Het programma Bedrijven met gevaarlijke stoffen richt zich op het risico van onvoldoende procesveiligheid, op CMR- en ZZS-stoffen en ioniserende straling, en op die bedrijven en segmenten van de arbeidsmarkt waar de risico’s het grootst zijn. Uitgezonderd Brzo-bedrijven, die intensief worden gecontroleerd, richt de aandacht van het programma zich niet op een afgebakend aantal subsectoren. De drie genoemde risico’s komen breed op de arbeidsmarkt voor. Met sectorprogramma’s wordt afgesproken welke handhaving op sterk sectorspecifieke stoffen daar kan worden opgenomen. Daarnaast is er aandacht voor PSA en Arbozorg. Dit programma vervult een coördinerende/regierol voor het risico van blootstelling aan gevaarlijke stoffen. Het programma overlegt met de sectorprogramma's over de totstandkoming van hun aanpak gericht op sectorspecifieke gevaarlijke stoffen. Ook zal er waar nodig samen worden gewerkt met Opsporing.

Uit Jaarplan 2019

Door de problemen bij Dupont/Chemours en met de stof chroom-6 ontstond er grote ongerustheid in de samenleving. Het onderwerp gevaarlijke stoffen is daarmee hoog op de politieke agenda gekomen. In het regeerakkoord zijn middelen gereserveerd voor de versterking van het Brzo-toezicht (Besluit risico’s zware ongevallen). In het kader van de lessen van Dupont wordt met de extra middelen van het regeerakkoord een gespecialiseerd team voor de aanpak van gevaarlijke stoffen gevormd.34

Nederland telt een groot aantal bedrijven waar gevaarlijke stoffen verwerkt, bewerkt en opgeslagen worden. Als daar iets fout gaat zijn de gevolgen voor werknemers en omwonenden zeer ernstig. Ongeveer 400 van deze bedrijven (Brzo-inrichtingen) vallen op basis van de Seveso-3 richtlijn onder een verzwaard inspectieregime. Er wordt een wetswijziging ontwikkeld voor bedrijven die qua procesveiligheidsrisico’s net niet als Brzo-bedrijf worden bestempeld. Die wetswijziging kan leiden tot een strenger regime voor circa 800 bedrijven en tot een grotere vraag naar inzet van de Inspectie (ARIE-wetgeving). Voor veel gevaarlijke stoffen worden de grenswaarden de komende jaren verder aangescherpt.
Ook wordt verkend of de Inspectie bedrijven aanvullende verplichtingen kan opleggen om kennis over gevaarlijke stoffen met elkaar te delen.

Beoogd maatschappelijk effect

Dit inspectieregime moet, samen met het programma Gevaarlijke stoffen van het ministerie van SZW, eraan bijdragen dat zware ongevallen voorkomen worden en dat het aantal arbeidsongevallen en het aantal werknemers dat een beroepsziekte oploopt zo laag mogelijk is (‘Road to Zero’).

Beoogd resultaat

  • De Inspectie SZW richt zich op het aannemen en opleiden van gespecialiseerde inspecteurs, met als doel in 2020 mee te doen aan ten minste 90% van de inspecties die plaats vinden in het kader van het Brzo.
  • De bij de geïnspecteerde bedrijven aan gevaarlijke stoffen blootgestelde werknemers worden niet langer daaraan blootgesteld.
  • In 2019 wordt een gespecialiseerd operationeel team gevormd voor de aanpak van gevaarlijke stoffen.
  • Bij werkgevers, werknemers en deskundigen is de kennis over gevaarlijke stoffen is verhoogd.

