In dit programma worden risico’s aangepakt die hebben geleid tot ongevallen of klachten op het terrein van ongezond en onveilig werken. Het gaat om alle ongevallen in alle sectoren van de Nederlandse economie, met uitzondering van ongevallen die samenhangen met blootstelling aan gevaarlijke stoffen of asbest.

Ondermelding van arbeidsongevallen wordt tegengegaan. Daarnaast richt het programma zich op het behandelen van verzoeken in verband met het verlenen van ontheffingen en specifieke meldingen Arbowet (vluchtige organische stoffen, incidenten met biologische agentia, arbocatalogi en werkonderbreking), ontheffingen Arbeidstijdenwet (nachtarbeid en kunstkinderen) en het adviseren over Koninklijke onderscheidingen (hofleverancier en predicaat ‘Koninklijke’). In dit programma is nadrukkelijk ook aandacht voor arbozorg en het bevorderen van de veiligheidscultuur binnen bedrijven.

Dit programma vervult een coördinerende/regierol voor het risico van onvoldoende naleving van de Arbozorgverplichtingen. Het programma overlegt met de sectorprogramma's over de totstandkoming van hun aanpak gericht op dit risico’s. Ook heeft het programma een regierol als het gaat om het overdragen van klachten en meldingen naar de sectorprogramma’s.

Uit Jaarplan 2019

In 2017 steeg het aantal ongevalsmeldingen met 12%. Deze stijging zet zich voort in 2018. De meeste ongevallen doen zich absoluut gezien voor in de sectoren industrie, bouwnijverheid, handel en vervoer en opslag. Relatief gezien doen de meeste ongevallen zich voor in de afvalverwerking. Op dit moment is het handhavingspercentage bij ongevalsonderzoek ruim 50%. Dit betekent dat in meer dan de helft van de onderzoeken een overtreding is geconstateerd. Zeker gezien de hoogconjunctuur en de aanwas van de werkzame bevolking is het de verwachting dat de stijging van het aantal ongevallen doorzet.96

De Inspectie richt zich op het voorkomen van verwijtbare ongevallen op de werkvloer en het bevorderen van gezond en veilig werken. Werkgevers worden gestimuleerd om te leren van ongevallen, onder meer doordat er binnen inspectieprogramma’s meer inzicht bestaat in de oorzaken van ongevallen.
Ook andere informatiebronnen zoals de Ongevalsrapportage en Storybuilder helpen in meer algemene zin om inzicht te krijgen in de omvang en oorzaken van (ernstige) arbeidsongevallen.97 Een belangrijke informatiebron is Arbo in bedrijf; het betreft een monitor die een uitvoerig en langjarig beeld geeft van de naleving door bedrijven van arbozorgbepalingen.

Daarnaast richt het programma zich op het versterken van de veiligheidscultuur en het verbeteren van de naleving van arbozorgverplichtingen. Uit onderzoek van de Inspectie blijkt namelijk dat een goede beheersing van veiligheidsrisico’s in een bedrijf samenhangt met het naleven van arbozorgbepalingen.98

Beoogd maatschappelijk effect

Het bevorderen van een gezondheids- en veiligheidscultuur met inbegrip van arbozorg, zodanig dat vermijdbare ongevallen en klachten worden teruggedrongen en meer bedrijven gaan werken aan een gezonde en veilige werkplek.

