De Inspectie ontvangt sinds 2013 middelen van het ministerie van VWS voor de strafrechtelijke opsporing van fraude in de zorg. Met deze middelen is binnen de Inspectie een aparte afdeling opgericht. 

Deze afdeling Opsporing Zorgfraude richt zich op strafrechtelijke opsporing van fraude met het persoonsgebonden budget en declaraties. De keuze voor een aparte afdeling Zorgfraude volgt uit de wens om een stevige opsporingsfunctie in de zorg, die zich zichtbaar op dit terrein profileert. Dit maakt het ook mogelijk om de capaciteit die vanuit het ministerie van VWS beschikbaar is gesteld, te oormerken. Ook wordt zo voldoende (sector)specifieke kennis en expertise opgebouwd. Die kennis wordt ingezet bij de verdere ontwikkeling van het beleid.

De Inspectie brengt met input van ketenpartners jaarlijks een signaleringsbrief met de opgedane inzichten en knelpunten uit aan het ministerie van VWS. Om de gehele keten te versterken, participeert de Inspectie daarnaast in (interdepar¬tementale) overleggen, werkgroepen en samenwerkingsverbanden.

De opsporingsonderzoeken, die de afdeling Opsporing Zorgfraude voor het ministerie van VWS uitvoert, hebben door de separate financiering geen gevolgen voor de opsporingsonderzoeken die de Inspectie op het terrein van werk en inkomen uitvoert. Met het ministerie van VWS en het Openbaar Ministerie is afgesproken welke inhoudelijke prioriteiten de Inspectie aanhoudt bij de opsporing van zorgfraude. Deze prioriteiten sluiten aan bij de aandachtsgebieden van de Nederlandse Zorgautoriteit (NZa). Opsporingsonderzoeken die de Inspectie uitvoert, vallen onder het gezag van het Functioneel Parket van het Openbaar Ministerie.

In 2018 zal de Inspectie SZW op het terrein van zorgfraudebestrijding de methoden van risicoanalyse, effectmeting en intelligencegestuurd werken toepassen.

Zorgfraude: de grote PGB-roof

Tegen vier verdachten van fraude met persoonsgebonden budgetten (PGB) heeft het Openbaar Ministerie (OM) gevangenisstraffen tot drie en een half jaar geëist. De rechter heeft dat conform opgelegd met 42 maanden beroepsverbod. De twee hoofdverdachten en hun zorgbureau wordt verweten dat zij een ambtenaar omkochten, meewerkten aan mensensmokkel, valse documenten opmaakten en in totaal ruim 1.2 miljoen euro witwasten.

De officier van justitie gaf op de zitting aan dat de hebzucht bevredigd is ten koste van zorgbehoevenden, belastinggeld en de samenleving.

De twee hoofdverdachten hebben zorggelden afhandig gemaakt van tientallen - vooral oudere Turkse - cliënten. Deze cliënten waren veelal de Nederlandse taal niet machtig. Zij kenden de verdachten en vertrouwden hen. Zij stonden hun bankpassen, pincodes en tancodes af.

De twee hoofdverdachten zouden een ambtenaar bij het Centrum Indicatiestelling Zorg (CIZ) hebben omgekocht. Deze zorgde ervoor dat indicaties werden opgehoogd en verlengd, waardoor de cliënten van het zorgbureau maximaal zorggeld ontvingen.

De verdachten hadden op den duur de controle over meer dan 50 rekeningen van cliënten. Deze cliënten werden veelal tevreden gehouden door ze zo nu en dan een uitstapje aan te bieden, naar een doktersafspraak te brengen of door het verrichten van tolkwerkzaamheden. Ook gingen de hoofdverdachten ieder jaar samen met cliënten die mee wilden, op vakantie naar Turkije.

Bestuurders zorgbureau aangehouden

De recherche Zorgfraude van de Inspectie SZW heeft de bestuurders van twee zorgbureaus in de regio Zaanstad en regio Tilburg aangehouden. Dat gebeurde in een onderzoek naar fraude met persoonsgebonden budget (PGB) voor circa 4 miljoen euro. De gelden waren bestemd voor zorg aan gehandicapte jongeren, maar werden vermoedelijk voor andere doeleinden gebruikt. Misdaad mag niet lonen. Daarom is er beslag gelegd op woningen, auto’s en bankrekeningen.

De twee mannen worden verdacht van oplichting en valsheid in geschrifte. De twee zorgbureaus van de verdachten bieden huisvesting en begeleiding aan licht en verstandelijk gehandicapte jongeren en aan jongeren met een ernstige psychische stoornis. Deze jongeren zouden hun DigiD, bankpasjes en bijbehorende pincodes hebben afgestaan. Het vermoeden bestaat dat de bestuurders sinds 2012 voor tientallen jongeren meer zorg declareerden dan in werkelijkheid werd gegeven. Ook zouden PGB-gelden gebruikt worden voor zaken die niet zorggerelateerd zijn, zoals boodschappen en de huur van panden waarin cliënten konden worden gehuisvest.

Naast de twee bestuurders zijn nog twee (andere) leidinggevenden gehoord in deze zaak. Daarnaast worden nog eens vijf rechtspersonen verdacht. Het onderzoek is eind 2016 gestart naar aanleiding van een melding van de gemeente Zaanstad.