevallen is al jarenlang het gevolg van steeds dezelfde oorzaken: contact met bewegend object (28%), vallen (niet van hoogte) (19,3%), vallen van hoogte (16%) en contact met bewegende delen van een machine (16,1%).
  • De meest voorkomende achterliggende faalfactoren hangen samen met een gebrek aan motivatie, alertheid en veiligheidsbewustzijn (38%).
  • Dossieranalyse van dodelijke ongevallen laat zien dat achterliggende oorzaken vooral zijn: gebrek aan communicatie en afstemming, (gevoelde) werkdruk, niet adequaat reageren op onverwachte situaties en het ontbreken van toezicht.

De eerder genoemde ‘Staten’ zijn onderwerp van gesprek met brancheorganisaties. Doel hiervan is een gedeeld beeld en de erkenning van wat goed gaat en ook waar het fout gaat. Daaruit volgt ook wat ieders aanpak is om eerlijk en veilig werken te stimuleren en hoe de aanpakken van de Inspectie en de brancheorganisaties elkaar kunnen versterken. De Inspectie legt bij het tot stand komen van de programma’s de nadruk op het ontwikkelen van een interventiemix die past bij de in het programma aangesproken risico’s. Op grond van de “Staat van ernstige arbeidsongevallen” zal via stakeholders meer aan versterking van de cultuur van veilig en gezond werken worden gedaan.

Om de gezamenlijke verantwoordelijkheid van werkgevers en werknemers en overheid goed uit te dragen en als voorbeeld te laten dienen van de goede samenwerking tussen private organisaties en publieke toezichtinstanties, heeft de Inspectie de brancheorganisaties en sociale partners een platform gegeven op World Decent Work Day  (7 oktober 2017). We citeren in dit jaarplan een aantal van hun uitspraken gedaan op “World Decent Work Day”. Alle bijdragen zijn te lezen op de website van de Inspectie SZW.

Maxime Verhagen, voorzitter Bouwend Nederland: “Werkgevers in Bouw en Infra beschouwen hun werknemers als hun grootste kapitaal. Veiligheid en duurzame inzetbaarheid hebben in onze sector topprioriteit. Dat betekent voor ons niet concurreren op veiligheid. Onder de noemer ‘Bouwen doen we Samen!’ trekken  Bouwend Nederland, FNV en CNV Vakmensen gezamenlijk op om sociaal verantwoord opdrachtgeverschap binnen de bouw- en infrasector een gezicht te geven. We willen dat ook opdrachtgevers invulling geven aan maatschappelijk verantwoord ondernemen. Onze ambitie in het kort: nul arbeidsongevallen met dodelijke afloop.”

Van World Decent Work Day naar World Memorial Workers Day

Deze wijze van communiceren en samenwerken wordt in 2018 voortgezet. Zo zal in het voorjaar 2018 de “Staat van arbeidsveiligheid” verschijnen. Daarmee heeft deze publicatie nadrukkelijk een breder perspectief dan de Staat van ernstige arbeidsongevallen uit 2017. Een breder palet aan onderwerpen over gezond en veilig werken zullen hierin aan bod komen, zoals informatie over recente ontwikkelingen rond arbeidsongevallen en beroepsziekten door gevaarlijke stoffen. Daarnaast wordt ingegaan op thema’s die te maken hebben met de veiligheidscultuur binnen bedrijven en bijvoorbeeld de mate waarin arbozorgverplichtingen worden nageleefd. De Inspectie organiseert rond World Memorial Workers Day (april 2018) opnieuw een bijeenkomst met branches en andere belanghebbenden. Daar staan dan de problemen en oplossingen uit de “Staat van arbeidsveiligheid” op de agenda.1

Op World Decent Work Day (7 oktober 2018) wordt de actuele “Staat van eerlijk werk” opnieuw besproken.

Han Busker, voorzitter FNV:We zien dagelijks dat mensen worden onderbetaald, overuren maken die niet worden gecompenseerd en van het ene onzekere 0-urencontract in het andere vervallen. Maar ook situaties die ernstiger zijn, waar mensen geïntimideerd worden of beperkt worden in hun bewegingsvrijheid. Mensen worden op de werkvloer tegen elkaar opgezet om hun werk zo goedkoop mogelijk aan te bieden. We zien het in de scheepsbouw, in het vervoer, in de agrarische sector, in de luchtvaart, op veel plaatsen waar de FNV actief is. Het gevolg is dat fundamentele (arbeids)rechten worden geschonden, werkplaatsen onveiliger worden en mensen niet gewaardeerd worden in hun werk. Deze problematiek is niet in één dag op te lossen, maar erkenning is een goed begin. Daarna de wil om er iets aan te doen door te beginnen met het handhaven en naleven van de internationale en nationale wet- en regelgeving die we hebben.“

Maurice Limmen, voorzitter CNV: “Werknemers hebben recht op veilig en zeker werk, niet alleen vandaag maar het hele jaar door. Dat is niet vanzelfsprekend. Daarom moeten werkgevers die verantwoordelijk zijn voor onveilige werksituaties, uitbuiting of schijnconstructies aangesproken en stevig aangepakt worden, als ze hun gedrag niet willen verbeteren. Dat kunnen wij als vakbond CNV niet alleen. Daar is een stevige Inspectie SZW voor nodig, met voldoende capaciteit en tanden genoeg om zich vast te bijten in misstanden."

1 De jaarlijkse internationale herdenkingsdag tijdens de ILO-dag - 29 april 2018 - voor de slachtoffers van arbeidgerelateerde ongevallen en beroepsziekten. Het doel van de World Memorial Workers Day is aandacht genereren voor de omvang van ongevallen en ziekten gerelateerd aan de arbeidsplek en -omstandigheden, teneinde het bewustzijn van gezondheids- en veiligheidskwesties in het algemeen te versterken.