Onvoldoende inkomen wil zeggen dat iemand geen inkomen heeft of een inkomen dat onder het bestaansminimum zit.

14. Onvoldoende inkomen
Onvoldoende inkomen wil zeggen dat iemand geen inkomen heeft of een inkomen dat onder het bestaansminimum zit. Het hebben van onvoldoende inkomen kan armoede tot gevolg hebben. De Inspectie SZW sluit aan bij de definitie van het SCP, dat spreekt van armoede wanneer iemand gedurende een langere tijd niet de middelen heeft om te kunnen beschikken over de goederen en voorzieningen die in zijn of haar samenleving als minimaal noodzakelijk gelden.

15. Ontstaan of voortduren van problematische schulden
Problematische schulden ontstaan wanneer er een structurele disbalans is tussen het inkomen en de uitgaven van een persoon, waardoor hij of zij niet meer kan voorzien in de noodzakelijke kosten van bestaan. Met betrekking tot problematische schulden gelden twee doelstellingen. Als er sprake is van schuldenproblematiek, dan kan de gemeente schuldhulpverlening bieden om deze op te lossen. Als er geen sprake is van schuldenproblematiek, dan is de doelstelling zo veel mogelijk voorkomen dat deze ontstaat.

16. Mismatch werkzoekenden en vacatures
Er is sprake van een mismatch tussen werkzoekenden en vacatures wanneer de competenties van werkzoekenden niet aansluiten op de door werkgevers verlangde competenties op de arbeidsmarkt. Dit leidt enerzijds tot structurele werkloosheid en anderzijds tot vacatures die niet vervuld kunnen worden.

17.    Geen re-integratie na langdurige ziekte
Dit risico kent drie verschijningsvormen: een werknemer die langdurig ziek is geweest, voldoende hersteld is om weer aan het werk te kunnen, komt toch niet aan het werk komt; het genezingsproces van de ziekte wordt vertraagd door een gebrek aan goede begeleiding; of de werknemer wordt uiteindelijk (gedeeltelijk) arbeidsongeschikt.
Als werknemers ziek worden en daardoor niet meer kunnen werken, is het in eerste instantie de verantwoordelijkheid van de werkgever om zorg te dragen voor de re-integratie van de zieke werknemer, vanzelfsprekend samen met de werknemer zelf. Voor bepaalde groepen werknemers geldt dit niet, en is UWV verantwoordelijk. Dat geldt voor ontvangers van een WW-uitkering die ziek worden en daarom geen werk kunnen accepteren. Dat geldt ook voor mensen die een tijdelijk contract hebben, dat afloopt tijdens hun ziekte, of mensen die als uitzendkracht of oproepkracht bij een werkgever werken.

18.    Lonende fraude met inkomensondersteuning
Wanneer ontvangers van een inkomensvoorziening (zoals een uitkering in het kader van de Participatiewet of de Werkeloosheidswet) informatie over hun situatie niet of niet correct doorgeven, is het mogelijk dat zij onterecht de voorziening ontvangen, of een te hoge (of mogelijk ook een te lage) voorziening ontvangen. In de Fraudewet staat het begrip verwijtbaarheid centraal. Als sprake is van verwijtbaarheid bij het niet naleven van de inlichtingenplicht, dan is sprake van fraude. Wordt fraude niet opgespoord, of wordt de fraude wel opgespoord maar wordt het geld niet teruggevorderd, dan is er financieel voordeel voor de fraudeur. In zo’n geval is sprake van lonende fraude.

19.    Lonende fraude met ESF-subsidies
In 2014 is een nieuwe programmaperiode voor subsidies van het Europees Sociaal Fonds (ESF-subsidies) gestart, die loopt tot 2020. Met deze subsidies kan fraude plaatsvinden, wanneer deze niet (volledig) worden gebruikt waarvoor bedoeld of er niet wordt voldaan aan de voorwaarden die daarvoor gelden. Wordt fraude niet opgespoord, of wordt de fraude wel opgespoord maar wordt het geld niet teruggevorderd, dan is er financieel voordeel voor de fraudeur. In zo’n geval is sprake van lonende fraude.

20.    Lonende fraude met re-integratiegelden
In het kader van de re-integratie van personen op de arbeidsmarkt kunnen UWV en gemeenten re-integratiebedrijven inzetten of bepaalde kosten voor werkgevers compenseren door middel van een voorziening. Ook met deze re-integratiegelden en voorzieningen kan fraude plaatsvinden, wanneer re-integratiegelden niet (volledig) worden gebruikt waarvoor ze zijn bedoeld of er niet wordt voldaan aan de voorwaarden die voor een voorziening gelden. Wordt fraude niet opgespoord, of wordt de fraude wel opgespoord maar wordt het geld niet teruggevorderd, dan is er financieel voordeel voor de fraudeur. In zo’n geval is sprake van lonende fraude.

