Een aantal ontwikkelingen is relevant voor veel van de in de volgende hoofdstukken besproken programma’s.

Wet minimumloon beter handhaafbaar

Allereerst is vanaf 2015 de WML in stappen herzien. In 2018 is als sluitstuk de Beleidsregel bestuursrechtelijke handhaving Wet minimumloon en minimumvakantiebijslag 2018 in werking getreden. Deze herziening van de WML regelt het verbod op inhoudingen en verrekeningen op het minimumloon, alsmede een verplichting tot giraal betalen van het minimumloon en een verplichting de loonbedragen op de loonstrook te specificeren. Bij stukloon moeten de feitelijke gewerkte uren het minimumloon opleveren. Daarnaast gaat die verplichting ook gelden voor het overwerk, inclusief vakantiegeld. Ten slotte wordt het minimumloon ook de minimumnorm voor werkzaamheden op basis van een overeenkomst van opdracht (anders dan een arbeidsovereenkomst).85

De WML is zo een effectiever instrument om onderbetaling en oneerlijke concurrentie tegen te gaan en nabetaling van achterstallig loon te vorderen. Bovendien is het minimumjeugdloon stapsgewijs omhoog gegaan ten opzichte van het minimumloon voor volwassenen. In 2019 is de handhaving van de WML een prioriteit in alle sectorspecifieke programma’s en wordt actief gevolg gegeven aan klachten over onderbetaling.

Beter zicht op buitenlandse dienstverrichters

In 2019 wordt een meldplicht van kracht op grond van de Wet Arbeidsvoorwaarden gedetacheerde Werknemers in de EU (WagwEU). Buitenlandse dienstverrichters, die gevestigd zijn in een ander EER-land of Zwitserland, moeten voor aanvang van de werkzaamheden in Nederland melden wie er komen werken, van wanneer tot wanneer, en voor welke opdrachtgever in Nederland. De Nederlandse dienstontvanger/opdracht-gever moet voorafgaand aan het werk nagaan of de melding klopt. De Inspectie SZW, Belastingdienst, SVB en de IND krijgen inzicht in dit meldingenregister. Zo kan beter worden gecontroleerd of belastingen en premies correct worden betaald. Of het Nederlands minimumloon wordt betaald en of aan andere arbeidsvoorwaarden en –omstandigheden wordt voldaan. En of het niet om postbusbedrijven of schijnzelfstandigen gaat. De Inspectie gaat haar interventies in 2019 richten op het ondersteunen van bedrijven, om deze nieuwe meldplicht goed te laten landen, en op het ondersteunen van dienstontvangers bij hun verificatieplicht.

Meer toezicht op arbeids(markt)discriminatie

Het regeerakkoord onderstreept dat arbeids(markt)discriminatie ontoelaatbaar is en een stevige aanpak vereist. Het kabinet geeft aan dat het Actieplan Arbeids(markt)discriminatie 2014 een vervolg moet krijgen met meer aandacht voor het bestrijden van discriminatie in sollicitatieprocedures en bij zwangerschap. Daarin ziet de regering een stevige, handhavende rol voor de Inspectie weggelegd. De Inspectie intensiveert in 2019 het toezicht op discriminatie op de werkplek. Verkend wordt of nieuwe wetgeving nodig is.  

Ondersteunen medezeggenschap, preventiemedewerkers en bedrijfsartsen in arbozorg

In de vernieuwde Arbeidsomstandighedenwet (1 juli 2017) is de betrokkenheid van werkgevers en werknemers bij de arbodienstverlening vergroot en staat preventie nog meer centraal. De positie van de preventiemedewerker is versterkt, het medezeggenschapsorgaan heeft een zwaardere rol en de onafhankelijke positie van de bedrijfsarts is sterker gemaakt. Sinds 1 juli 2018 is de overgangstermijn voor bedrijven verstreken en kan de Inspectie SZW toezichthoudend en handhavend optreden.   

Verbeteringen Arbocatalogi

Arbocatalogi zijn een belangrijk instrument van sociale partners om de doelvoorschriften in de Arbowet te concretiseren naar de laatste stand van de wetenschap. De Inspectie gebruikt de Arbocatalogi ten behoeve van handhaving van doelvoorschriften. In oktober 2018 zijn voorstellen met sociale partners besproken voor het verbeteren van de wijze van aanbieding en toetsing van Arbocatalogi. De intentie is om dit proces in voorjaar 2019 af te ronden en de wijzigingen in de loop van 2019 in te voeren. Beoogde verbeteringen betreffen helderheid over de doelvoorschriften waaraan invulling wordt gegeven met een Arbocatalogus. Dan gaat het over meer tijdige actualisering van Arbocatalogi en verbetering van de communicatie over aspecten die positief of negatief uit de toets komen. Indieners van voor 2015 ingediende Arbocatalogi zullen worden aangeschreven over actualisatie.