Beoogd resultaat in 2019

  • Zorgvuldige, efficiënte en effectieve afhandeling van ongevallen, klachten en ontheffingen.
  • De impact van de ondermelding is in kaart gebracht. Het niet melden en de gevolgen daarvan zijn onder de aandacht gebracht van werkgevers en andere partijen. Opstellen plan voor het aanpakken ondermelding.
  • De mogelijkheden om naleving van de arbozorgverplichtingen op te nemen in de actieve arbo-inspecties zijn verkend en hierover heeft besluitvorming plaatsgevonden
  • Er is een communicatiestrategie ontwikkeld, gericht op het verbeteren van de naleving van arbozorgverplichtingen.
  • De zelfinspectietool ‘Arbo op Orde’ is geactualiseerd conform nieuwe wetgeving en uitgebreid met praktische tips en trics.
  • Er is informatie over de mate waarin de nieuwe arbozorgbepalingen worden nageleefd.
  • Door de zelfinspectietool ‘Arbo op orde’ onder de aandacht te brengen is in 2019 de kennis vergroot onder werkgevers MKB (en andere relevante doelgroepen). Het aantal werkgevers dat de zelfinspectietool gebruikt is na de campagne gestegen ten opzichte van het aantal dat de tool gebruikt voorafgaand aan de campagne.
  • Goede voorbeelden van een basiscontract zijn gedeeld met werkgevers via een nader te bepalen communicatiekanaal.
  • Op basis van de inzichten uit de verkenningen wordt een passende interventiemix ontwikkeld voor de jaren na 2019, waarvan handhaving een onderdeel is.

Aanpak in 2019

  • Het beproeven en implementeren van een gedifferentieerde aanpak van ongevalsonderzoek. Vertrekpunten hierbij zijn de beproefde werkwijzen uit de pilots, zoals het benutten van de wettelijke mogelijkheid om bedrijven te laten rapporteren over de oorzaken van meldingsplichtige ongevallen (invulling van de motie van Heerma & van Haga, 20 december 2017) en het uitvoeren van actieve inspecties bij toezichtwaardige meldingen.
  • Door ook de inspecteurs te betrekken bij de inrichting van het vooronderzoek en gebruik te maken van hun professionaliteit bij het opzetten van (eenduidige) definities, kan de Inspectie het ongevalsonderzoek verdergaand professionaliseren. De uitkomsten van het vooronderzoek ondersteunen de keuzes voor de in te zetten interventies.
  • In kaart brengen van andere mogelijke interventies gericht op het beïnvloeden van werkgevers.
  • Het uitvoeren van een 0-meting voor het in beeld krijgen van de ondermelding, ondermelding en het opstellen van een plan van aanpak om de ondermelding tegen te gaan.
  • De interventie nalevingscommunicatie inzetten door informatie te verstrekken over de regelgeving, om zo het niet melden en de gevolgen daarvan onder de aandacht te brengen van werkgevers (naleving en risicobewustwording vergroten).
  • Initiatieven ontplooien en instrumenten aanreiken voor het verbeteren van de veiligheidscultuur in bedrijven, die een arbeidsongeval hebben meegemaakt.

Voor het verbeteren van de naleving van arbozorgbepalingen:

  • Communicatieactiviteiten gericht op het bevorderen van de naleving van de arbozorgbepalingen, waaronder de RI&E en de preventie medewerker.
  • Pro-actief onder de aandacht brengen van het belang van goede arbozorg onder interne- en externe stakeholders. Zoals actieve inspectieprogramma’s, brancheorganisaties en werkgeversorganisaties.

Samenwerking in 2019

Intern heeft dit programma een (dwars)verbinding met andere inspectieprogramma’s van de Inspectie die zich richten op de naleving van de arbowetgeving. Verder is er samenwerking met de verschillende beleidsdirecties van het ministerie van SZW, vooral met de directie Gezond en veilig werken. Ook is er sprake van samenwerking met Opsporing.

Externe samenwerkingpartners zijn vooral andere inspectiediensten (bij specifieke ongevalsonderzoeken), het Functioneel Parket (structureel overleg op alle niveaus) en de Onderzoeksraad voor Veiligheid. Bovendien vindt er veelvuldig samenwerking plaats met de Nationale Politie, maar nog niet structureel op alle niveaus.

96Inspectie SZW, jaarverslag 2016

96Het gaat hier om de jaarlijkse ongevalsrapportage van de Inspectie en Storybuilder (door TNO in opdracht van het ministerie van SZW) waarin de achterliggende oorzaken van ongevallen worden geanalyseerd.

97Inspectie SZW, Staat van arbeidsveiligheid, 2018, p. 3.