Gerard Meester (links) en Joris Heinsbroek (rechts)

Interview Joris Heinsbroek en Gerard Meester

Joris Heinsbroek, nieuwe kracht Analyse & Onderzoek

“Bijdragen aan eerlijk en gezond werk in Nederland”

Als analisten voor de inspecteurs van Arbeidsmarktfraude maken Joris Heinsbroek en zijn collega’s het inspectiewerk effectiever. Joris: “We maken risicoanalyses en brengen netwerken in kaart, zodat de inspecteurs op pad kunnen met een concrete lijst van bedrijven met een hoog risico op overtredingen.” Werken voor de publieke zaak spreekt Joris aan: “Je levert een bijdrage aan eerlijk en gezond werk in Nederland. Dat geeft een goed gevoel.”
Joris zat bij zijn vorige werkgever in een vergelijkbare functie.  Joris: ““De analisten en onderzoekers zaten daar meer op een eiland. De oude rotten bepaalden hoe het ging. Bij de Inspectie SZW wordt veel meer samengewerkt en collega’s staan open voor vernieuwing, merk ik. Heel prettig.” 
 

Moderne slavernij
“Ik heb me in mijn eerdere werk nooit specifiek met het bedrijfsleven beziggehouden”, zegt Joris. “Voor mij is het een behoorlijke eye-opener dat er in zoveel bedrijven dingen gebeuren die niet mogen!” Het is niet alleen de schaal die hem verbaast, maar ook de intensiteit. “Ik dacht dat arbeidsuitbuiting iets van vroeger was. Maar je treft ook nu soms nog omstandigheden die je het beste omschrijft als moderne slavernij.”  
 

Doorgronden hoe het werkt
Joris kende de Inspectie SZW niet en had alleen weleens van de Arbeidsinspectie gehoord. “Ik ben hier vanaf het begin behoorlijk veel zelfstandig aan het werk. Voor mij is het daarbij wel belangrijk om naar het grotere plaatje te kunnen kijken en te doorgronden hoe dit apparaat werkt. Binnenkort ga ik op pad met een inspecteur, dat zal daar zeker bij helpen. We zijn deze zomer begonnen met liefst vijf nieuwe analisten. De halve club is dus nieuw en dat is in zekere zin wel prettig: mijn vragen zijn hun vragen.”     
 

Gerard Meester, ervaren kracht Analyse & Onderzoek

“Dit gaat meerwaarde brengen”

Als data-scientist zit Gerard Meester aan de kwantitatieve kant van Analyse & Onderzoek. Hij is blij met de komst van een stevige groep nieuwe collega’s. “In data-scienceprojecten probeer je altijd mensen als Joris aan tafel te krijgen. Samen met analisten en inspecteurs kunnen we namelijk écht de diepte in en zeer accurate voorspellingen en risicoanalyses maken.”
 

Nieuwe ideeën
Data-scientists vinden de benodigde patronen in grote hoeveelheden data, analisten zorgen dat ingezoomd wordt. Gerard: “Mijn model genereert vestigingen die hoog scoren op bijvoorbeeld het risico van onderbetaling”. In samenspraak met de inspecteurs en de analist wordt vervolgens een selectie gemaakt van bedrijven die extra aandacht verdienen. De instroom van nieuwe inspecteurs kan ook een gunstig effect hebben op de samenwerking, denkt “Ik verwacht dat die vaak analytisch zullen zijn ingesteld en met nieuwe ideeën zullen komen.”   
 

Datagedreven cultuur
De noodzaak om de inspectiecapaciteit efficiënt in te zetten, maakt dat er binnen de Inspectie veel aandacht is voor onderzoek en risicoanalyse. Gerard: “De data-analisten en data-scientists vormen inmiddels een behoorlijke club en we werken hard aan het ontwikkelen van een datagedreven cultuur. Wat daarbij helpt, is dat het management er het belang van inziet, een lange adem heeft en in de diepte durft te investeren.” Met de nieuwe lichting analisten aan boord, kan nóg dieper gegraven worden, denkt Gerard. “Het zijn goed opgeleide mensen, die capaciteiten meebrengen die we nog niet hadden. Dat gaat zeker meerwaarde brengen.”