De risico’s op grote ongevallen en blootstelling aan gevaarlijke stoffen zullen op de korte termijn niet afnemen. Verouderde installaties uit de jaren 60 en 70 zijn verantwoordelijk voor een groot deel van de ongevallen, explosies en ontsnappende gevaarlijke stoffen. In 2017 heeft de Inspectie in samenwerking met de andere toezichthouders in “De staat van de Veiligheid majeure risicobedrijven (2016)” een signaal afgegeven over het fenomeen ‘ageing’.

De Onderzoeksraad voor Veiligheid (OVV) roept, onder meer naar aanleiding van vier zware ongevallen in 2016, de betrokken partijen op om de bestaande samenwerkingsverbanden beter te benutten en zo de beheersing van procesveiligheid van chemische installaties te verbeteren.58  De OVV adviseert de Brzo-toezichthouders om expliciet aandacht te geven aan risico’s van ageing bij Brzo-bedrijven. Zij moeten deze risico’s identificeren en een stappenplan opstellen om de procesveiligheid van bestaande installaties met behulp van de laatste stand van de techniek te innoveren.

Ageing heeft zowel betrekking op veroudering van installaties, als op de vraag hoe de conditie van die installaties na verloop van tijd zal verslechteren. Bijvoorbeeld door slijtage, door veranderingen in het gebruik of door verkeerd gebruik. Ageing heeft ook te maken met organisatorische veroudering, zoals het verdwijnen van specifieke veiligheidskennis uit het bedrijf vanwege personeelsverloop, een onvolledige documentatie van de veranderingen die in de loop van de tijd aan installaties zijn aangebracht, of het niet meer leverbaar zijn van specifieke reserveonderdelen. Het heeft verder te maken met veranderde veiligheidsinzichten, nieuwe regelgeving, en veranderingen in de stand van de techniek.

Technologische ontwikkelingen leiden tot nieuwe innovaties en het gebruik van nieuwe technieken en stoffen. Het gaat bijvoorbeeld om 3D-printen, GenX, nanostoffen en geothermie en nieuwe toepassingen van ioniserende straling in gezondheidstherapieën, zoals protonentherapie. Ondernemers willen deze technieken en stoffen graag snel toepassen. Dit brengt het risico met zich mee dat niet goed duidelijk is welke gezondheidsrisico’s werknemers lopen wanneer ze met deze stoffen of nieuwe technieken werken en welke veiligheidsmaatregelen afdoende zijn. De vereiste kennis over de effecten op de gezondheid en veiligheid van werknemers zijn niet of beperkt beschikbaar. Bovendien bemoeilijkt de lange tijd die vaak verloopt tussen blootstelling en gezondheidsschade het verkrijgen van inzicht. En leidt de risicoperceptie rond nieuwe technologieën tot hardnekkige zorgen over de veronderstelde risico’s van bijvoorbeeld elektromagnetische velden of angst voor verwaarloosbare blootstelling aan gevaarlijke stoffen. Er is kortom sprake van een spanningsveld tussen innovatie en veiligheid, waarbij het goed toepassen van het voorzorgprincipe ook voor de Inspectie een uitdaging is.

Een specifieke risicosector is de afvalverwerking. Nederland speelt hierin internationaal een steeds grotere rol. De risicoanalyse van de Inspectie Leefomgeving en Transport laat zien dat er in de afvalsector grote risico’s aanwezig zijn die tot maatschappelijke gezondheidsschade leiden.59  Zo worden er vaak partijen afval aangeboden waarvan onduidelijk is welke stoffen in welke concentraties erin zitten. Dat brengt gevaar met zich mee voor de werknemers en voor afnemers van de afvalproducten. Daarbij is er sprake van illegale activiteiten in alle schakels van de afvalverwerking. Het Nationaal Dreigingsbeeld 2017 signaleert daarnaast een toenemend risico in de omgang met en verwerking van afvalstromen door toenemende concernvorming wat kan resulteren in een collectief wegkijken bij malversaties in de bedrijfsvoering.60