Aanpak

  • Bij inspecties en andere interventies in 2019 wordt extra aandacht besteed aan de blootstelling aan gevaarlijke stoffen, met name aan de CMR-stoffen (Carcinogene, Mutagene, Reprotoxische stoffen). Met ‘On the road to zero’ bevordert het ministerie van SZW de substitutie van deze CRM-stoffen in productieprocessen door minder gevaarlijke stoffen.
  • De Inspectie ziet bij de Brzo-inspecties toe op naleving van het Brzo en op het voorkomen van blootstelling aan gevaarlijke stoffen. De te inspecteren bedrijven worden geselecteerd op basis van een risicoanalyse. Daarnaast zal de Inspectie een voorlichtingscampagne starten over zogenoemde verblijfsgebouwen.
  • De communicatiecampagne ‘Road to Zero’, die in 2017 van start ging, wordt in 2019 voortgezet. Het doel van de campagne is werkgevers bewust te maken van de gezondheidseffecten van blootstelling aan kankerverwekkende stoffen. En van de wettelijke verplichtingen waaraan zij moeten voldoen.
  • In verband met blootstelling aan gevaarlijke stoffen zal de Inspectie ongeveer 50 grote en complexe bedrijven bezoeken. Hieronder valt ook een substantieel deel van de Brzo- en de net niet Brzo-bedrijven. Daarnaast wordt een aantal grotere en kleinere bedrijven geïnspecteerd op het werken CMR-stoffen, waaronder chroom-6.
  • Door middel van onderzoek wil de Inspectie meer zicht krijgen op de ketens waarbinnen bepaalde gevaarlijke stoffen worden geproduceerd, gebruikt en verhandeld. Zo kan de Inspectie beter en gerichter inspecteren en een bronaanpak bij werkgevers eenvoudiger realiseren.
  • Ook zal de Inspectie onderzoek doen naar de stand van de techniek rond het werken met bepaalde gevaarlijke stoffen. Dit is niet alleen van belang voor de handhaving, maar ook voor het delen van deze kennis met brancheorganisaties, deskundigen en bedrijven.
  • De Inspectie zoekt contact met brancheorganisaties om te onderzoeken of zij bereid zijn richtlijnen voor hun leden – zogenaamde veilige werkwijzen – op te stellen. Verder zal de Inspectie deskundigen benaderen via beroepsverenigingen en arbodiensten. Om in gesprek te komen over de kennis en hulpmiddelen die nodig zijn om het werk als adviseur goed te kunnen uitvoeren.
  • De Inspectie participeert in de totstandkoming van de publicatiereeks gevaarlijke stoffen (PGS) en zorgt er in dat proces voor dat er voldoende aandacht is voor de bescherming van de werknemers.

De aandacht van de Inspectie voor gevaarlijke stoffen komt in 2019 ook terug in andere programma’s. Arbeidshygiënisten en andere arboprofessionals kunnen bij de Inspectie meldingen doen van werkgevers die (moedwillig) hun zorgplicht jegens blootstelling aan gevaarlijke stoffen verzaken. De Inspectie neemt dergelijke signalen in onderzoek en treedt indien nodig handhavend op.

Verder wordt komend jaar ageing nadrukkelijk als onderwerp op de agenda gezet bij bedrijven, branches en overheden. Zeker de Brzo-bedrijven moeten de risico’s op ageing identificeren en een stappenplan opstellen om bestaande installaties met behulp van de laatste stand van de techniek te innoveren op het gebied van procesveiligheid. Het gaat niet alleen om veroudering van installaties, maar ook om:

  • organisatorische veroudering, zoals weglekkende veiligheidskennis door personeelsverloop;
  • onvolledige documentatie van veranderingen aan installaties;
  • het niet meer leverbaar zijn van reserveonderdelen;
  • veranderde inzichten omtrent veiligheid en de stand van de techniek; of
  • het niet verwerken van eisen van nieuwe regelgeving.

Samenwerking in 2019

In het kader van het Brzo-toezicht wordt intensief samengewerkt met de vanuit de Wabo (Wet algemene bepalingen omgevingsrecht) bevoegde autoriteiten, de Veiligheidsregio’s en de waterkwaliteitsbeheerders. In verband met het toezicht op gevaarlijke stoffen werkt de Inspectie samen met de ILT. De Inspectie zal samenwerken met relevante brancheorganisaties en organisaties van deskundigen.

34Tweede Kamer 2017-2018, stuknummer 34775 XV-12, pagina 4.