Zorg voor veiligheid en gezondheid lijkt vanzelfsprekend. Maar zo eenvoudig ligt het helaas niet. Ongevallen ontstaan te vaak omdat men nalaat de juiste veiligheidsmaatregelen te nemen, bijvoorbeeld omdat de productie voorrang kreeg of door laksheid of onwetendheid van zowel werkgevers als werknemers. Het adagium “je werkt veilig of je werkt niet” is nog lang niet overal een vanzelfsprekendheid. In “De staat van ernstige arbeidsongevallen. Weer veilig thuis uit je werk” (2017)49 concludeert de Inspectie dat er meer moet worden ingezet op preventieve maatregelen om veiliger werk te realiseren.

In tijden van economische groei, zoals naar verwachting de komende vier jaar, komt de veiligheid sterker onder druk te staan. Economische en maatschappelijke ontwikkelingen, zoals de opgaande fase van de conjunctuur, de flexibilisering van de arbeidsmarkt en het feit dat mensen tot op hogere leeftijd doorwerken, zijn van invloed op het aantal arbeidsongevallen. Ook de energietransitie brengt risico’s met zich mee, zoals werkzaamheden op hoogte bijvoorbeeld bij installatie van zonnepanelen en werken aan windmolens. In de bouw- en infrasector uit zich dat in een tekort aan personeel bij een oplopende orderportefeuille. Dit leidt tot hogere werkdruk, langere werktijden, inzet van lager gekwalificeerd personeel en daarmee tot een groter risico op arbeidsongevallen in deze sector.

Ook de toename van het aantal Nederlandse en buitenlandse uitzendkrachten en ingeleende arbeidskrachten heeft naar verwachting invloed op het aantal ernstige ongevallen. Deze groepen flexwerkers hebben een bijna twee keer zo grote kans op een ernstig arbeidsongeval als reguliere werknemers. Als nieuwkomers op de werkvloer hebben zij namelijk nog weinig ervaring met de werkzaamheden en werkomstandigheden in de specifieke werksituatie. Bovendien worden zij met name ingezet wanneer werkdruk bedrijven daartoe noopt.50   Denk hierbij aan extra orders die weggewerkt moeten worden, onvoorziene uitloop van projecten, in combinatie met krappe, niet flexibele deadlines van opdrachtgevers of afnemers; allemaal omstandigheden die veilig werk onder druk zetten.

Tot slot speelt een rol dat werknemers langer (moeten) doorwerken. Werknemers die ouder zijn dan 55 jaar hebben een verhoogde kans op een ernstig arbeidsongeval, waarschijnlijk vanwege afnemende fysieke vermogens en toenemende kwetsbaarheid voor letsels. Bovendien kan ervaring tot onderschatting van gevaren leiden.51  Het grootste risico op een ernstig arbeidsongeval doet zich voor in de leeftijdscategorie 65 jaar en ouder. Dat is juist de leeftijdscategorie die in arbeidsvolume de komende jaren nog verder zal toenemen.52

Naast economische en maatschappelijke ontwikkelingen die van invloed zijn op de arbeidsveiligheid, zijn er ook enkele relevante veranderingen in de wetgeving. In 2017 zijn de eisen aan arbozorg verzwaard en is de positie van de bedrijfsarts en de preventiemedewerker versterkt. Per 1 juli 2018 is een basiscontract verplicht, waarbij minimumeisen worden gesteld aan het contract tussen arbodienstverleners en werkgevers. Het gaat om een sterkere positie van de bedrijfsarts, zoals toegang tot de werkvloer, een duidelijker adviesrol, een verplicht open spreekuur, het recht op een second opinion naar aanleiding van een advies van een bedrijfsarts en het hebben van een klachtenprocedure.

Elk bedrijf moet verder ten minste één werknemer aanwijzen als preventiemedewerker. De benoeming van deze persoon als preventiemedewerker en zijn positie in de organisatie moeten met instemming van de OR plaatsvinden. De Inspectie kan werkgevers, arbodienstverleners en bedrijfsartsen sancties opleggen bij het niet naleven van de regelgeving en het basiscontract.

49Zie www.inspectieszw.nl 

50RIVM (2012). Factsheet ongevallen met uitzendkrachten. P. 7.

51Inspectie SZW, Klachten en ongevallen: Een analyse van meldingen van klachten en ongevallen over de  
  jaren 2011-2014. P. 28, 2016.

52Inspectie SZW, Staat van ernstige arbeidsongevallen, 2017.