Ook andere maatschappelijke ontwikkelingen leiden tot nieuwe blootstellingsrisico’s. Zo leidt de energietransitie tot een toename van bepaalde werkzaamheden en bijhorende risico’s, zoals het installeren van geothermische systemen. De circulaire economie leidt daarnaast tot risico’s die nieuwe afvalstromen en secundaire grondstoffen met zich kunnen meebrengen, zoals rubberkorrels op kunstgras en vliegas in de wegenbouw.

Het is ten slotte onzeker in hoeverre bedrijven zijn voorbereid op externe risico’s, zoals inbreuk in computersystemen en extreem weer. Robotisering, automatisering en kunstmatige intelligentie leiden mogelijk op termijn tot een reductie van risico’s als blootstelling aan gevaarlijke stoffen en stralingsbronnen. Robots kunnen immers werk van werknemers uit handen nemen. Tegelijk kan het proces van innovatie tot nieuwe risico’s leiden, zoals een tijdelijk verlies van grip op machines of processen door bijvoorbeeld ICT-problemen of hacking. Door klimaatverandering komen vormen van extreem weer vaker voor, waardoor de energielevering kan stagneren. Dat kan ernstige gevolgen hebben, zoals het scheuren van leidingen, met alle gezondheids- en veiligheidsrisico’s van dien.

Ook politiek doet zich een aantal relevante ontwikkelingen voor. De voornaamste lessen van DuPont zijn dat de kennis over gevaarlijke stoffen beter moet worden gedeeld, dat daarvoor een kennisplatform moet worden opgericht, dat werkgevers hun verantwoordelijkheid moeten nemen, dat de bewustwording en positie van werknemers moet worden versterkt en dat het toezicht moet worden geïntensiveerd.

Er wordt een wijziging van de regelgeving voorbereid voor bedrijven die qua procesveiligheidsrisico’s net niet als Brzo-bedrijf kunnen worden bestempeld. Die wetswijziging kan leiden tot een strenger regime voor circa 800 bedrijven en tot een grotere vraag naar inzet van de Inspectie (ARIE-wetgeving). Voor veel gevaarlijke stoffen worden de komende jaren de grenswaarden verder aangescherpt. Ook wordt verkend of aan bedrijven aanvullende verplichtingen kunnen worden opgelegd met betrekking tot het met elkaar delen van kennis over gevaarlijke stoffen. Verder leidt het verbod op asbestdaken per 1 januari 2025 in de komende jaren tot een piek in asbestsloop en asbestsanering.

In 2020 moeten alle certificatiestelsels zijn overgegaan van een beoordelingssysteem naar accreditatie door de Raad van Accreditatie. Ook is verdere wijziging van het Arbobesluit op het gebied van arbeidsveiligheid in bespreking. De Europese Commissie heeft eind 2017 een nieuwe “good package” gepubliceerd met een voorstel voor een Verordening ter harmonisering van het Markttoezicht in Europa. Deze wijzigingen leiden naar verwachting op termijn tot een grotere behoefte aan inzet van inspecteurs op markttoezicht. Het gaat hierbij om de handhaving van een aantal Warenwetbesluiten waarvoor de Inspectie in Nederland de aangewezen toezichthouder is en intensivering van de betrokkenheid bij Europese coördinatie van markttoezicht.

58Onderzoeksraad voor Veiligheid, Chemie in samenwerking; Veiligheid op het industriecomplex Chemelot, juni 2018.

59Inspectie voor Leefomgeving en Transport, ILT-brede risicoanalyse, 2017.

60Nationaal dreigingsbeeld 2017; georganiseerde criminaliteit, Boerman F., M. Grapendaal, F. Nieuwenhuis en E.  Stoffers, Nederlandse Politie, pagina 261 e.v., 2017.