Meer aandacht voor ageing

In het algemeen overleg Arbeidsomstandigheden van 28 juni 2018 vroeg de Kamer aandacht voor verouderende en verouderde installaties. De Onderzoeksraad voor de Veiligheid (OVV) riep, naar aanleiding van vier zware ongevallen in 2016, op om de bestaande samenwerkingsverbanden beter te benutten en de beheersing van procesveiligheid van chemische installaties te verbeteren. In de ‘Staat van de Veiligheid van majeure risicobedrijven’ uit 2016 is over ageing het signaal opgenomen, dat het niet alleen om veroudering van de hardware gaat, maar ook om veroudering van kennis, ontwerp en organisatie.
Samen met de andere Brzo-toezichthouders is begonnen met inspecties op ageing. In het najaar van 2017 is vanuit de Inspectieraad een ‘Doe-coalitie Ageing’ gevormd. Deze heeft als doel om voor dit onderwerp de kennis en ervaring van verschillende inspectiediensten in een kennisknooppunt samen te brengen. In 2019 breidt de Inspectie toezicht uit in andere delen van de industrie, in elk geval de afvalverwerking. Vraag hierbij is of de risico’s van ageing voldoende in beeld zijn en er tijdig maatregelen worden getroffen om die risico’s te beperken.

Herman Bijvank (links) met notitieblok en Zhuo Hornstra (rechts) met gele jas

Interview Zhuo Hornstra en Herman Bijvank

Zhuo Hornstra, nieuwe inspecteur

“Interessant om aan de andere kant van de tafel te zitten”


De inspecteurs van Major Hazard Control zien toe op de veiligheid bij zo’n 450 Nederlandse bedrijven waar grote hoeveelheden gevaarlijke stoffen worden verwerkt. Zhuo Hornstra brengt als nieuwe inspecteur de nodige kennis en ervaring uit de industrie mee. Zhuo: “Ik heb me vaak afgevraagd hoe het is aan de andere kant van de tafel. Nu krijg ik de kans om dat te ervaren! Dat maakt het heel interessant.”

Major Hazard Control voert inspecties uit bij bedrijven die vallen onder het Besluit Risico’s Zware Ongevallen (Brzo). Denk daarbij met name aan bedrijven in de (petro-)chemische industrie. De bedrijven die met de Brzo te maken hebben, worden jaarlijks bezocht door een team van inspecteurs van de Inspectie SZW, de Omgevingsdienst (milieu) en de verantwoordelijke Veiligheidsregio. Daarnaast worden onaangekondigde inspecties uitgevoerd.
 

Bedrijfsblindheid
Zhuo rondde een chemisch-technologische studie af aan de TU Delft en heeft zo’n twintig jaar werkervaring bij chemische bedrijven. Zhuo: “Ik weet uit ervaring dat de bedrijven waar we inspecties uitvoeren de veiligheid in het algemeen bepaald niet licht opvatten. Maar ik weet ook dat het mensenwerk is en blijft. Veel mensen in de chemische industrie werken lang op dezelfde plaats – tien, twintig jaar is heel normaal. En dan loop je toch het risico dat een zekere bedrijfsblindheid optreedt.”


Overvolle agenda
Dat Zhuo veel industrie-ervaring meebrengt, wil bepaald niet zeggen dat er niets meer te leren valt. Onder andere het doorgronden van wet- en regelgeving, een opleiding Hogere Veiligheidskunde en heel veel meekijken met ervaren inspecteurs - dat alles zorgt voor een overvolle agenda. “Meelopen met de inspecties bij de bedrijven is heel leerzaam voor mij”, zegt ze. “Zeker in het begin vond ik het vreemd: je kijkt ineens met totaal andere ogen naar situaties die je eigenlijk goed denkt te kennen. En je leert op een andere manier te luisteren en dóór te vragen. Ik vind het geweldig om me zo verder te kunnen ontwikkelen en tegelijk een steentje bij te dragen aan de veiligheid.”


Herman Bijvank, ervaren inspecteur

“Kans om werkwijzen eens goed af te stoffen”
Het aantal Major Hazard Control-inspecteurs wordt momenteel behoorlijk uitgebreid. Dat gaat niet van de ene op de andere dag. De nieuwe inspecteurs hebben in het algemeen een fors theoretisch en praktisch traject voor de boeg, voordat ze zelfstandig aan de slag kunnen. Inspecteur Herman Bijvank: “Toen ik begon, werd je twee, drie jaar in de praktijk begeleid. Dat is een tijdje anders geweest. Nu is de aandacht voor praktijkbegeleiding gelukkig weer terug en krijgen de nieuwe inspecteurs de tijd om de kunst goed af te kijken. Zelf vind ik het heel leuk om als praktijkbegeleider op te treden.”


Frisse blik
“Major Hazard Control wordt binnen I-SZW wel gezien als de oude garde, en dat beeld klopt ook”, vervolgt Herman. “Aan de ene kant is dat goed, want we hebben heel veel ervaring in huis. Maar aan de andere kant ben ik heel blij dat we nu nieuwe, frisse en energieke mensen verwelkomen. Ik zie dat als een kans om waar nodig onze werkwijzen eens goed af te stoffen.” Als voorbeeld noemt Herman de wijze waarop inspecties worden voorbereid en uitgevoerd. “Toen ik dat uitlegde aan Zhuo, besefte ik ineens dat we dit al sinds 1999 op vrijwel precies dezelfde manier doen! Daar mogen we dus echt weleens met een frisse blik naar kijken.”   

85De overeenkomst van opdracht is een overeenkomst waarbij de opdrachtnemer een opdracht aanneemt van de opdrachtgever, waarin de opdracht de overeengekomen werkzaamheden zijn opgenomen, de duur en de vergoeding die hiervoor wordt gegeven.