Om meer maatschappelijk effect te bereiken wil de Inspectie de komende periode haar samenwerking verbreden en versterken. Dat gebeurt op verschillende niveaus: internationaal, nationaal, regionaal en lokaal.

Europese samenwerking en grensoverschrijdend handhaven

Nederland heeft als open economie veel baat bij internationale handel en lage barrières voor internationaal zakendoen. De vorming van de EEG en later de Europese Unie, vrij verkeer van kapitaal en arbeid, maken dat er een zeer sterke economische integratie plaatsvindt. Waar kapitaaltoezicht al in hoge mate gecoördineerd, geharmoniseerd en deels EU-verantwoordelijkheid geworden is, is het toezicht op de factor arbeid binnen de EU in hoofdzaak nationaal. Terwijl de arbeidsmobiliteit binnen de EU aanzienlijk is geworden.

In maart 2018 heeft de Europese Commissie de oprichting van de Europese Arbeidsautoriteit aangekondigd, die de samenwerking en coördinatie van nationale toezichthouders zal ondersteunen.23 De grotere Europese aandacht voor de grensoverschrijdende component van misbruik en oneigenlijk gebruik biedt ook voor de Inspectie kansen hier effectiever te acteren. De Inspectie sluit aan bij de verdere samenwerking en afstemming tussen de lidstaten op het gebied van toezicht en initiatieven die vanuit de Europese Arbeidsautoriteit worden opgestart. In december 2017 heeft de Europese Commissie een voorstel voor een nieuwe Verordening voor markttoezicht op producten gepubliceerd, waarin voorstellen zijn opgenomen voor intensievere samenwerking tussen markttoezichthouders van de verschillende lidstaten.24

Met de WagwEU zijn vanaf 2016 nieuwe mogelijkheden ontstaan voor beter toezicht en handhaving op naar Nederland gedetacheerde werknemers. Met het van kracht worden van de meldplicht in 2019 en de opbouw van een bestand neemt de controleerbaarheid van gedetacheerde arbeid verder toe. De meldingsplicht houdt in dat buitenlandse dienstverrichters vooraf een melding moeten doen bij de Sociale Verzekeringsbank over waar en wanneer en met welke werknemers in Nederland werkzaamheden worden verricht.25

Initiatieven zullen in de eerste plaats gericht zijn op EU-lidstaten waarmee Nederland intensieve economische relaties heeft, met name in fraudegevoelige sectoren (bouw, landbouw en transport). Naast België, waarmee ook nu al in Benelux-verband nauw wordt samengewerkt, zijn dat bijvoorbeeld Duitsland en enkele Midden- en Oost-Europese lidstaten.26  De Inspectie blijft actief in de samenwerking met de  andere diensten in de EU, zoals SLIC, Empact, Europol, Administrative Cooperation in Market Surveillance (ADCO’s) en het nieuwe European platform against undeclared work.

Samenwerking rijksinspecties

Er wordt op verschillende manieren ingezet op verdere professionalisering van samenwerking met andere inspectiediensten:

  • Samenwerking gericht op de praktische toepassing (inclusief privacy) van instrumenten en data in samenwerkingsprocessen in de keten en met het veld.
  • Samenwerking in de voorbereiding en uitvoering van inspecties en andere interventies – gericht op een grotere effectiviteit – en synergievoordelen.
  • Samenwerking in het netwerk van inspectiediensten – vooral gericht op het optimaal benutten van de gezamenlijke denk- en organisatiekracht van inspecties.

De Inspectie werkt al regelmatig samen met andere rijksinspecties. Voorbeelden hiervan zijn deelname aan het programma Innovatie Toezicht van de Inspectieraad, de toepassing van gedragskennis bij het toezicht en het gezamenlijke toezicht op de uitvoering van het sociaal domein.

Samenwerking nationaal–regionaal-lokaal

De Inspectie zal haar samenwerking met externe stakeholders voortzetten en intensiveren. Veel vormen van fraude zijn complex en vragen om een multidisciplinaire aanpak. De verschillende organisaties zijn hierbij onmisbare partners, zoals politie, Openbaar Ministerie, Belastingdienst en DUO, UWV, SVB, IND, J&V en VNG. Ook voor gezond en veilig werk heeft de Inspectie behoefte aan intensieve(re) ketensamenwerking met andere overheidsdiensten, brancheorganisaties, sociale partners en kennisinstituten. Denk aan de bevordering van de veiligheidscultuur, certificeringsvraagstukken en de aanpak van blootstelling aan gevaarlijke stoffen.

