In dit programma staat asbest als kankerverwekkende stof centraal. Het programma richt zich op de asbestverwijderingsbranche en op elke andere bedrijfstak of omgeving waar asbestsanering plaatsvindt. De risico’s waar het programma aandacht voor heeft zijn illegale asbestverwijdering en onveilige asbestverwijdering door gecertificeerde bedrijven en personen. Hierdoor zijn werknemers van deze bedrijven onvoldoende beschermd tegen de gezondheidsrisico’s van asbest. Het programma streeft verder naar meer bewustwording bij werkgevers/werknemers in andere sectoren dan de asbestbranche van gevaren en risico’s van (aanwezigheid van) asbest, zodanig dat zij gericht maatregelen nemen in situaties waarbij blootstelling aan asbest kan optreden. Daarnaast is er aandacht voor PSA en Arbozorg.

Uit Jaarplan 2019

De productie en het gebruik van asbest zijn in Nederland sinds 1994 verboden. Asbest is echter nog in ruime mate aanwezig in daken, vloeren, rioolpijpen of andere plaatsen. Bij het verbouwen en slopen van gebouwen, woningen, machines of schepen kan nog altijd asbest vrijkomen. Door blootstelling aan asbestvezels kunnen op termijn zeer ernstige gezondheidsklachten optreden bij werknemers, maar ook bij bezoekers en omwonenden. Om dit risico zo klein mogelijk te houden is de sanering van asbest aan strikte regels gebonden. De Inspectie houdt daarom toezicht op de bedrijven die asbest saneren en spoort illegale saneringen op.

Beooogd maatschappelijk effect

Asbest wordt op een gezonde en veilige manier gesaneerd. Daardoor neemt niet alleen het gezondheidsrisico voor werknemers in de sector af, maar ook de gezondheidsrisico’s voor omwonenden en voor personen die na afloop van de saneringen in de gebouwen verblijven.

Beoogd resultaat in 2019

  1. De naleving in de gecertificeerde asbestsector gaat omhoog
    • De certificerende en keurende instellingen houden beter en intensiever toezicht op gecertificeerde saneringsbedrijven en leggen meer sancties op. Deze operationele doelstelling wordt gedeeld met het programma Certificatie.
    • Notoire niet-nalevers gaan de regels naleven of worden stilgelegd.
    • De Deskundig Toezichthouder Asbest weet wat er van hem/haar verwacht wordt en houdt zich aan het werkplan. Dit is in overeenstemming met het lopende project en is ook uitvoerbaar.
  2. Op het terrein van illegale saneerders:
    • De Inspectie pakt meer illegale saneerders aan en laat hen niet meer los, totdat ze stoppen met het illegaal verwijderen van asbest;
    • Er is sprake van ‘verantwoord opdrachtgeverschap’. Steeds minder opdrachtgevers laten asbest illegaal verwijderen.
  3. Op het terrein van scheepssloperijen, installateurs en installatiebedrijven:
    • Werknemers in scheepssloperijen worden niet meer blootgesteld aan asbest, omdat deze bedrijven zich, door (vooraf aangekondigde) inspecties, bewuster zijn geworden van de mogelijke aanwezigheid van asbest in de te slopen schepen. Het asbest wordt eerst geïnventariseerd en verwijderd vóórdat met slopen wordt begonnen.
    • Werkgevers zijn zich bewust van de kans dat hun werknemers tijdens hun werkzaamheden in contact komen met asbest en hebben het onderwerp “asbest” in hun RIE opgenomen. Installateurs worden steeds minder vaak blootgesteld aan asbest, omdat zij meer kennis verwerven over de risico’s en zich bewust worden van de mogelijke aanwezigheid van asbest op hun werkplek. Vóór de aanvang van hun werkzaamheden wordt eerst het mogelijk aanwezige asbest geïnventariseerd en verwijderd, óf er wordt een asbest-veilige situatie gecreëerd.
    • Installatiebedrijven stellen hun werknemers niet meer bloot aan asbest, omdat zij zich bewuster zijn geworden van de risico’s van mogelijk aanwezig asbest tijdens het werk. Daardoor hebben zij een sluitend plan van aanpak voor gebouwen van voor 1994, zodat er bij dergelijke gebouwen eerst een asbestinventarisatie wordt gemaakt en het asbest wordt verwijderd, óf een asbest-veilige situatie wordt gecreëerd.

Aanpak in 2019

Een gezamenlijke handhavingsstrategie Asbest samen met het Functioneel Parket, de politie en de Omgevingsdiensten, zodanig dat de misstanden op het terrein van de asbestsanering op een zo efficiënt en effectief mogelijke manier worden aangepakt. Een goed werkend asbestsaneringsstelsel, zodanig dat alle betrokken toezichthouders een daadkrachtig en goed werkend toezicht kunnen uitoefenen.

Om de beoogde resultaten te behalen zullen onder meer inspecties worden uitgevoerd. De Inspectie heeft daarbij speciale aandacht voor de notoire overtreders en de opsporing van illegale saneerders en saneringen. De Inspectie werkt verder samen met andere toezichthouders en zet druk op netwerken en ketens.

Samenwerking in 2019

Voor het toezicht op het veilig en gezond verwijderen van asbest werkt de Inspectie nauw samen met de Omgevingsdiensten. Er zijn zes regionale handhavingsoverleggen ingericht, waarin – naast de Inspectie SZW, de Omgevingsdiensten – het OM, de politie en de ILT participeren. Er komt in 2019 een nieuwe, gezamenlijke handhavingsstrategie Asbest, die is opgesteld door de Omgevingsdienst NL, het OM,
de politie en de Inspectie SZW.

Daarnaast werkt de Inspectie samen met de certificerende instellingen. Het betreft een samenwerkingsvorm waarbij de Inspectie de bij de bedrijven geconstateerde tekortkomingen met hen deelt. Met de ILT wordt regelmatig overlegd over casuïstiek en wordt waar mogelijk samenwerking gezocht. Ten slotte is er op reguliere basis overleg met branchepartijen en met de beheerstichting van het Asbestcertificeringsstelsel Ascert, om ontwikkelingen en knelpunten te bespreken.