Een belangrijke plaats is daarnaast weggelegd voor de Landelijke stuurgroep interventieteams (LSI), waarin de Inspectie ook samenwerkt met organisaties als de Belastingdienst, IND, UWV, SVB, de politie en het Openbaar Ministerie. In LSI-verband werkt de Inspectie samen op nationaal of lokaal niveau om misstanden in het sociale en fiscale domein projectmatig aan te pakken. Soms concentreert de interventie zich op een specifieke branche, zoals uitzendbureaus, horeca of schoonmaakorganisaties. Een andere keer gaat het om een specifieke wijk of locatie, zoals een recreatiepark. De Inspectie wil binnen de LSI meer resultaat boeken via samenwerking in de vorm van gezamenlijke analyse, gedachtewisseling, meerjarige programmering en gegevensuitwisseling. Dit moet meer opleveren dan wat organisaties individueel kunnen bereiken.27

Ook regionaal werkt de Inspectie samen met andere organisaties. In de programma(werk)plannen wordt aangegeven in hoeverre zo’n regionale aanpak of samenwerking aan de orde is voor een goede realisatie van de programmadoelen. Dit geldt bijvoorbeeld voor samenwerking met de Regionale Informatie Expertise Centra (RIEC’s).

Samenwerking met sociale partners en branches

Vanuit de verschillende inspectieprogramma’s bestaat al een lange traditie van samenwerking met werkgevers- en werknemersorganisaties en brancheverenigingen. Een voorbeeld van goede samenwerking op project- of programmaniveau met onder meer sociale partners is de Zuidelijke rondweg Groningen (Aanpak Ring Zuid). In de uitzendbranche worden systematisch signalen uitgewisseld door SNA en SNCU en Inspectie SZW over werkgevers die regels overtreden. Goede samenwerking met sociale partners en brancheverenigingen is onmisbaar om als Inspectie op de hoogte te blijven van wat er in een sector speelt. Ook in de communicatie over naleving van regels naar bedrijven zijn deze organisaties een belangrijke schakel. Sociale partners zijn verantwoordelijk voor opstelling van arbocatalogi, die een basis vormen voor handhaving door de Inspectie op veilig en gezond werk. Als er nieuwe regelgeving is of nieuwe ondersteunende instrumenten kunnen brancheorganisaties hiervoor aandacht vragen bij hun achterban. Ook op bestuurlijk niveau haalt de Inspectie de banden met brancheverenigingen aan om hen meer te betrekken bij - en medeverantwoordelijk te maken voor - de aanpak van de belangrijkste problemen rondom eerlijk, gezond en veilig werk in hun branche.28

Samenwerking met beleidsmakers

De nauwe samenwerking met de beleidsdirecties van het ministerie van SZW wordt de komende periode voortgezet. Voor nieuwe thema’s – deels voortvloeiend uit het regeerakkoord – kan een aantal wetswijzigingen tot gewenste inzet van de Inspectie leiden. Voorbeelden daarvan zijn een vernieuwde ARIE-regeling waardoor voor een aantal bedrijven een strenger regime zal gaan gelden, een op nieuwe leest geschoeid Warenwetbesluit bestuurlijke boete voor het domein waarop de Inspectie SZW toezicht houdt en maatregelen rond zzp’ers, flexwerk en arbeids(markt)discriminatie.

Verder verandert de wetgeving voortdurend. Voorbeelden daarvan zijn recente aanpassingen rond de Overeenkomst van Opdracht, aanpassingen aan de Wet minimumloon en minimumvakantiebijslag (WML) over stukloon en de vernieuwde Arbeidsomstandighedenwet. De Inspectie vindt het belangrijk om de mogelijke impact van wetsaanpassingen voor de programma’s snel in beeld te brengen.

23Zie onder meer TK 2017-2018, 34924, nr. 3.

24Zie onder meer Fiche 2 bij de Kamerbrief Informatievoorziening over nieuwe Commissievoorstellen, 09-02-2018.

25De melding betreft een bewijs van inschrijving in nationale sociale zekerheid A-1 of ander bewijs, de naam van een contactpersoon gevestigd in Nederland, en de naam van diegene die verantwoordelijk is voor het betalen van loon.

26Kamerbrief inzake handhavingskoers SZW 2018-2021, 09-04-2018.

27Kamerbrief inzake handhavingskoers SZW 2018-2021, 09-04-2018.

28Inspectie SZW, Jaarplan 2018, 2017, p. 16.